Spring naar inhoud
Vuurmier

Onderwijs

Vlottende vuurmieren - Samen blijven ze drijven. Elk lichaam telt wanneer vuurmieren hun nest verplaatsen naar veilig land.

Onderwijs

Wendbaarheid

Charissa van de Beek-van het Ende is trainer bij ECNO

Charissa van de Beek“Van het Pedagogisch Didactisch Getuigschrift (PDG)-traject in Zwolle ben ik overgestapt naar het ECNO in Groningen. De aanleiding was dat de samenwerking tussen NHL Stenden en Deltion College stopte. In het kader van regionale afspraken wordt het PDG-traject na de zomer namelijk door Windesheim hogeschool gegeven. Mogelijk zou ik naar de PDG/Ad Didactisch Educatief Professional (DEP) in Leeuwarden of Groningen kunnen overstappen, maar dat was nog onzeker, dus ik ging om me heen kijken. Op dat moment hoorde ik van een collega bij ECNO dat er een vacature vrijkwam.

Ik werd gelukkig aangenomen en het voelde gewoon helemaal passend. In deze rol kom ik helemaal tot mijn recht. Ik heb een groot hart voor leren en didactisch coachen. De doelgroep bij het ECNO is veel breder. Van alleen het scholen van mbo-professionals ga ik nu scholing geven aan docenten binnen het primair, voorgezet, middelbaar beroeps- en hoger onderwijs.

Intussen loop ik al mee met collega’s en heb ik een mentortraining gegeven, een onderwerp dat me goed ligt. En ik ga ook een master pedagogiek starten als ik een lerarenbeurs krijg. Ik ben iemand die graag inspeelt op kansen en flexibel is. Gezien de veranderende wereld vind ik dat ik bij moet blijven. Straks moet ik wel verder reizen voor mijn werk, want ik blijf in de regio Zwolle wonen. Eigenlijk vind ik het erg wendbaar van mezelf dat ik deze kaders heb losgelaten.”

Design Based Education

In 2024 heeft het lectoraat Design Based Education (DBE) in opdracht van het CvB onderzoek gedaan naar de effectiviteit van DBE. De belangrijkste inzichten vanuit dit onderzoek zijn meegenomen in de herijking van het onderwijsbeleid waarin het concept DBE verder is uitgewerkt. Als NHL Stenden hebben we ook in 2025 blijvend ingezet op de ontwikkeling en doorontwikkeling van DBE in de opleidingen. In het onderwijsbeleid is DBE verrijkt met een uitwerking van de inner development goals. Deze uitwerking helpt de opleidingen meer invulling aan persoonlijk leiderschap te geven. Ook is er gewerkt aan nadere duiding van design thinking en met name in relatie tot de beroepsproducten.

In 2025 zagen we de verdere doorvoering van beroepsproducten, ook in de eindwerken ter vervanging van de eerdere scripties en afstudeeronderzoeken. De komst van AI en de inzet van design thinking maken dat opleidingen kijken naar de wijze waarop de individuele inzet van de student getoetst kan worden. In de toetsprogramma’s wordt vaker gewerkt met assessments, criteriumgerichte interviews en andere vormen van ‘performance assessment’ om de validiteit en betrouwbaarheid van toetsen op niveau te houden. De volgende iteratie van de invoering van DBE was het afgelopen jaar vooral de verbetering van de toetsing: meer formatief handelen en robuustere toetseenheden. De ontwikkeling van DBE in de opleidingen vraagt om onderwijskundig leiderschap van de teamleiders. Om hen daarin goed te faciliteren is in samenwerking met MyAcademy een leergang voor hen opgericht.

Tot slot zagen we ook in 2025 dat visitatiepanels, zowel intern als vooral extern, DBE erkennen als een werkend onderwijsconcept dat aansluit bij de beroepspraktijk en de behoeften van studenten. Daarbij slagen we er als hogeschool in de kwaliteit van alle in 2025 gevisiteerde opleidingen aan te tonen (geen enkel hersteltraject).

Portfolio

In 2025 is aandacht uitgegaan naar het toekomstbestendig maken van het portfolio, waartoe een hogeschoolbreed programmateam portfolio is ingericht. Dit programmateam kreeg drie opdrachten: de rationalisatie van het minorenportfolio, het toekomstbestendig maken van het opleidingenportfolio en later ook het onderzoeksportfolio. Er is door het programmateam een minorenkader opgeleverd dat aan de academies inhoudelijke kaders biedt voor de vaststelling van het minorenaanbod naast kwantitatieve criteria (minimum aantal studenten), zodat het aanbod passender wordt bij de vraag. Per CvB-besluit wordt het aantal minoren vastgesteld zodat hierin een efficiencyslag wordt gemaakt en er hogeschoolbreed meer regie op het aanbod is. Een ander aspect van de opdracht rond de minoren betrof de realisatie van zeven hogeschoolbrede minoren: elke academie is eigenaar van een minor die past bij de thematiek van de academie en zorgt voor samenwerking met bestaande minoren vanuit andere academies. Deze minoren zullen ook wat meer geprofileerd worden op bijvoorbeeld de minorenmarkt. In 2025 heeft de planvorming plaatsgevonden en in 2026 zullen deze minoren vanaf september aangeboden gaan worden aan studenten.

Naar analogie van het minorenkader is aan het eind van 2025 ook een concept-portfoliokader opgesteld. Hierin zijn kwalitatieve en kwantitatieve criteria (boas: betaalbaar, organiseerbaar, accrediteerbaar en studeerbaar) opgenomen die als eerste zullen worden ingezet bij de uitvoering van de nulmeting van het opleidingenportfolio in 2026. In 2025 is door de Vereniging Hogescholen een model opgezet waarin sectorbreed aan portfoliomanagement wordt gedaan om daarmee in samenwerking met OCW tot een optimalisatie van het landelijk opleidingenportfolio te komen. De voorbereidingen zijn gestart in 2025 en de realisatie hiervan zal in 2026 zijn.

Parallel hieraan was er voor het Engelstalig aanbod een separate route via de VH, via de werkgroep anderstalig aanbod, die ervoor zorgde dat nieuwe initiatieven met betrekking tot Engelstalige opleidingen eerst de goedkeuring van deze werkgroep moesten krijgen alvorens deze aan te bieden bij de Commissie Doelmatigheid Hoger Onderwijs (CDHO). Met de noordelijke instellingen samen overleggen we over een passend onderwijsaanbod, met name in het technisch domein.

Een overzicht van alle opleidingen binnen onze hogeschool is opgenomen in bijlage 4.

Aansluiting

Onze hogeschool werkt samen met instellingen voor voortgezet onderwijs, middelbaar beroepsonderwijs en hoger onderwijs binnen diverse regionale netwerken. Deze netwerken hebben tot doel de aansluiting en doorstroom tussen het voortgezet onderwijs, het mbo en het hbo te versterken. Dit gebeurt onder meer door het gezamenlijk uitvoeren van projecten die gericht zijn op het verbeteren van de kwaliteit van de doorstroom naar het hbo. Een deel van deze projecten is opgenomen in het Regionaal Ambitieplan (RAP) 2025. In 2025 richtten de ambities van het RAP zich op de thema's studievaardigheden, oriëntatie op het hbo (waaronder studiekeuze) en het versterken van netwerken tussen voortgezet onderwijs, mbo en hbo. Vanuit het RAP zijn middelen ingezet voor de ontwikkeling en implementatie van het aanbod voor nieuwkomers. In 2025 zijn de RAP-projecten afgerond. De projecten zijn daarbij óf verduurzaamd en ingebed in de staande organisatie, óf beëindigd.

In 2025 is een format ontwikkeld voor een schooldossier voor vo-scholen, ter ondersteuning van een zorgvuldige en soepele overgang naar het hbo. In dit schooldossier vindt een vo-school relevante informatie over de doorstroom van de vo-school naar het ho-onderwijs. Verder is in 2025 het aantal havo-scholen, waarmee wordt samengewerkt in het kader van het Praktijkgericht programma (havo-p), uitgebreid.

In 2025 is verder gewerkt aan de uitvoering van Vabok-projecten (Versterking Arbeids Beroeps Kolom). Doel van deze projecten is de instroom en uitval respectievelijk te bevorderen en te verminderen in sectoren die gerekend worden tot de tekortsectoren.

Honours

Het Honoursprogramma, een extracurriculair traject waarmee studenten een extra uitdaging aangaan en meer uit hun studie kunnen halen, is in 2025 opnieuw succesvol gebleken. In 2024 is het programma vernieuwd. Nu studenten de mogelijkheid hebben om iedere moduleperiode te beginnen, zien we een continue stijging in het aantal deelnemers aan het programma. Begin 2025 waren er 46 studenten, in 2025 is dat aantal toegenomen met 99 tot 145 actieve studenten. Het aantal afvallers is significant afgenomen en beperkt tot negen. De redenen om voortijdig te stoppen is gelegen in de tijdsinvestering.

Het programma wordt op onze locaties Leeuwarden, Emmen en Meppel aangeboden. In 2025 waren er zeven medewerkers werkzaam binnen het programma voor in totaal 1,3 Fte. Het Honoursprogramma heeft in 2025 afscheid moeten nemen van haar vaste leslocatie, het X-Lab. Uit de evaluatiegesprekken met studenten blijkt dat het ontbreken van een vaste ontmoetingsruimte ook buiten de geplande sessies als een gemis wordt ervaren. Opleidingen toonden in 2025 meer interesse in de modules van Honours en onderzoeken de mogelijkheid om onderdelen in de eigen vrije ruimte op te nemen.

Lang Leven Ontwikkelen

Het jaar 2025 stond in het teken van doorwerken aan de extern gefinancierde projecten en programma’s in het kader van de LLO-Katalysator. De nieuwe ontwikkelingen vragen iets van bedrijfsvoering en de niet-WHW-werkgroep heeft zich onder andere gericht op het proces van facturatie maar ook op andere operationeel-juridische facetten van de uitvoering van onbekostigd onderwijs. Een voorbeeld hiervan is de voorbereiding van een besluit over de hogeschoolbrede verwerking van microcredentials.

In het onderdeel Wendbaar georganiseerd onderwijs van het programma Npuls leverden we een actieve bijdrage aan ‘Samen verder bouwen aan microcredentials in het hbo en wo’, de GetConnected-regeling (Kies-op-Maatminoren) en de verdere realisatie van het Center for Teaching and Learning (CTL), waarover later meer.

De wet Leeruitkomsten trad in werking en is in het Onderwijs-en Examenreglement opgenomen. In het nieuwe studiejaar werken we toe naar een verdere integratie van het OER WHW en de OER Wet Leeruitkomsten.

Wendbaarheid

Marjolein Tijpens-van Katwijk is docent en studieadviseur bij Technische Bedrijfskunde en coördinator stage en eindassessment bij Leisure en Eventmanagement.

Marjolein Teppens-van Katwijk“Als ik te lang hetzelfde doe ga ik me vervelen en op de automatische piloot. Eerst werkte ik vijf jaar als docent bij Technische Bedrijfskunde (TBK) op de ‘ouderwetse’ manier, nu sinds vijf jaar volgens de DBE principes. Nog altijd vind ik het geweldig. Ik wil dan ook niet weg bij TBK, maar wel graag iets anders erbij doen. Ter vervanging van zwangerschap ben ik nu twee dagen coördinator stage en eindassesment bij Leisure en Eventmanagement. Ook ben ik provocatief coach en geef ik workshops, onder andere over humor, binnen en buiten onze hogeschool. Dit past helemaal bij me. Als deze tijdelijke functie is afgelopen sta ik weer bij het Carrier Development Center, want mijn droom is om mijn carrière zo te blijven vormgeven.

Ik ben van het wendbare soort en het is goed dat wendbaarheid binnen onze hogeschool gestimuleerd wordt, ook al kun je het niet van iedereen verwachten. Er zijn ook mensen die goed gedijen als ze 25 jaar op dezelfde plek zitten. Een tijdje iets anders of soortgelijks gaan doen bij een andere academie kan je persoonlijk veel opleveren en ook geeft het heel zinvolle cross-over verbanden. Als medewerkers zijn we erg veel op onze eigen academies gericht.

Als hogeschool weet je, in tegenstelling tot vroeger, niet voor welke functies je studenten opleidt. Wat er over vijf tot tien jaar van ze wordt gevraagd. Adaptatievermogen, dat vind ik een passende term, wordt dan ook steeds meer van het onderwijs zelf gevraagd en de vraag voor studenten wordt simpel gezegd: waar ben je goed in, en waar niet?”

Center for Entrepeneurship

In 2025 vierde het Center for Entrepreneurship (CfE) haar vijfjarig bestaan. In deze periode heeft onze hogeschool een stevige positie opgebouwd binnen de relevante regionale ecosystemen. Met gemiddeld ongeveer zeventig startende student-ondernemingen per jaar leveren wij een aantoonbare bijdrage aan de economische ontwikkeling van de regio.

Het investeringsklimaat in Nederland staat onder druk. In vergelijking met de wereldwijde ontwikkeling blijft het aantal startende, innovatieve bedrijven achter. Deze trend benadrukt het belang van het stimuleren van ondernemerschap. In Noord-Nederland kunnen hogescholen een wezenlijke bijdrage leveren aan het keren van deze ontwikkeling. Onze hogeschool heeft daarom in 2025 het begeleiden en opleiden van ondernemende studenten verder versterkt. De regio biedt voldoende kansen om startende bedrijven een duurzame toekomst te geven.

Om studenten gericht toe te leiden naar ondernemerschap inspireert NHL Stenden jaarlijks ongeveer 2.300 studenten. Naast het reguliere aanbod, zoals ondernemerschapsminoren en -opleidingen, namen ongeveer 750 studenten deel aan de extra-curriculaire programma’s van het CfE. In 2025 is het extra-curriculaire aanbod verder gecompleteerd. Met de doorontwikkeling van het CfE nemen wij een toonaangevende positie in binnen de regio.

In de komende jaren werkt het CfE toe naar een rol als regionaal expertisecentrum. Dit vraagt, naast een solide financiële basis en een compleet en goed functionerend team, om blijvende aandacht voor de kwaliteit en brede verankering van passend ondernemerschapsonderwijs binnen NHL Stenden. Verder streven we naar een grotere bekendheid van deze faciliteiten onder studenten. Daarbij is met name de verdere integratie binnen techniek- en innovatiegerichte opleidingen van groot lokaal en regionaal belang. Verder zal het CfE waar mogelijk ook activiteiten ontplooien voor ondernemend Noord-Nederland buiten de hogeschool.

Center for Teaching & Learning

In een Center for Teaching & Learning (CTL) kunnen docenten terecht voor ondersteuning bij het vernieuwen van hun onderwijs. Alle publieke mbo-scholen, hogescholen en universiteiten ontwikkelen een CTL op een manier die past bij de eigen context, structuur en cultuur. Onze hogeschool is in september 2024 gestart met de ontwikkeling van een CTL, in samenwerking met partners in het Noorden. In het ontwikkelteam nemen collega’s van de diensten DLWO, HRM en OOI en vertegenwoordigers vanuit academies deel. De eerste fase wordt vooral gebruikt om te verkennen wat de rol van het CTL is en welke samenwerkingen er binnen de hogeschool gevormf kunnen worden. Het CTL verbindt onderwijsontwikkeling met professionalisering en digitale transformaties. Een mooi resultaat is het aanbod van workshops rond het thema AI en toetsing. Deze workshops zijn in groten getale afgenomen door opleidingen, gezien ook de actualiteit van het onderwerp.