Spring naar inhoud

Kwaliteitsafspraken

Kwaliteitsafspraken

Inleiding

Om de kwaliteit van het hoger onderwijs te verbeteren, hebben hoger onderwijsinstellingen afspraken gemaakt met studenten en docenten over de inzet van studievoorschotmiddelen. NHL Stenden zet in op alle zes thema's van de kwaliteitsafspraken.

Voor de uitvoering van de kwaliteitsafspraken maakten we in 2020 het plan 'Verder leren in kwaliteit', dat na een audit in 2021 door zowel de Nederlands Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO) als de minister is goedgekeurd. NHL Stenden zet volledig in op kwaliteit en impact van het onderwijs met optimale benutting van de campusfaciliteiten. De studievoorschotmiddelen stellen ons in staat een extra en hogeschoolbrede impuls te geven aan de kwaliteit van ons onderwijs.

De zes thema’s:

  1. Intensiever en kleinschalig onderwijs;
  2. Meer en betere begeleiding van studenten;
  3. Studiesucces;
  4. Onderwijsdifferentiatie;
  5. Passende en goede onderwijsfaciliteiten;
  6. Verdere professionalisering van docenten.

Resultaten algemeen
In 2023 zijn de geplande activiteiten grotendeels conform plan uitgevoerd en het in 2021 opgestelde addendum. Het ministerie van OCW gaf instellingen ruimte af te wijken (in overleg met de medezeggenschapsraad en toezichthouder) van het oorspronkelijke plan als gevolg van de invloed van corona op het onderwijs en de kwaliteitsafspraken. Op alle thema’s hebben we in 2023 flink aan de weg getimmerd. Dit is verderop in dit hoofdstuk uitgewerkt.

Wat leren we hiervan?
Het plan 'Verder leren in kwaliteit' zette in op deelname aan alle landelijke thema’s van de kwaliteitsafspraken. Dit was passend bij de ambities van de toen net gevormde fusiehogeschool en bij de ontwikkelingen die we verwachtten bij de introductie van een nieuw onderwijsconcept. Ondertussen zijn prioriteiten en inzichten als gevolg van corona en het online leren en werken wat verschoven, en zijn er ook NPO-middelen die qua bestedingsdoelen overlappend zijn met de thema’s van de kwaliteitsafspraken. Het is omwille van de beheersbaarheid, communiceerbaarheid en kans op succesvolle afronding van beschreven projecten raadzaam de diverse projecten (ook reguliere) bijeen te houden en koersvast te blijven in de uitvoering, om versnippering te voorkomen. Het beheersen, zowel inhoudelijk als financieel, en het rapporteren/monitoren van de uitvoering vraagt aandacht van bestuur en directie en dan is een overzienbare hoeveelheid aan activiteiten en projecten raadzaam. Als organisatie leren we dat de ambitie vooral gezocht moet worden in de kwaliteit en combinatie van activiteiten en minder in de kwantiteit. Daarnaast is de gekozen aanpak van decentrale uitvoering een aanpak die ervoor zorgt dat studenten rechtstreeks kunnen profiteren van de ingezette activiteiten (bijvoorbeeld door extra onderwijsactiviteiten en intensievere begeleiding) en helpt de centrale aansturing van het gehele programma in het houden van het overzicht over de voortgang, zowel inhoudelijk als financieel. De inzet van studentadviseurs bij de managementteams van academies is zinvol gebleken, bijvoorbeeld als het gaat om de implementatie van de studiecoachmonitor en het peilen van de behoeften van studenten als het gaat om herziening van het beleid rond studiebegeleiding.

Proces en betrokkenheid

Ook in 2023 was de Hogeschoolmedezeggenschapsraad (HMR) betrokken bij de uitvoering en monitoring van de plannen. Zowel studenten als docenten uit de HMR werden gestimuleerd en waren betrokken bij de werk-/projectgroepen per thema. Binnen de HMR werd er gemonitord op de voortgang van de thema’s op basis van de R-rapportages. De voortgang van de Kwaliteitsafspraken was een standaard agendapunt op de agenda van de HMR tijdens de bespreking met het College van Bestuur. Een studentlid van de HMR was actief lid van de stuurgroep Kwaliteitsafspraken. De betrokkenheid van de docent- en studentleden vraagt voortdurend attentie bij zowel het bestuur als de medezeggenschapsraad als gevolg van het effect van verkiezingen in de HMR (als gevolg van verkiezingen ontstaan er wijzigingen in bemensing). In 2023 was de continuïteit goed geborgd via een studentlid van de HMR die ook deel uitmaakte van de stuurgroep en al langer bij het dossier betrokken is.
Het College van Bestuur bedankt de Hogeschoolmedezeggenschapsraad voor zijn inbreng, de constructieve samenwerking en is verheugd in de reflectie te lezen dat er tevredenheid is over de voortgang.
De reflectie van de HMR staat in bijlage 7.

Betrokkenheid organisatie
In de themagroepen zijn meerdere medewerkers van de hogeschool betrokken bij de ontwikkeling en uitvoering van de kwaliteitsafspraken. Er is meerdere malen aandacht besteed aan de Kwaliteitsafspraken in de nieuwsbrief voor leidinggevenden. Er is een Sharepointpagina Kwaliteitsafspraken, zodat alle studenten, docenten en medewerkers inzage hebben in de plannen en de voortgang. Daarnaast is de studentadviseur van het College van Bestuur actief lid van de stuurgroep.

Betrokkenheid Raad van Toezicht
Binnen de Raad van Toezicht (RvT) is een lid aanspreekpunt voor de Kwaliteitsafspraken. De commissie Onderwijs, Onderzoek & Internationalisering (OO&I) en de RvT hebben de stand van zaken en voortgang (ook de financiële realisatie) van de kwaliteitsafspraken regelmatig besproken.
Voor de inhoudelijke invulling verwijzen we naar hoofdstuk 9, het jaarverslag van de RvT.

Voortgang, monitoring en evaluatie
Monitoring van de uitvoering van de Kwaliteitsafspraken vindt plaats binnen de bestaande planning- en controlcyclus: de R-rapportages. De voortgang, monitoring en waar nodig bijsturing van projecten worden besproken in de werkgroepen, stuurgroep, de HMR, de Raad van Toezicht en het College van Bestuur op basis van een hogeschoolbrede rapportage. Eens in de zes weken vindt er een stuurgroepvergadering plaats, waarin de stand van zaken wordt besproken over zowel de voortgang van de thema’s, als de financiële monitoring. Daarnaast is er eenmaal in de twee maanden een breed voortgangsoverleg met de betrokken directeuren en de coördinatoren.
Als hogeschool willen we voldoen aan onze voornemens en leren van het effect van de plannen en nagaan of de kwaliteit inderdaad wordt verhoogd. Om deze redenen wordt er naast de hierboven beschreven monitoring en bijsturing door twee onderzoekers van dienst OO&I een meerjarige analyse van de rendementen, uitval, NSE, studeerbaarheid en het effect op studentwelzijn uitgevoerd, naast de monitoring van DBE die jaarlijks al wordt uitgevoerd. De voornoemde meta-analyse zal bestaan uit kwantitatieve gegevens en duiding van het effect van de diverse ingezette maatregelen. Bij de eindrapportage van de kwaliteitsafspraken en in de documentatie van de instellingstoets kwaliteitszorg zullen deze resultaten meegenomen worden enerzijds en anderzijds worden ze in de hogeschool besproken om te kunnen leren van de gekozen aanpak.

Voortgang per thema
In de onderstaande paragrafen wordt gebruikgemaakt van de oorspronkelijke voornemens en doelstellingen uit het plan ‘Verder leren in kwaliteit’ en het addendum. Hierin wordt de realisatie van de doelen en voornemens ten aanzien van de activiteiten tot en met 2023 aangegeven. In een aantal gevallen ook de stand of uitvoering van de acties in 2023. De afwijkingen op het plan en bijzondere omstandigheden worden daarbij, indien aan de orde, ook kort beschreven.

Voortgang per thema

Thema 1 Intensiever en kleinschalig onderwijs

Voornemens
Het doel is dat eind 2024 al onze opleidingen Design Based Education (DBE) herkenbaar en succesvol hebben geïmplementeerd, om kleinschaliger en intensiever onderwijs te realiseren. Studenten zijn in dit concept gemotiveerder en succesvoller, omdat er een leeromgeving is gecreëerd waarin ze gekend en gestimuleerd worden. Met DBE anticiperen we op de veranderende wereld en de uitdagingen om ons heen. De hogeschool biedt studenten zo diversiteit en keuzemogelijkheden, eigentijdse voorzieningen en een uitdagende, veilige en internationale leeromgeving. Docenten creëren samen een inspirerende en veilige leeromgeving. Ze zijn gericht op het stimuleren van het samen leren en begeleiding bij de persoonlijke ontwikkeling van studenten.

Werken in Ateliers
Het werken in ateliers is een belangrijk kenmerk van DBE. Een atelier is een uitdagende leeromgeving die activerend en samenwerkend leren in co-creatie faciliteert en uitlokt. Ateliers spelen een belangrijke rol in de verbinding tussen onderwijs, onderzoek en de praktijk. In ateliers wordt in kleine overzichtelijke groepen van maximaal 24 studenten samengewerkt aan real-life-vraagstukken. Docenten hebben in een atelier intensief contact met studenten over de opdracht en hun persoonlijke ontwikkeling.
In de afgelopen jaren, na de implementatie van de kwaliteitsafspraken, hebben we gewerkt aan de verbetering en uitbreiding van de ateliers binnen de academies. Jaarlijks zijn ateliers aangemeld voor of een kwaliteitsslag of een ontwikkelslag. Tot eind 2023 is er in 42 eerstejaarsateliers en in 23 zogenoemde multidisciplinaire ateliers gewerkt aan een kwaliteitsverbetering of een ontwikkeling van een compleet nieuw atelier. De kwaliteitsverbetering kan betrekking hebben op de organisatie van het atelier, de samenwerking tussen betrokken opleidingen, de variatie in activiteiten, de begeleiding van studenten, de feedback (vanuit de praktijk), meer vorm-vrij toetsen enzovoorts. Net als voorgaande jaren is ook het afgelopen jaar de specialistische kennis binnen de dienst OO&I regelmatig ingeschakeld.

Doelstellingen eind 2024
Onderstaand wordt per doelstelling voor eind 2024 aangegeven wat de stand van zaken is.
Eind 2024 heeft iedere geselecteerde opleiding een goed functionerend (en gedocumenteerd) propedeuse-atelier en multidisciplinair atelier. Een atelier waar studenten, docenten en werkveld samen leren in een kleinschalige setting en werken aan real-life vraagstukken. Ateliers waar alle betrokkenen zeer tevreden over zijn. Uiteraard voldoen deze ateliers aan de kwaliteitseisen NVAO en de ontwerpkaders van NHL Stenden. Aan de hand van de doelstellingen schetsen we per doelstelling de stand van zaken:
Eind 2024 zijn in totaal 56 propedeuse-ateliers en 28 multidisciplinaire ateliers gerealiseerd en hebben deze een kwaliteitsslag gemaakt die bij alle academies van de hogeschool geïmplementeerd is.
Tot eind 2023 hebben 42 eerstejaars ateliers en 23 multidisciplinaire ateliers aan de ontwikkeling van het onderwijs in ateliers gewerkt binnen thema 1.
N.B. bij het schrijven van het projectplan is steeds geschreven ‘propedeuse’ waar eerstejaars wordt bedoeld. Omdat de Ad-opleidingen geen propedeuse hebben, maar wel deelnemen in de kwaliteitsafspraken, wordt er sinds de implementatie steeds gesproken over ‘eerstejaars’ in plaats van propedeuse.

DBE-onderwijs in cijfers:

  • Eind 2024 werken alle opleidingen op basis van DBE.
    Op dit moment is 99% van de leerjaren van de niet-flexopleidingen DBE. Er is steeds meer synergie tussen Flex en DBE. Je zou het ook wat ongenuanceerder kunnen brengen: 99% van de leerjaren is DBE. Het onderwijs in ateliers, de begeleiding en de toetsing sluit nog beter op elkaar aan en het is duidelijker wat de verwachtingen zijn van studenten.
  • De afgelopen jaren is veel geïnvesteerd in de ontwikkeling en ondersteuning van de constructive alignment (heldere en grotere onderwijskundige samenhang binnen het programma) binnen het onderwijs in ateliers.
  • Binnen de hogeschool is onder invloed van leeruitkomsten en real-life vraagstukken meer variatie in beroepsproducten ontstaan. De real-life vraagstukken sluiten beter aan bij de vraag vanuit de praktijk, de kwalificaties van de opleiding en de leerdoelen van de student. Hiermee wordt het onderwijs relevanter en meer inspirerend.
  • Het onderzoek naar ateliers (dat via de consultants die aan de werkgroep van thema 1 verbonden zijn, loopt - onder supervisie van het lectoraat DBE) laat zien dat in ateliers gewerkt wordt aan authentieke en semi-authentieke vraagstukken en dat opleidingen/ateliers steeds scherper zijn op de geschiktheid van de vraagstukken en het zoeken naar partners vanuit het werkveld.
  • De jaarlijks opgestelde DBE-monitor geeft meer informatie bij deze bevindingen. In de ateliers wordt, naast het overige onderwijs, tenminste twee dagdelen in kleine groepen intensief en op iteratieve wijze gewerkt aan de real-life vraagstukken, met veel persoonlijke contacten en feedback-loops. Dit lukt nog niet bij alle ateliers even goed, maar er is een positieve ontwikkeling te signaleren. Bijna alle ateliers bestaan uit minimaal twee dagdelen onderwijs per week. Het aantal dagdelen in een atelier verschilt, mede afhankelijk van het leerjaar. De leerplanschema’s laten zien dat het aantal EC's in ateliers substantieel is. Docenten en studenten worden bewuster van het leergedrag en van de interventies die ertoe leiden dat studenten nog beter (samen) leren.
  • Docenten zijn zich door de sessies learning study bewuster geworden van het leergedrag van de studenten. Binnen learning study hebben een aantal onderwijsteams interventies ontwikkeld die helpen bij het intensiever samenwerken aan dieper leergedrag van de studenten. De interventies hebben een positief effect op de kwaliteit van het onderwijs en de kwaliteit van onze studenten, en op de tevredenheid van studenten, docenten en werkveld.
    De interventies die we hebben gedaan door middel van learning study en de extra begeleiding van de teams heeft een positief effect gehad op het ontwikkeld perspectief van de onderwijsteams in de ateliers.
    In 2022 zijn we gestart met het gebruik van het door associate lector Hanneke Assen ontwikkelde learning study (geïnspireerd op het Japanse concept van lesson study – een methodiek waarin docenten gezamenlijk een les ontwerpen en observeren wat het effect op de lerende is). Assen en haar collega’s hebben deze methodiek binnen de Hotel Management School doorontwikkeld en daarbij onderzoek gedaan naar de effecten van werken met learning study. De resultaten zijn gebundeld in een serie mooie voorbeelden in het rapport: Redesign education for hospitality and beyond. De betrokkenen in de ateliers hebben een kwaliteitsslag gemaakt.
  • De SharePointpagina Thema 1 bevat portretten van de ateliers met beschrijvingen van de doorontwikkeling.
  • Twaalf van de veertien academies hebben DBE in alle leerjaren van de niet-flexopleidingen geïmplementeerd.
  • In 2023 is in 99% van alle leerjaren DBE ingevoerd. De verwachting is dat in 2024 alle opleidingen DBE zijn.
  • Op basis van de NSE van 2023, die door meer dan 10.000 studenten is ingevuld, blijkt dat de tevredenheid over de studie algemeen scoort met een 3,63 een fractie lager dan vorig jaar en ontwikkelt zich nog niet richting de streefwaarde 2024 van 3,9.

We hebben de afgelopen jaren steeds meer zicht gekregen op het onderwijs in ateliers en de variatie aan ateliers. Ook hebben we ons verdiept in vergelijkbare ervaringen van andere instellingen. Dit heeft geresulteerd in een atelierboek met meer dan dertig portretten van ateliers. Daarnaast bevat het atelierboek enkele modellen die behulpzaam zijn bij de ontwikkeling van ateliers. Het atelierboek is gepresenteerd tijdens een atelierevent met workshops.
In 2023 is het budget binnen de projectorganisatie bijna volledig opgebruikt. Er is enige zorg rond de administratieve afhandeling van gemaakte uren binnen enkele academies. Dit heeft de aandacht van de businesscontroller die aan de kwaliteitsafspraken gekoppeld is.
Uit de cijfers blijkt dat het eerstejaars rendement na een kleine daling in 2021 de afgelopen jaren weer wat is gestegen. Dit kan een effect zijn van het niet gebruiken van de NBSA naar aanleiding van de coronacrisis, in combinatie met een andere manier van werken binnen DBE-onderwijs, waarbij begeleiding wordt geïntensiveerd. Nadere bestudering van de uitval laat zien dat de hogeschool weer terug is op de trendlijn van voor corona.

DBE-onderzoek

HowULearn -> DBE vragenlijst
Voor het jaar 2023 is besloten om de HowULearn niet meer uit te zetten bij alle voltijds bacheloropleidingen. De response was vaak laag en daardoor weinig representatief, er ging veel tijd in data-verzameling en analyse zitten en de inhoud van de vragenlijst is generiek van aard. Het lectoraat DBE biedt de HowULearn vragenlijst nu als een service aan opleidingen aan. Delen van de verkorte versie van de HowULearn vragenlijst zijn gekoppeld aan evaluatie-onderzoek van ateliers.
In het jaar 2023-2024 is ter vervanging van de HowULearn het onderzoek DBE Monitoring uitgevoerd door het lectoraat DBE. Er is bij tien opleidingen uit de verschillende domeinen onderzocht wat volgens teamleiders de bedoeling is met DBE, hoe docenten DBE uitleggen en wat studenten ervan leren. Om DBE-gerelateerde leeropbrengsten goed te kunnen meten, is een nieuwe vragenlijst ontwikkeld, die door ruim 1200 studenten is ingevuld. De resultaten van het onderzoek komen in april 2024.
Verder is onderzoek gedaan naar de indeling van de leerplannen van het eerste leerjaar. Hierbij is bij 56 voltijd-bacheloropleidingen gekeken hoe DBE wordt uitgevoerd en welke rol de ateliers daarin spelen. Hierbij is opgevallen dat studenten veelvuldig feedback krijgen en examinatoren proberen summatieve toetsing te beperken.

Onderzoek naar Ateliers
DBE is een rode draad binnen de kwaliteitsafspraken waarover apart gerapporteerd wordt. Binnen thema 1 is onderwijs in ateliers een focuspunt. Samen met het lectoraat DBE wordt onderzoek gedaan naar diverse aspecten van DBE en ateliers. Hieronder kort enkele ontwikkelingen, beelden en resultaten.

Visie op ateliers - analyse Coursedocuments
Afgelopen jaar is onderzoek gedaan naar de visie op ateliers zoals beschreven in 26 Coursedocuments over de volle breedte van de hogeschool. Vrijwel alle opleidingen spreken in hun coursedocument over ateliers. Ateliers zijn doorgaans in alle leerjaren opgenomen naast andere vormen van onderwijs. Sommige opleidingen maken onderscheid in typen ateliers zoals: onderzoeksateliers, lesateliers, simulatieateliers en/of praktijkateliers.
Kenmerken van ateliers die vaker genoemd worden, zijn:

  • Het werken aan real-life vraagstukken;
  • Bijdragen aan de ontwikkeling van de student en in mindere mate opleveren beroepsproducten;
  • Het ontwerpen volgens de fasen van Design Thinking of DBE;
  • Het samenwerken met medestudenten;
  • Het vormen van een learning community van studenten, docenten, werkveld en onderzoekers.

De algehele indruk is dat de visie op het onderwijs in ateliers nog wel scherper kan, zodat ateliers meer doordacht vorm kunnen krijgen.

Variatie aan ateliers
Met dank aan de kwaliteitsgelden hebben we meer zicht gekregen op de variatie aan ateliers binnen de hogeschool. Er zijn interne en externe ateliers die opleidingsspecifiek of opleidings- of academie-overstijgend zijn. Ook is er een opbouw van meer gestructureerde ateliers naar meer open leeromgevingen. Op basis van deze inzichten zijn modellen ontwikkeld met verschillende ontwerpdimensies. Opleidingen kunnen deze modellen gebruiken bij het expliciteren van de visie en de (door)ontwikkeling van ateliers.
Het Atelier-boek dat in oktober 2023 is verschenen, bevat meer dan dertig portretten van ateliers over de volle breedte van de hogeschool. Het valt hierbij op dat veelvuldig wordt samengewerkt met lectoraten en onderzoekers.
Samenwerken over de grenzen van opleidingen en academies kent de nodige uitdagingen. Het vraagt om de bereidheid om opvattingen en culturen te overbruggen. De organisatie, systemen en financiering maken samenwerken niet altijd gemakkelijk. Willen we als hogeschool onze ambities realiseren en meer opleiding-, academie-, of zelfs instellingsoverstijgend samenwerken, dan vraagt dat om inhoudelijke keuzes, meer gemeenschappelijke taal en sturing.

Thema 2 Meer en betere begeleiding van studenten

Voornemens
In studentarena’s (groepsevaluatiegesprekken met studenten) is geuit dat de beschikbaarheid en werkwijze van studieloopbaanbegeleiding en coaches niet altijd duidelijk is voor studenten. Voor studieloopbaanbegeleiders is tegelijkertijd niet altijd duidelijk wat er van hen verwacht wordt en welke faciliteiten geboden worden, bijvoorbeeld als het gaat om mogelijkheden tot professionalisering en intervisie. Studenten dringen sterk aan op duidelijkheid en structuur: een kader voor meer en betere begeleiding voor alle studenten, waarbij alle studenten dezelfde aanspraak kunnen maken op goede persoonlijke begeleiding.

Doelstellingen eind 2024

  • Zowel studenten als begeleiders kunnen gebruik maken van een aanbod dat de begeleiding ondersteunt, dat herkenbaar en vindbaar is (zowel fysiek als digitaal) en dat in co-creatie met alle betrokkenen wordt ontwikkeld en verbeterd;
  • We hebben een ondersteuningsaanbod ontwikkeld op basis van de behoefte van de studenten. Het aanbod wordt herkenbaar gepositioneerd en breed toegankelijk en laagdrempelig beschikbaar gemaakt voor studenten en medewerkers;
  • Studieloopbaanbegeleiders, coaches, decanen en andere medewerkers weten optimaal waarvoor, hoe en waarnaar studenten doorverwezen kunnen worden.

Afwijkingen en omstandigheden
De realisatie loopt iets achter op de planning, er zijn geen significante afwijkingen.

Realisatie tot en met 2023

  • Er is een duidelijk begrippenkader omtrent studiecoaching ontwikkeld. Dit kader wordt door de opleidingen gebruikt bij de invulling van hun studiecoaching;
  • Er zijn coördinatoren studentbegeleiding en studentassistenten benoemd per academie/opleiding;
  • Er worden op regelmatige basis platformbijeenkomsten georganiseerd, waarin thema’s rondom studentbegeleiding en studentenwelzijn aan de orde komen. Daarnaast worden er nu ook themabesprekingen georganiseerd, speciaal voor studiecoaches. Tijdens deze bijeenkomsten wisselen studiecoaches met elkaar uit over belangrijke topics, delen zij ervaringen en leren van elkaar.
  • Er heeft een evaluatie plaatsgevonden van de rollen van coördinator studentbegeleiding, coördinator langstuderen (thema 3) en van de rol van studentassistent. Daarnaast is de realisatie van de doelstellingen van de thema's 2 en 3 geëvalueerd met diverse stakeholders. Verbeterpunten zijn/worden doorgevoerd. De uitkomsten bieden tevens input voor het advies voor verduurzaming van de opbrengsten uit de Kwaliteitsgelden.
  • Er wordt gewerkt aan een digitale omgeving voor een ondersteuningsaanbod voor studiecoaches. Deze omgeving, het Online Kennisplatform Studiecoaching, wordt ontwikkeld met én door studiecoaches. De ontwikkeling van de inhoud van dit kennisplatform loopt parallel aan de technische ontwikkeling van het digitale platform. Naar verwachting zal het online kennisplatform in het studiejaar 2024-2025 in gebruik worden genomen.
  • Er is zowel voor studentassistenten als voor coördinatoren studentbegeleiding een eigen Teamsomgeving gerealiseerd. Hier wordt informatie uitgewisseld en worden best practices gedeeld. Dit is een gedeelde omgeving met de coördinatoren langstuderen (Thema 3) en andere stakeholders.
  • Op basis van de behoefte van academies is het professionaliseringsaanbod op het gebied van studiecoaching van MyAcademy uitgebreid. Een voorbeeld hiervan is de training Studeren met autisme & ADHD. In 2023 heeft de eerste Dag van de Studiecoach plaatsgevonden. Eric van ‘t Zelfde, Spreker van het jaar in 2021 en 2022, deelde zijn ervaringen met klantgericht coachen, waarbij de ontwikkeling van de student centraal stond. Op deze dag zijn er diverse workshops voor de studiecoaches georganiseerd.
  • Met de academies zijn er voortgangsgesprekken gevoerd met de coördinatoren studiecoaching en studentassistenten, om succeservaringen te delen en uitdagingen op te halen.
  • Er is een projectleider voor het StudentSuccesCentrum (SSC) benoemd. Deze projectleider heeft het ondersteuningsaanbod voor studenten geïnventariseerd. Verder is de ondersteuningsbehoefte van studenten op twee manieren in kaart gebracht.
    1. De studentassistent(en) heeft/hebben binnen hun eigen academie de behoefte van studenten gepeild. In de meeste gevallen is samen met de coördinator studentbegeleiding een plan opgesteld om meer bekendheid te creëren voor het bestaande ondersteuningsaanbod;
    2. Door het StudentSuccesCentrum is in 2022 een brainstormsessie georganiseerd om het huidige aanbod te evalueren en de behoefte naar nieuw/ander aanbod in kaart te brengen. De opbrengsten zijn samengebracht en er wordt nu samen met het SSC gewerkt aan het vullen van de eventuele leemtes en het bepalen van de juiste vorm van het ondersteuningsaanbod, zowel in de vorm van trainingen alsook het ontwikkelen van niet tijd- en plaatsgebonden aanbod. De studentassistenten zijn in werkgroepen ook bij de ontwikkeling betrokken; In 2023 is een kennisclip ontwikkeld rondom studietwijfel, die voor studenten online te raadplegen is. Ook wordt er gewerkt aan een online toolbox rondom het thema ‘Leren leren, met als doel deze in studiejaar 2024-2025 operationeel te hebben. Studenten Serious Gaming hebben een cursus met bijbehorende serious game ontwikkeld, die een plek zal krijgen in een training rondom plannen en prioriteren. Voor semester 2 (2024) is een tweede opdracht uitgezet rondom het thema focus en uitstelgedrag.
  • Het SSC geeft op verzoek voorlichting over het ondersteuningsaanbod en werkt ook proactief aan het onder de aandacht brengen van dit aanbod. Het aanbod van het StudentSuccesCentrum wordt via de intranetpagina van het centrum gecommuniceerd. De site is aantrekkelijker gemaakt en zo ingericht dat informatie beter vindbaar is. De verbeterde site is sinds begin 2023 operationeel. Het aanbod is tevens onder de aandacht gebracht tijdens een door SSC georganiseerde Welzijnsweek in oktober 2023.
  • Gezamenlijk met het lectoraat Zorg voor Jeugd en de dienst OO&I wordt nagedacht over beleid op het gebied van studentenwelzijn. De basis van dit beleid wordt gevormd door het Landelijk Kader Studentenwelzijn 2023-2030. OO&I heeft een eerste aanzet gedaan tot dit beleid op het gebied van studentenwelzijn. In dit beleid staan vier thema's centraal:
    • Sense of belonging;
    • Preventie;
    • Vergroten van kennis en kunde binnen de instelling;
    • Versterken van de samenwerking tussen instellingen en organisaties die deel uitmaken van de zorgketen.
  • Huiskamer Central Perk is operationeel in Leeuwarden en Emmen. Aangezien er weinig gebruik wordt gemaakt van deze huiskamer, wordt in 2024 gekeken of dit project op deze manier voortgezet wordt.
  • Er is onderzoek gedaan naar het belang van peer-to-peer coaching. De bevindingen bieden academies meer inzicht in het (positieve) effect van peer-to-peer coaching. Er wordt gewerkt aan een toolbox voor opleidingen die hier mee aan de slag willen.

Thema 3 Studiesucces

Voornemens
De uitval in de propedeuse vinden we nog steeds te hoog. Deze uitval willen we terugbrengen door verder te gaan met het implementeren van het onderwijsconcept DBE, het aanbieden van een oriëntatie-atelier voor kandidaat-studenten en door specifiek aandacht te schenken aan de verschillen in onze studentenpopulatie.
We willen dat studenten zo veel mogelijk binnen de nominale studieduur van hun opleiding afstuderen. Als het niet lukt om achterstanden te voorkomen, leert de ervaring ons dat de student het meest gebaat is bij maatwerk. Iemand die de student persoonlijk benadert en weer op sleeptouw neemt, waardoor de student de draad weer kan oppakken. Hierin willen we hogeschoolbreed investeren.
Binnen de hogeschool worden tal van activiteiten ontwikkeld en aangeboden die bijdragen aan het studentsucces en studentwelzijn. Voor medewerkers en studenten is het echter niet altijd duidelijk welke activiteiten worden aangeboden en wie waarvoor het aanspreekpunt binnen de organisatie is. Onderlinge afstemming van deze activiteiten en afstemming op de behoefte van studenten kan beter. Hiervoor is het Centrum voor Studentsucces (later StudentSuccesCentrum) opgezet.

Doelstellingen eind 2024

  • De uitval uit de propedeuse terugbrengen naar maximaal 25% hogeschoolbreed;
  • De uitval uit de propedeuse van mannelijke studenten vertoont een dalende lijn ten opzichte van de voorgaande jaren;
  • De uitval van studenten met een functiebeperking vertoont een dalende lijn ten opzichte van de voorgaande jaren;
  • Het afstudeerrendement is minimaal 60% (hogeschoolbreed);
  • Het afstudeerrendement voor specifieke groepen studenten vertoont een stijgende lijn tot eind 2024;
  • We hebben een volledig operationeel Centrum voor Studentsucces (zowel fysiek als digitaal). Studenten weten waar ze terecht kunnen, zowel fysiek als digitaal, voor vragen op het gebied van studentsucces en welzijn.

Afwijkingen en omstandigheden
De coronapandemie heeft invloed op het thema studiesucces, bijvoorbeeld de verminderde uitval mede als gevolg van de afschaffing van het bindend studieadvies. Hierdoor zijn wellicht de resultaten van de doelen beïnvloed. We monitoren hoe zich dit ontwikkelt, ook in relatie tot de doelstellingen voor 2024.
In coronatijd is de insteek voornamelijk geweest om studenten zoveel mogelijk ‘aan boord’ te houden. Hierdoor was het niet de eerste prioriteit om activiteiten rond het thema ‘terugbrengen van de uitval propedeuse’ te organiseren. Aangezien er vanuit de organisatiedoelstellingen reeds KPI’s rond uitval in de propedeuse zijn opgesteld, is gekozen om te werken aan het krijgen van meer en sneller overzicht in de voortgang van de student en het beter kunnen sturen op studentsuccesfactoren. Inzicht verschaffen in uitval op opleidingsniveau via ontwikkeling, implementatie en inzet studiecoachmonitor; ontwikkelen van een instrument om te komen tot gerichte verbeteracties rond het thema studentsucces.
In het plan 'Verder leren in kwaliteit' worden mannelijke studenten als specifieke groep benoemd. Twee stagiaires van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) hebben onderzoek gedaan naar deze groep studenten. In één van de onderzoeken constateren ze dat self-efficacy en verbondenheid in het eerste studiejaar erg belangrijk zijn voor studiesucces. Uit de HowULearn vragenlijst blijkt dat mannelijke studenten juist op dit aspect hoger scoren dan vrouwelijke studenten. Ook is gekeken naar de verschillen per opleiding. Self-efficacy is al een belangrijk onderdeel binnen de Kwaliteitsafspraken (thema 1). Verbondenheid is daarentegen een belangrijk onderdeel van thema 2.

Realisatie tot en met 2023

  • De uitval van cohort 2022 is gedaald ten opzichte van cohort 2021.
  • De studiecoachmonitor (YOS) is ontwikkeld en geïmplementeerd. Het gespreksmodel Studentsuccesfactoren is ontwikkeld en kan worden ingezet.
  • Er is een drietal activiteiten dat valt onder de oriëntatieateliers. De eerste categorie is gericht op havo-, vwo-leerlingen en mbo-studenten die zich oriënteren op studeren op het hbo. Deze leerlingen/studenten kunnen zich aanmelden voor een oriëntatiedag op onze hogeschool, waarin ze kennis maken met onze hogeschool en DBE. Het project waaraan ze die dag gaan werken, wordt op basis van een eerder ingevulde studiekeuzetest voor de student geselecteerd. Hierdoor krijgt de leerling/student direct inzicht in het werkveld/branche van de opleidingskeuze.

De tweede categorie is het op- en bijscholingsatelier. Als eerste zijn de Taallabs Nederlands en Engels ontwikkeld. Het Taallab Nederlands is in 2023 van start gegaan en de eerste reacties zijn positief. Er wordt nog gewerkt aan het Taallab Engels. De derde categorie betreft het atelier voor doelgroepen. Tijdens de studiestartweek is, net als in 2022, een groep studenten met een afwijking in het autistisch spectrum uitgenodigd voor een pré-studiestartdag, waarbij ze gestructureerd en prikkelarm kennis hebben kunnen maken met de diverse onderdelen van onze hogeschool. Daarnaast is er een programma ontwikkeld voor hoogbegaafde studenten en het atelier Neurodiversiteit is begin 2024 klaar.

  • Er is in 2021/2022 onderzoek gedaan naar de leerstrategie en leerbehoefte van mannelijke studenten. Voor deze groep studenten worden geen verdere acties geformuleerd.
  • Er is een scriptie-bootcamp gehouden in november 2022, na een pilot in juni in hetzelfde jaar; De scriptiebootcamp is een succes en daarom ook in 2023 een aantal keren georganiseerd.
  • Het rendement van cohort 2018 is ten opzichte van vorig cohort gestegen (nominaal +1)
  • Er zijn coördinatoren Langstuderen aangesteld, die gezamenlijk deelnemen aan het Platform Studentbegeleiding en Langstuderen. In 2023 heeft er een brede evaluatie plaatsgevonden. De rollen van coördinator Studentbegeleiding (Thema 2), coördinator Langstuderen en studentassistent (Thema 2) zijn geëvalueerd. Daarnaast zijn de doelstellingen van Thema 2 en 3 geëvalueerd met een groep stakeholders. Verbeterpunten zijn/worden doorgevoerd. De uitkomsten bieden tevens input voor het advies voor verduurzaming van de opbrengsten uit de Kwaliteitsgelden.
  • Er zijn samenhangende maatregelen opgesteld en kennis gedeeld in gesprekken per opleiding en in gezamenlijke platformsessies. Vanuit OO&I is in 2023 onderzoek gedaan naar het effect van de interventies op het terugbrengen van het aantal langstudeerders. De uitkomsten van dit onderzoek worden verwacht in 2024.
  • Er is een (digitale) teamsomgeving ingericht waarin kennis en informatie wordt gedeeld; Dit is een gedeelde omgeving met de coördinatoren Studentbegeleiding (Thema 2), studentassistenten (Thema 2) en andere stakeholders.
  • Er zijn platformbijeenkomsten voor de coördinatoren Langstuderen georganiseerd; Daarnaast worden er themabesprekingen georganiseerd, speciaal voor studiecoaches, waarbij er interactief met elkaar over belangrijke on topic onderwerpen wordt gesproken, ervaringen worden gedeeld en van elkaar kan worden geleerd.
  • De ondersteuningsbehoefte van studenten is in kaart gebracht. Zie voor verdere ontwikkeling van het ondersteuningsaanbod Thema 2;
  • Het StudentSuccesCentrum heeft, naast een digitale omgeving, een fysieke plek gekregen binnen de hogeschool. Het aanbod van het StudentSuccesCentrum wordt verder ontwikkeld. Zie voor verdere ontwikkeling hiervan Thema 2.

Thema 4 Onderwijsdifferentiatie

Voornemens
De hogeschool heeft een goed functionerende medezeggenschap en veel participatie van studenten via andere gremia. Toch kennen de academies, in tegenstelling tot het College van Bestuur, geen actieve deelname van studenten in de managementteams en wordt er onvoldoende gepeild wat de wensen en verwachtingen zijn van de studenten bij het verder ontwikkelen van het portfolio. We willen graag actieve deelname van studenten stimuleren.
We willen extra aandacht voor studenten die tijdens hun studie ondernemen. Hiervoor willen we een regeling treffen die beschrijft welke ondersteunende en verwijzende maatregelen getroffen kunnen worden, als de ondernemerschapsactiviteiten de studiekwaliteit beïnvloeden.
We willen studenten die voornemens zijn een eigen bedrijf op te richten incidenteel, onder voorwaarden van een uitgebreide selectie-contest-methode, een kleine financiële vergoeding in het vooruitzicht stellen. Het doel ervan is om kansrijke initiatieven te behouden en tot verdere ontplooiing te brengen.

Doelstellingen eind 2024

  • De doorlopende leerlijn van associate degrees naar eigen bachelors en eigen masters is hogeschoolbreed ontwikkeld;
  • Studenten nemen actief deel in de managementteams en er wordt voldoende gepeild wat de wensen en verwachtingen van de studenten zijn;
  • Hogere participatie met betrekking tot ondernemerschap van studenten en opleidingen;
  • Lidmaatschap en participatie in diverse partijen gericht op ondernemerschap;
  • Blijvend functionerend Center for Entrepreneurship met toegevoegde waarde voor studenten.

Afwijkingen en omstandigheden
In 2021 is besloten een deel van de financiële middelen uit dit thema over te dragen naar thema 1. Dit heeft invloed op de doelstellingen van dit thema. De realisatie van de Fast Track-programma’s en de implementatie van het innovatieprogramma X-Honours gaan niet door vanuit deze middelen. Financieel loopt dit thema volledig in de pas, dat wil zeggen, conform voorgenoemd addendum.

Realisatie tot en met 2023

  • Het onderwijsportfolio-beleid is ontwikkeld en operationeel;
  • In ieder Academie Management Team (AMT) is een studentadviseur benoemd;
  • Er zijn nieuwe Ad’s ontwikkeld voor de doorlopende leerlijn; Ad Cybersafety en Security. Het Ad-aanbod is inmiddels naar behoeven – de opleidingen werken nu aan doorontwikkeling van hun programma’s.
  • Er zijn twee nieuwe masters ontwikkeld voor de doorlopende leerlijn; een nieuwe joint degree master Strategische Communicatie met Fontys Hogeschool, gestart in september 2023. We hebben daarnaast succesvol het bekostigingstraject voor de bestaande joint degree master Polymer Engineering met Windesheim afgerond. Het betreft bekostiging voor de voltijd variant.
  • In overeenstemming met de kwaliteitsafspraken en in het kader van de talentontwikkeling van studenten zijn faciliteiten opgesteld, waaronder de TOP-ondernemerschapsregeling. De regeling bevat het juridisch kader voor het toekennen van de TOP-ondernemerstatus en de voorzieningen waarvoor de student-ondernemer in aanmerking kan komen. Deze regeling bestaat naast de regeling Topsport en is in werking getreden per 1 september 2022; In 2023 is een start gemaakt met het gelijktrekken van de formats van beide regelingen en het optimaliseren van het proces, zodat er meer duidelijkheid ontstaat. Daarnaast wordt gewerkt aan het voor de studiecoach beter inzichtelijk maken van een topsport- of ondernemersstatus van een student via YOS.
  • Tevens is de TOP-sportregeling versterkt door implementatie van de FLOT-regeling (Flexibel Onderwijs en Topsport) vanuit het NOC*NSF. Daarnaast is het proces rond de FLOT-regeling in beeld gebracht en geoptimaliseerd. In 2023 is gestart met de implementatie. De zichtbaarheid op de site van de hogeschool is verbeterd.
  • Center for Entrepreneurship (CfE) heeft haar bestaansrecht na drie jaar bewezen. Studenten, docenten en lectoren sluiten (inter)nationaal aan bij 'Ondernemerschap' en vinden hun weg naar het CfE. Onderzoek wijst al enige jaren uit dat het stimuleren van de ondernemende houding van studenten in het hoger onderwijs niet alleen tot grotere slaagkansen leidt, maar ook tot betere banen en een grotere economische impact. Daarnaast blijkt uit eigen survey dat de doelgroep student-ondernemers binnen onze muren aanzienlijk is: ongeveer 1200 studenten. Het CfE ondersteunt daarvan ongeveer 25%. 
  • CFE 2023 ‘Breed draagvlak’
    De mate waarin het CfE relevant is voor onze hogeschool wordt bepaald door het vervullen van wensen en opdrachten van de stakeholders. Het stakeholdersgremium is breed en diep. Niet alleen studenten, docenten, academies en lectoren bevinden zich hierin, maar ook ondernemersnetwerken, RUN-EU contacten, overheden en onderwijsinstellingen. Relevantie wordt bepaald door de ontvangers van de operationele activiteiten. In de afgelopen drie jaar zijn die succesvol gegroeid.
    1. Top Ondernemers Regeling; verankerd in de OER’s van opleidingen, student-support.
    2. Afstuderen en stagelopen in eigen bedrijf: beoordeling en begeleiding door CfE commissie.
    3. Subsidie-advies en -begeleiding: met de Subsidiedesk de investeringsvraag onderzoeken.
    4. Entrepreneurial Essentials: hoogfrequent extra- en intra curriculair programma-aanbod voor ondernemende studenten.
    5. Hayo Apotheker Fonds: halfjaarlijkse pressure-cooker, business challenge voor talent-student-ondernemers. Ondernemers uit de regio sluiten aan op de regionale Market-Day.
    6. Inspiratie- en promo events: maandelijks programma met ondernemers op het podium en inspiratiesessies de klas.
    7. Individuele coaching: ondernemerschap- en studiebegeleiding.
    8. Seminars voor regionale ondernemers: Veerkrachtig Ondernemen, Female Entrepreneurship.
    9. Minor en curriculumondersteuning: expertiseoverdracht met docenten.
    10. Intermediair: De Noorderlingen; Jong Ondernemen; business-awards.

Thema 5 Passende en goede onderwijsfaciliteiten: Digitale Hogeschool

Thema 5 rapporteren we in twee delen, Digitale Hogeschool en Ateliers, gelijk aan de opbouw in het plan. Voor het deel Digitale Hogeschool wordt op een ander activiteitenniveau gerapporteerd, gezien het onderwerp en de veelheid aan ICT-gerelateerde projecten. Zo geven we een beter beeld van de behaalde resultaten en meer inzicht in waar de projecten/activiteiten op dit moment staan.

Voornemens
De Digitale Hogeschool draagt bij aan onderwijsintensiteit en passende en goede onderwijsfaciliteiten.
We willen onze digitale hogeschool verder professionaliseren en onze studenten een compleet, geïntegreerd en eigentijds pakket aan digitale voorzieningen bieden, waarmee zij met één digitale identiteit, interactief tijdens hun reis binnen en buiten de hogeschool worden gefaciliteerd. Het gaat hierbij om digitale voorzieningen op het vlak van community-vorming, onderwijslogistiek en voorzieningen om onderwijs 24/7 te kunnen volgen. Docenten bieden onderwijs en onderzoek aan in deze veilige, betrouwbare en stabiele leeromgeving. De digitale hogeschool betekent voor studenten een eenvoudige toegang tot alle digitale diensten op basis van één digitale identiteit. Hiermee worden tijd- en plaats onafhankelijk onderwijs en co-creatie gefaciliteerd.

Doelstellingen eind 2024

  • Het realiseren van één samenwerkingsomgeving voor docenten en studenten, om elkaar te ontmoeten, kennis uit te wisselen, toetsen af te nemen en online samen te werken, zodat we ook op digitaal vlak de onderwijsintensiteit vergroten. Ook het werkveld kan meedoen;
  • Studenten en docenten hebben met hun account toegang tot diensten als printen, roosterinformatie, studievoortgangsinformatie, elektronische leeromgeving en wifi. Hiermee vergroten we het gemak voor de studenten;
  • Docenten en studenten kunnen tijd-, plaats- en apparaat-onafhankelijk werken en hebben toegang tot studievoortgangsinformatie, resultaten en roosters. Ook hiermee vergroten we op digitaal vlak de onderwijsintensiteit voor studenten. Het geeft meer flexibiliteit en er kan snel worden ingespeeld op dynamische onderwijssituaties;
  • We hebben een studenten-app waarin dashboard, roosterinformatie, studievoortganginformatie, resultaten, nieuws en docenteninformatie realtime beschikbaar is op smartphone of tablet. Hiermee vergroten we de informatievoorziening aan en de digitale interactie met studenten;
  • Onze digitale leeromgeving is verder doorontwikkeld en geprofessionaliseerd;
  • Er is een kern van digitale producten in ons informatielandschap, die compliant zijn aan het gedachtegoed DBE;
  • Professionalisering van digitale vaardigheden van medewerkers vormt een structureel onderdeel van de professionaliseringsagenda, waardoor docenten en andere medewerkers professioneel in DBE kunnen studeren, onderzoeken en werken.

Afwijkingen en omstandigheden
De realisatie van de activiteiten ligt op schema en is met al goed verlopen. De activiteiten zijn geconcentreerd op een kleiner aantal projecten.

Realisatie tot en met 2023
1. Het realiseren van één samenwerkingsomgeving voor docenten en studenten, om elkaar te ontmoeten, kennis uit te wisselen, toetsen af te nemen en online samen te werken.

  • DBE digitale leer- en werkomgeving is gerealiseerd en afgerond;
  • Het uitvoeren van pilots die eerder vanuit het Experience Center (een fysieke omgeving die is ingericht met digitale innovatieve technieken) zijn opgestart, zijn nu belegd in het team I&C, DLWO. Hiermee is deze activiteit in de lijn belegd.
  • Digitaal Toetsen:
    • 2023: Het toetsplatform ANS is in gebruik genomen en er wordt mee gewerkt door docenten en het team toetslogistiek. Technisch moet de integratie met Progress en Xedule worden gerealiseerd, het is niet zeker of dit gaat lukken binnen de looptijd van het project, dit hangt af van de mogelijkheden van de systemen Progress en Xedule.
    • Er is een trainingsprogramma voor docenten om te leren werken met ANS.
    • Het team toetslogistiek is opgeleid in werken met het systeem ANS.
    • Vanaf september 2023 is gestart met het overzetten van de huidige digitale toetsen Quayn/Blackbaord, dit zet door in 2024. Doel: gereed op 1-9-2024, waarbij de overige toetsen volgen.
    • Veilige toetsomgeving. Om veilige toetsafname te garanderen, wordt het softwareprogramma Schoolyear aangeschaf, de aanschaf is gestart in 2023 en wordt in 2024 geïmplementeerd.
  • Open Access:
    • Online onderwijsmateriaal:
    • Open Onderwijsmateriaal heeft een eigen platform, Edusources. Hierin worden leermaterialen ontsloten. Dat is in 2022 geïmplementeerd en wordt nu gebruikt.
    • De evaluatie van Open (online) onderwijsmateriaal is in 2023 ondergebracht bij het Npuls project.
  • Research ondersteuning:
    • Research Day 11 april 2023 voor (docent)onderzoekers: het workshopaanbod rondom alle thema’s onderzoek ondersteuning was succesvol.
    • Research Support is als Research Services opgenomen in de staande organisatie, waarbij ondersteuning en voorlichting voor onderzoekers door middel van adviezen, workshops, nieuwsbrieven, een SharePoint omgeving en een ICT-infrastructuur, zoals in de Kwaliteitsafspraken overeengekomen worden geleverd.
    • Docentenhandleiding ondersteunen studentonderzoek is in concept klaar.
    • DMP online is aangeschaft.
    • Productie-omgeving van DataVerse is in gebruik genomen.
    • Awareness campagne ORCID als voorbereiding op onderzoeksinformatie systeem is gestart.
    • Workshop Verantwoord onderzoek ontwikkeld voor onderzoeksgroep.
    • Workshops Open Science op maat gemaakt voor onderzoeksgroepen, daarnaast aangeboden via MyAcademy.

2. Studenten en docenten hebben met hun account toegang tot diensten als printen, roosterinformatie, studievoortgangsinformatie, elektronische leeromgeving en wifi. Hiermee vergroten we het gemak voor de studenten.

  • Learning Management System (LMS):
    In 2023 is Ultra in gebruik bij al onze academies. Het project is in 2022 afgerond en overgedragen aan de lijn.
  • Atelier Digitale Didactiek:
    Onderstaande producten/diensten zijn beschikbaar in 2023:
    • Visie blended learning;
    • Blended game;
    • ePortfolio, gestart met vaststellen van eisen en wensen;
    • Blackboard sjablonen;
    • Professionaliseringsaanbod;
    • Groow toolkit.

3. en 4. Tijd-, plaats- en apparaat-onafhankelijk werken voor docenten en studenten, de studiecoachmonitor en studentenapp.

  • Digitaliseren Logistieke Student Journey (selfservice):
    • Your Own Space (YOS) YOS Studiecoach
      Voorheen bekend als de Studiecoachmonitor, is verder ontwikkeld om studiecoaches en studenten nog beter te ondersteunen.
    • Uitbreiding Regiedomein
      Het Regiedomein is uitgebreid met functionaliteiten voor het studentendashboard en de app (YOS Student). Het data-integratieplatform is verder ontwikkeld, waardoor het de potentie heeft om dé centrale oplossing voor gegevensintegratie binnen NHL Stenden te worden.
    • Lancering van YOS student:
      Op 28 augustus 2023 is YOS student gelanceerd en buitengewoon positief ontvangen, met meer dan 13.000 actieve gebruikers. Dit succes heeft ook het gebruik van YOS door studiecoach gestimuleerd, met een stijging naar 900 actieve gebruikers.
    • Visie op flexibele leerroutes:
      In samenwerking met de leverancier en medewerkers van verschillende afdelingen binnen NHL Stenden, ontwikkelt het projectteam een visie om het onderwijs flexibeler en meer afgestemd op individuele studentbehoeften te maken. Een infographic om flexibilisering binnen NHL Stenden te bevorderen wordt rond de zomer van 2024 verwacht, samen met een prototype van een studieplan voor het vastleggen van leeruitkomsten en toetskeuzes.

Thema 5 Passende en goede onderwijsfaciliteiten: Ateliers

Voornemens
Om de toekomstige situatie te bewerkstelligen vormt de hogeschool een blended omgeving: een omgeving met zowel een fysieke als virtuele (digitale) omgeving om te leren en om samen te werken, die modern en flexibel is ingericht. In de ontwikkeling van de fysieke voorzieningen staat de positieve bijdrage van het realiseren van communities en ateliers centraal.
Het ontwikkelen van een methodiek voor het bepalen van de omvang van nieuw aan te trekken ruimte en de verdeling van al beschikbare onderwijsruimte, waarbij rekening wordt gehouden met het verschil tussen (met name) theoretisch dan wel praktijkgerichte curricula.
Het ontwikkelen en uitrollen van een ruimtemanagementsysteem (RMS-app) die medewerkers én studenten inzicht biedt in de beschikbaarheid, vindbaarheid en toegankelijkheid van ruimtes.

Doelstellingen eind 2024
Een ruimtemanagementsysteem (RMS-app), die medewerkers én studenten inzicht biedt in de beschikbaarheid, vindbaarheid en toegankelijkheid van ruimtes en de mogelijkheid biedt om ruimtes digitaal te reserveren.
Eén of meer herkenbare ateliers voor elke opleiding en één eigen herkenbare fysieke ruimte voor elke academie. Inrichting van ateliers voor de studiejaren 1 en 2, die specifiek binnen de opleiding worden gebruikt. Inrichting van ateliers voor de studiejaren 3 en 4, die interdisciplinair worden gebruikt.
Een jaarlijkse herijking van de verdeling van ateliers op basis van een heldere ruimtenorm.
Eind 2024 realiseren we ongeveer tweehonderd ateliers: opleidingsateliers, academieateliers en breed inzetbare ateliers.

Realisatie tot en met 2023
Ruimtenormering
Nu het ruimtemanagementsysteem de rapportages voor de bezetting kan draaien, zijn er analyses gemaakt. Op basis van de bezettingscijfers zal komende jaren het gebruik van de onderwijsruimten worden gemonitord en de ruimteverdeling daar waar nodig worden bijgesteld.
Ateliers
Het onderwijs heeft nog wel behoefte aan ruimten waar grote groepen les kunnen krijgen. Daarom hebben de verouderde hoorcollegezalen in Leeuwarden een upgrade gekregen, waarbij er een link is gelegd met lokale kunstenaars.
Op het centrale plein op onze campus in Leeuwarden is het Wikkelhuis geplaatst. Het Wikkelhuis biedt onderkomen als mobiel in te zetten atelier. In Meppel is een nieuw pand aan de Schaperstraat naast ons bestaande pand gehuurd om ook onze internationale lerarenopleiding ITESS in Meppel te kunnen huisvesten. Op deze manier is in Meppel een internationale ITE campus tot stand gekomen. Het pand is gemoderniseerd en vormgegeven op basis van ons beeldkwaliteitsplan. In het pand zijn zeven ateliers gerealiseerd.
Ruimtemanagementsysteem
In 2023 is het programma Officebooking verder doorontwikkeld en uitgerold over meer ruimten op diverse locaties. Zo is onze nieuwe locatie aan de Schaperstraat in Meppel toegevoegd aan het programma, zijn er meer displays geplaatst om inzicht te geven in de beschikbaarheid van diverse ruimten en is in Leeuwarden een pilot gestart met Wayfinding. Met behulp van de Wayfinding module binnen het programma Officebooking is het mogelijk om via de app de route naar de gewenste ruimte te bepalen.

Thema 6 - Verdere professionalisering van docenten

Het doel van dit thema is om een bijdrage te leveren aan de verdere professionele ontwikkeling van docenten, gericht op het geven van goed onderwijs binnen de context van het DBE-onderwijsconcept met al haar facetten. Hierna aan te refereren als Trainingen in DBE-onderwijs.

Doelstelling eind 2024
NHL Stenden hogeschool richt zich op gepersonaliseerd, flexibel, meer digitaal en internationaal georiënteerd onderwijs. Hierbij ligt de nadruk op individuele begeleiding van studenten, gericht op een responsieve houding. Daarom werken we aan docentkwaliteit, door te investeren in professionalisering gericht op de doelstelling.
Wat moet ons dit opleveren
Het effect voor de student moet blijken uit de waardering van studenten voor:

  • de begeleiding van de student door de docent;
  • de didactische vaardigheden van de docent;
  • de aansluiting van de docent op de vragen en leerbehoeftes van individuele studenten.
  • de betrokkenheid van de docent bij de beroepsloopbaan van de student;

Deze effecten worden gemeten tijdens interne evaluaties door de eigen opleidingen en extern door deelname aan de NSE.

Realisatie tot en met 2023
Eind 2023 heeft 62% van de vaste docenten deelgenomen aan een training gericht op DBE en de veranderende rol van docenten. Deelname kan gericht zijn op een individuele - of teamvraag. Worden de docenten met een tijdelijk contract ook meegeteld, dan gaat het om 75%. Deze categorie wordt pas meegenomen in de totaaltelling als ze een dienstverband voor onbepaalde tijd krijgen.
Daarnaast heeft 78% van de docenten van de doelgroep (vast dienstverband) een certificering ‘digitale didactiek’ behaald. We lopen hiermee iets achter op de doelstelling en dit wordt met name veroorzaakt door een hoger personeelsverloop dan verwacht.
Onderzoekend vermogen: Op de onderwerpen internationalisering en onderzoek is gestart met een onderzoek om in 2024 passende leerlijnen te kunnen ontwikkelen voor docenten, passend binnen de context van DBE en met het oog op de begeleiding van beroepsproducten.
Door de afschaffing van het bindend studieadvies en het doel om de studieduur van studenten zoveel mogelijk nominaal te houden, wordt het belang van het nauwgezet begeleiden van studenten door docenten nog sterker ervaren. MyAcademy heeft in samenwerking met thema 4 van de Kwaliteitsafspraken de professionalisering op het gebied van Studie-coaching doorontwikkeld en uitgebreid.

Inzet studievoorschotmiddelen

In 2021 hebben we het plan 'Verder leren in kwaliteit' bijgesteld. Dit is vastgelegd in een addendum en daarmee heeft onze medezeggenschapsraad ingestemd. Belangrijkste bijstelling betrof de verschuiving van budget van thema’s 4 en 6 naar thema 1. Er zit een oploop in de studievoorschotmiddelen die via de rijksbijdrage van het Ministerie van OCW ontvangen wordt. In het macrokader loopt de reeks van € 120 miljoen in 2019 op tot € 410 miljoen in 2024. Ons budget volgt de meerjarenbegroting zoals opgenomen in het plan 'Verder leren in kwaliteit' en de bijstelling daarvan in het addendum (begin 2021).

Er is afgesproken dat binnen een thema middelen naar voren of naar achteren geschoven kunnen worden in de tijd. Thema 5 toont een overbesteding (onderdeel 2, Digitale Hogeschool), één van de deelprojecten is in 2023 mede gefinancierd vanuit eigen middelen. Per saldo loopt het project hiermee binnen de kwaliteitsafspraken wel in de pas. De thema’s blijven over de gehele looptijd binnen het budgettaire kader zoals vastgesteld in het hiervoor genoemde addendum. Enige bijstelling betreft indexatie van de rijksbijdrage.

Kwaliteitsafsprakenbudget 2019-2023
In onderstaande tabellen is bij ‘budget’ de bijstelling op basis van het addendum opgenomen. De begroting en de financiële exploitatie tot en met 2021 zijn per thema zichtbaar in onderstaande tabel:

Tabel: Kwaliteitsafsprakenbudget 2019-2021

Voor de verantwoording over 2019, 2020, 2021 en 2022 verwijzen we naar de betreffende jaarverslagen. Inhoudelijke voortgang op de projecten in 2023 is beschreven in voorgaande paragrafen.
De volgende tabel toont de begroting en exploitatie van de jaren 2022 en 2023 en eveneens de cumulatieve saldi tot en met verslagjaar 2023:

Tabel: Kwaliteitsafsprakenbudget 2022, 2023 en cumulatief

Zichtbaar is dat we tot en met 2023 meer middelen hebben ingezet dan gebudgetteerd. Dit zorgt ervoor dat we in het jaar 2024 hebben bijgesteld. Dat wordt beschreven in de volgende paragraaf.

Kwaliteitsafsprakenbudget 2019-2024
Onderstaande tabel toont het financiële overzicht voor de kwaliteitsafspraken over de gehele periode, van 2019 tot en met 2024. De eerste vijf jaren zijn afgerond en voor het komende jaar hebben we de te besteden bedragen vanuit de studievoorschotmiddelen inzichtelijk gemaakt. Voor het totale KA-budget (studievoorschotmiddelen 2019-2024) hebben we de meest actuele stand gebruikt, namelijk de eerste rijksbijdragebrief voor 2024. Het totale plaatje ziet er als volgt uit:

Tabel: Kwaliteitsafsprakenbudget 2019-2024

Over de planperiode van de kwaliteitsafspraken worden alle studievoorschotmiddelen ingezet om de gestelde doelen te bereiken. Vanuit eigen middelen is eveneens een budget toegekend en dat zorgt voor een lichte overschrijding.
Alle bedragen in bovenstaande tabellen zijn weergegeven in duizendtallen. Een gedetailleerde weergave van begrote en gerealiseerde uitgaven per thema over de jaren 2019-2024 is opgenomen in bijlage 6.