College van Bestuur

Het College van Bestuur aan het woord
Marc Otto:
“Als ik terugkijk op 2025 hebben we als hogeschool best een heel goed jaar achter de rug. Zo valt de krimp van studentenaantallen mee, staan we opnieuw hoog in de keuzegids en waren alle visitaties meer dan goed. Daarbij is onderzoek een steeds substantiëler deel van ons pakket en kunnen we samen met onze betrokken partners echt wat voor de regio betekenen.
De aangekondigde bezuinigingen wierpen wel een schaduw over 2025, maar met de komst van een nieuw kabinet lijkt de basis weer positiever. Er wordt gesproken over het hbo als ruggengraat van de toekomstige beroepsprofessionals. Positief is ook dat er een stabielere financiering in het verschiet ligt, waarbij we minder afhankelijk zijn van het aantal studenten. Dat vermindert ook de concurrentiedruk tussen hogescholen onderling. Ook is er geld beschikbaar voor het Nationale Plan Beethoven. Hier in het Noorden, onder de vlag van de Universiteit van het Noorden, zetten we ons in om talent versneld op te leiden voor de semiconindustrie.
Wendbaarheid, dat we als thema gekozen hebben voor dit jaarverslag, is voor onze studenten als toekomstige professionals van belang, maar ook voor onze organisatie. Hoe kun je het vermogen om ontwikkelingen tijdig waar te nemen en hier adequaat naar te handelen, verder versterken?
Een persoonlijke anekdote hierover: Toen we na de aangekondigde bezuinigingen met het voltallige management bij elkaar waren, vreesde ik best een beetje voor de reacties. Ik dacht dat er wellicht stevig leiderschap nodig was, maar er heerste een collectieve sfeer van: hier staan we voor en we komen er wel uit. Het verraste me dus hoe wendbaar en weerbaar we zijn. Er is veel vrijwillige mobiliteit op gang gekomen, mensen die best eens een andere plek binnen de hogeschool wilden ontdekken. Sowieso is er binnen alle lagen van de hogeschool-organisatie grote animo om iets nieuws te leren.
De ambities uit ons Strategisch Instellingsplan 2025-2030 blijven fier overeind: de focus op de regio en de brede welvaart, de internationale focus en samenwerking. We zijn tevreden met de financiële situatie dat we ruim vijf miljoen in de plus staan, de komende jaren hebben we daardoor een zachtere landing. Dit resultaat toont ook aan dat de maatregelen die we genomen hebben effect hebben.
Multidisciplinaire samenwerkingen zijn erop gericht een krachtige innovatieve regio te zijn en te blijven, waarbij onze maatschappelijke rol leidend is. Onze lectoraten doen samen met studenten, bedrijven, overheden en maatschappelijke organisaties praktijkgericht onderzoek en ontwikkelen slimme oplossingen voor real-life vraagstukken. Een voorbeeld is het project Versterking Maritiem Onderwijs, dat samen met andere maritieme onderwijsinstellingen het maritiem onderwijs gaat versterken en toekomstbestendig maken. Het is onderdeel van het Maritiem Masterplan, dat als doel heeft de maritieme energietransitie te versnellen door het ontwikkelen, bouwen en toepassen van betrouwbare en klimaatneutrale schepen binnen een cyclische innovatieketen. Ook werken we met ons kersverse lectoraat Bestuur, Veiligheid en Ondermijning samen met politie, justitie en overheden om ondermijnende praktijken in Noord-Nederland te onderzoeken, net als de bestuurlijke en integrale aanpak ervan.
De veiligheidscampus in Assen, een samenwerking tussen het ministerie van Defensie, provincie, gemeente, RUG en NHL Stenden, is van groot belang voor de regio. Mooi in Drenthe is ook dat de campus in Meppel steeds meer vorm krijgt, vooral voor internationale studenten. En in Emmen is begonnen met de bouw van het vernieuwde kennis- en innovatiecentrum Greenwise, dat een samenwerking is met RUG, DC Terra, gemeente Emmen en provincie Drenthe. Het gaat om een brede campusontwikkeling waarin onder andere samengewerkt wordt aan circulaire plastics, groene energie en slimme maakindustrie.
Binnen het Onderwijsakkoord Fryslân positioneren het mbo, hbo en wo zich samen tot een stevige partner bij de ontwikkeling tot een krachtige innovatieve regio. Verder zetten we binnen de Universiteit van het Noorden als gezamenlijke kennisinstellingen in Noord-Nederland stappen om de uitdagingen op de arbeidsmarkt in een vergrijsde regio het hoofd te bieden. Met het Actieplan Leven Lang Ontwikkelen Noord-Nederland (ApLLON) geven we samen vorm en inhoud aan het leven lang ontwikkelen, met onder andere een traject omtrent biobased bouwen. Binnen het Beethoven-initiatief trekken hogescholen en universiteiten samen met de overheid op om internationale studenten naar Nederland te trekken in verband met de grote vraag naar goed opgeleid technisch talent in Nederland.
Het afgelopen jaar was Wim van de Pol tijdelijk lid van het college en in juli kwamen Evelyn Finnema en Carlo Segers het bestuur versterken. Op papier leek de match heel goed en dat pakte in de praktijk ook zo uit. Evelyn komt uit de wetenschappelijke hoek van Zorg & Welzijn en is daarbij al heel lang werkzaam hier op onze hogeschool. Carlo komt van Firda en heeft een sleutelrol gespeeld in de fusie tussen twee mbo’s. Binnen ons college liep het heel snel allemaal heel logisch.”
Evelyn Finnema:
“Wat mij na een paar maanden als lid van het College van Bestuur opvalt, is hoe ongelooflijk professioneel we als hogeschool zijn, met betrokken en bevlogen collega’s. Iedere dag als ik een van de gebouwen van onze hogeschool inloop en studenten en collega’s zie en spreek, denk ik: wat is dit toch een fantastische werkplek! We hebben een krachtige basis, waardoor wendbaarheid ook mogelijk is. Wendbaarheid is onze focus, vanuit de doelstelling dat we onszelf weerbaar maken. Zowel in het Strategisch Instellingsplan als in de profielen van de opleidingen zelf wordt wendbaarheid als een belangrijke vaardigheid gezien, dat is mooi om te zien. Dit hebben we ook nodig.
Zo moeten er in het portfolio de komende jaren een aantal scherpe keuzes op tafel komen, dat gaat niet zonder slag of stoot. Tegelijkertijd blijft er nog meer dan genoeg te kiezen voor studenten. Er komen kaders voor het aantal opleidingen en samenwerking tussen gelijksoortige opleidingen, met bijvoorbeeld een gemeenschappelijk basisjaar of basisjaren. In 2026 zijn er minder minoren en wordt meer ingezet op hogeschoolbrede samenwerking: er zijn zeven hogeschoolbrede minoren gekomen, zoals ondernemerschap of oriëntatie op het leraarschap. Dit zorgt er ook voor dat studenten buiten hun eigen vakgebied kunnen kijken, dit is een belangrijk onderdeel van ons onderwijsconcept DBE. Binnen regionale en landelijke afstemmingstafels zijn hogescholen bezig hun portfolio’s onderling beter af te stemmen. Het liefst zouden we deze afstemming nog wat breder neerzetten, of thematisch binnen bijvoorbeeld maritiem of educatie.
Verder zijn we als hogeschool maatschappelijk relevant. Wij doen ertoe in de regio, in onderwijs en onderzoek. We zijn steeds bewuster van ons belang voor de brede welvaart in de regionale omgeving. Ik kan hier vele voorbeelden van noemen, zoals de technische campus in Emmen of het onderzoek dat samen met het programma Leeuwarden Oost wordt uitgevoerd, het programma dat in twintig jaar tijd de oostelijke wijken van Leeuwarden wil verbeteren op met name armoedegebied. Ook RUN-EU en onze unieke Grand Tour wil ik graag noemen, waarbij studenten zich niet alleen zelf ontwikkelen, maar ook van betekenis zijn voor de omgeving waar ze naartoe gaan en waardevolle ontmoetingen hebben.
Het NHL Stenden-huis is op orde, maar natuurlijk valt er altijd wel iets te verbeteren. In onze eerste honderd dagen zagen Carlo en ik dat de doe-agenda binnen het bestuurlijke vaak dominant is en de denk-agenda nog versterking kan gebruiken. Wendbaarheid vraagt om onderbouwde besluitvorming, juist bij complexe en gevoelige dossiers. We zouden nog meer naar scenario-denken kunnen gaan, waarmee je keuzes afweegt en expliciet maakt. Dit is ook een volwassen fase in bestuurlijk handelen. Ik kom uit de wetenschap en zit nu op een positie waarin we grote besluiten nemen die impact hebben op individuen. Een zoektocht en ook persoonlijke missie is om daarin oog te blijven houden voor het individu.”
Carlo Segers:
“Het eerste halfjaar heb ik alléén maar betrokken en loyale collega’s ontmoet. Natuurlijk zien we allerlei ontwikkelingen en hebben we met uitdagende omstandigheden te maken, maar toch wordt dit alles met werkplezier gedragen. Dat hebben we ook nodig voor de komende jaren. En dit is bovendien ook wat we jongeren willen laten zien. Het werken vanuit welbevinden en betrokkenheid zijn wat mij betreft belangrijke pijlers binnen onze hogeschool.
Wat we de studenten willen meegeven in hun opleiding, willen we expliciet ook een plek geven in onze organisatie, met de Design Based Way of Working. Dit gaat om de principes van Design Based Education (DBE): een multidisciplinaire aanpak, internationaal & intercultureel, ontwerpgericht, persoonlijk leiderschap en duurzame ontwikkeling. Om oplossingen te vinden voor complexe vraagstukken in onze samenleving en bij te dragen aan duurzame ontwikkeling is een andere manier van denken en werken nodig: een vindingrijke, grensverleggende en verbindende manier van werken. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het smeden van niet voor de hand liggende coalities in onderzoek en onderwijs. De herijking van onze besturingsfilosofie is erop gericht onze strategie en design based way of working mogelijk te maken.
Om wendbaar te kunnen zijn, moet je draagkracht hebben. Om bezuinigingen aan te kunnen en intussen goede kwaliteit onderwijs te blijven geven en impact te hebben op je regionale omgeving. En dat doen we. Onze kracht ligt in samenwerking, zowel intern als extern. In onze 100-dagen analyse hebben we wendbaarheid als een samenbindend principe gezien. Deze reflectie heeft zichtbaar gemaakt waar we al wendbaar zijn en waar nog gerichte versterking nodig is. De komende jaren kunnen we onze wendbaarheid verder uitbouwen: als bestuurlijke opgave, in sturing, in werkprocessen, in cultuur en positionering. Dat betekent onder andere dat we wendbaarheid nog meer willen combineren met richting en focus. Een volwassen wendbaarheid betekent bijvoorbeeld ook het vermogen om moeilijke keuzes niet uit te stellen. Aan de andere kant hoeft ook niet alles meteen opgelost te worden, als je het maar expliciet maakt.
Een plan dat concreet klaarligt voor dit jaar is dat van digitalisering. Flexibilisering van het onderwijs en cybersecurity zijn onder andere aanleiding hiervoor. Een team van interne mensen zorgt ervoor dat dit komend jaar tot uitvoering komt.”
