Algemeen
1.1 Jaarrekening
De geconsolideerde jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met de bepalingen van de Regeling jaar verslaggeving onderwijs, Titel 9 Boek 2 BW, en Hoofdstuk 660 van de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving en de stellige uitspraken van de overige hoofdstukken van de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving, uitgegeven door de Raad voor de Jaarverslaggeving en met de bepalingen van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (‘WNT‘).
1.2 Vestigingsadres en inschrijving handelsregister
De Stichting NHL Stenden Hogeschool heeft haar statutaire zetel in de gemeente Leeuwarden en is feitelijk gevestigd aan de Rengerslaan 10, 8900 CB Leeuwarden. De Stichting NHL Stenden Hogeschool is ingeschreven bij het handelsregister van de Kamer van Koophandel onder nummer 41002686.
1.3 Schattingen en vergelijking met voorgaand jaar
Bij toepassing van de grondslagen en regels voor het opstellen van de jaarrekening vormt het bestuur van de Stichting NHL Stenden Hogeschool zich verschillende oordelen en schattingen die essentieel kunnen zijn voor de in de jaarrekening opgenomen bedragen. Indien het voor het geven van het in artikel 2:362 lid 1 BW vereiste inzicht noodzakelijk is, is de aard van deze oordelen en schattingen inclusief de bijbehorende veronderstellingen opgenomen bij de toelichting op de desbetreffende jaarrekeningposten.
De gehanteerde grondslagen van waardering en van resultaatbepaling zijn ongewijzigd ten opzichte van het voorgaande jaar.
Geconsolideerde balans per 31 december 2024
(na voorgestelde resultaatsbestemming) (x € 1.000)
| Activa | 31 december 2024 | 31 december 2023 | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Vaste activa | ||||||
| 1.1.2. | Materiële vaste activa | |||||
| 1.1.2.1. | Bedrijfsgebouwen en terreinen | 122.595 | 122.306 | |||
| 1.1.2.2. | Inventaris en apparatuur | 42.232 | 44.440 | |||
| 1.1.2.3. | In uitvoering en vooruitbetalingen | - | - | |||
| 1.1.2.4. | Egalisatierekening | -5.141 | -5.354 | |||
| 159.686 | 161.392 | |||||
| 1.1.3. | Financiële vaste activa | |||||
| 1.1.3.2. | Andere deelnemingen | 184 | 184 | |||
| 1.1.3.3. | Overige langlopende vorderingen | 110 | 15 | |||
| 294 | 199 | |||||
| Totaal vaste activa | 159.980 | 161.591 | ||||
| 1.2.1. | Voorraden | 106 | 106 | |||
| 1.2.2. | Vorderingen | |||||
| 1.2.2.1. | Debiteuren | 1.835 | 3.020 | |||
| 1.2.2.11. | Belastingen en premies sociale verzekeringen | 152 | 142 | |||
| 1.2.2.15. | Overige kortlopende vorderingen en overlopende activa | 12.513 | 11.139 | |||
| 14.500 | 14.301 | |||||
| 1.2.4 | Liquide middelen | 64.780 | 56.905 | |||
| Totaal vlottende activa | 79.386 | 71.312 | ||||
| Totaal activa | 239.366 | 232.903 |
| Passiva | 31 december 2024 | 31 december 2023 | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| 2.1. | Eigen vermogen | 95.192 | 90.930 | |||
| 2.2. | Voorzieningen | |||||
| 2.2.1. | Personele voorzieningen | 19.644 | 16.874 | |||
| 2.3. | Langlopende schulden | |||||
| 2.3.1. | Schulden aan kredietinstellingen | 38.588 | 42.386 | |||
| 2.4. | Kortlopende schulden | |||||
| 2.4.3. | Kredietinstellingen | 3.797 | 4.110 | |||
| 2.4.8. | Crediteuren | 6.698 | 7.544 | |||
| 2.4.9. | Belastingen en sociale voorzieningen | 10.527 | 10.409 | |||
| 2.4.10. | Schulden terzake van pensioenen | 2.814 | 2.618 | |||
| 2.4.12. | Overige schulden en overlopende passiva | 62.106 | 58.032 | |||
| 85.942 | 82.713 | |||||
| Totaal passiva | 239.366 | 232.903 |
Geconsolideerde staat van baten en lasten over 2024
| 2024 | Begroting 2024 | 2023 | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| 3. | Baten | |||||
| 3.1 | Rijksbijdragen | 210.817 | 208.541 | 211.678 | ||
| 3.2 | Overheidsbijdragen / subsidies overige overheden | 11.283 | 9.937 | 9.153 | ||
| 3.3 | (Wettelijke) college-, cursus-, les- en examengelden | 53.578 | 53.813 | 50.020 | ||
| 3.4 | Baten werk in opdracht van derden | 10.884 | 10.121 | 9.360 | ||
| 3.5 | Overige baten | 7.400 | 5.385 | 7.173 | ||
| Totaal baten | 293.962 | 287.797 | 287.384 | |||
| 4. | Lasten | |||||
| 4.1 | Personeelslasten | 222.009 | 216.706 | 210.981 | ||
| 4.2 | Afschrijvingen | 14.235 | 14.534 | 13.910 | ||
| 4.3 | Huisvestingslasten | 12.812 | 11.338 | 13.299 | ||
| 4.4 | Overige lasten | 42.267 | 45.950 | 42.871 | ||
| Totaal lasten | 291.323 | 288.528 | 281.061 | |||
| Saldo baten en lasten | 2.639 | -731 | 6.323 | |||
| 5. | Financiële baten en lasten | 1.600 | 731 | 944 | ||
| Resultaat uit gewone bedrijfsuitoefening voor belastingen | 4.239 | - | 7.267 | |||
| 6. | Belastingen | 12 | - | 12 | ||
| 7. | Resultaat uit deelnemingen | - | - | - | ||
| Resultaat na belastingen | 4.251 | - | 7.279 |
Geconsolideerd kasstroomoverzicht 2024
| 2024 | 2023 | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| Kasstroom uit operationele activiteiten | |||||
| Saldo baten en lasten | 2.639 | 6.323 | |||
| Aanpassingen voor: | |||||
| - 4.2. Afschrijvingen | 14.235 | 13.910 | |||
| - 2.2. Mutaties voorzieningen | 2.770 | 1.811 | |||
| 17.005 | 15.721 | ||||
| Verandering in werkkapitaal: | |||||
| - 1.2.1. Voorraden | - | 33 | |||
| - 1.2.2. Vorderingen | -199 | -5.540 | |||
| - 2.4. Kortlopende schulden | 3.446 | 6.364 | |||
| 3.247 | 857 | ||||
| Kasstroom uit bedrijfsoperaties: | |||||
| - 5.2. Ontvangen interest | 2.346 | 1.791 | |||
| - 5.2. Betaalde interest | -746 | -847 | |||
| - 6. Terug ontvangen vennootschapsbelasting | 12 | 12 | |||
| 1.612 | 956 | ||||
| Totaal kasstroom uit operationele activiteiten | 24.503 | 23.857 | |||
| Kasstroom uit investeringsactiviteiten | |||||
| - 1.1.2. Investeringen in materiële vaste activa | -12.497 | -13.338 | |||
| - 1.1.2. Desinvesteringen in materiële vaste activa | 64 | 1.283 | |||
| Totaal kasstroom uit investeringsactiviteiten | -12.433 | -12.055 | |||
| Kasstroom uit financieringsactiviteiten | |||||
| - 2.3. Aflossing langlopende schulden | -4.111 | -3.798 | |||
| - 1.1.3.3. Mutatie overige langlopende vorderingen | -95 | 4 | |||
| Totaal kasstroom uit financieringsactiviteiten | -4.206 | -3.794 | |||
| 2.1. Koers- en omrekeningsverschillen op vermogen deelneming | 11 | -98 | |||
| Mutatie liquide middelen | 7.875 | 7.910 |
| Het verloop van de geldmiddelen is als volgt: | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 56.905 | 48.995 | |||
| Mutatie | 7.875 | 7.910 | |||
| Stand per 31 december | 64.780 | 56.905 |
Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling
Activiteiten
De activiteiten van Stichting NHL Stenden Hogeschool, statutair gevestigd te Leeuwarden, bestaan voornamelijk uit het doen verzorgen en doen ontwikkelen van hoger beroepsonderwijs en het daarmee verband houdende of het daartoe bevorderlijke onderzoek.
Groepsverhoudingen
In de geconsolideerde jaarrekening zijn integraal verwerkt de financiële gegevens van het groepshoofd Stichting NHL Stenden Hogeschool, statutair gevestigd in de gemeente Leeuwarden en van haar groepsmaatschappijen waarin zij een overheersende zeggenschap heeft, te weten:
- Stichting Steunfonds NHL Stenden Hogeschool, te Leeuwarden
- NHL Stenden Hospitality Group B.V., te Leeuwarden
- Wyswert Beheer B.V., te Leeuwarden
- Stenden University Qatar B.V., te Leeuwarden
- Stenden University South Africa B.V., te Leeuwarden
- Educational Institute for Service Studies PTY Ltd, te Port Alfred (Zuid Afrika)
- Beheersorganisatie Kenniscampus Leeuwarden B.V. te Leeuwarden
- Kenniscampus Beheer B.V. te Leeuwarden
- Kenniscampus C.V. te Leeuwarden
De Stichting NHL Stenden Hogeschool bezit 50% van de aandelen in de Kenniscampus Beheer B.V. en heeft een direct belang in de Kenniscampus C.V. van 48%. Ook Wyswert Beheer BV bezit 50% van de aandelen in de Kenniscampus Beheer B.V. en heeft eveneens een direct belang in de Kenniscampus C.V. van 48%. Het resterende belang van 4% van de Kenniscampus C.V. is bezit van de Kenniscampus Beheer B.V. De Stichting NHL Stenden Hogeschool bezit daarnaast nog 50% van de aandelen in NHL Bedrijfsopleidingen ICT B.V., maar heeft daarin geen beslissende zeggenschap. De activiteiten van deze B.V. zijn al geruime tijd geleden beëindigd en de deelneming is afgewaardeerd tot nihil. Deze B.V. wordt daardoor niet opgenomen in de consolidatie.
Presentatie van cijfers
De bedragen in de jaarrekening, tabellen en toelichtingen zijn allen in duizenden Euro’s, tenzij anders aangegeven. Als gevolg van afrondingen zijn in een beperkt aantal gevallen geringe verschillen ontstaan in tellingen. Deze kleine afrondingsverschillen tasten de getrouwheid niet aan en zijn geen belemmering voor het verkrijgen van het vereiste inzicht. In de balans en de staat van baten en lasten zijn referenties opgenomen die verwijzen naar de genummerde toelichting.
Consolidatie
In de consolidatie van de Stichting NHL Stenden Hogeschool worden de financiële gegevens van de instelling opgenomen, samen met haar groepsmaatschappijen en andere instellingen waarop zij een overheersende zeggenschap kan uitoefenen of waarover zij de centrale leiding heeft. De geconsolideerde jaarrekening is opgesteld met toepassing van de grondslagen voor de waardering en de resultaatbepaling van de Stichting NHL Stenden Hogeschool.
Groepsmaatschappijen zijn rechtspersonen waarop de instelling overheersende zeggenschap, direct of indirect, kan uitoefenen doordat zij beschikt over de meerderheid van de stemrechten of op enig andere wijze de financiële en operationele activiteiten kan beheersen. Hierbij wordt tevens rekening gehouden met potentiële stemrechten die direct kunnen worden uitgeoefend op balansdatum.
De groepsmaatschappijen en andere rechtspersonen waarop de Stichting NHL Stenden Hogeschool een overheersende zeggenschap kan uitoefenen of waarover zij de centrale leiding heeft, worden in de consolidatie betrokken. De onderlinge verhoudingen en transacties worden hierbij geëlimineerd. Het eventuele aandeel van derden in het groepsvermogen en in het groepsresultaat wordt afzonderlijk vermeld. Deelnemingen worden niet betrokken in de consolidatie, wanneer daarop geen overheersende zeggenschap kan worden uitgeoefend (geassocieerde deelnemingen).
Een belang in een joint venture wordt proportioneel geconsolideerd. Van een joint venture is sprake, indien als gevolg van een overeenkomst tot samenwerking, de zeggenschap door de deelnemers gezamenlijk wordt uitgeoefend.
Intercompanytransacties, intercompanywinsten en onderlinge vorderingen en schulden tussen groepsmaatschappijen en andere in de consolidatie opgenomen rechtspersonen worden geëlimineerd, voor zover de resultaten niet door transacties met derden buiten de groep zijn gerealiseerd. Ongerealiseerde verliezen op intercompanytransacties worden ook geëlimineerd, tenzij er sprake is van een bijzondere waardevermindering. Waarderingsgrondslagen van groepsmaatschappijen en andere in de consolidatie opgenomen rechtspersonen zijn, waar nodig, gewijzigd om aansluiting te krijgen bij de geldende waarderingsgrondslagen voor de groep.
Verbonden partijen
Als verbonden partijen worden aangemerkt alle rechtspersonen waarop overheersende zeggenschap, gezamenlijke zeggenschap of invloed van betekenis kan worden uitgeoefend. Ook rechtspersonen, die overwegende zeggenschap kunnen uitoefenen, worden aangemerkt als verbonden partij. Ook de statutaire directieleden, andere sleutelfunctionarissen in het management van de instelling en nauwe verwanten zijn verbonden partijen. Transacties van betekenis met verbonden partijen worden toegelicht voor zover deze niet onder normale marktvoorwaarden zijn aangegaan. Hiervan wordt toegelicht de aard en de omvang van de transactie en andere informatie die nodig is voor het verschaffen van het inzicht. Voor een overzicht van de verbonden partijen wordt verwezen naar de toelichting op de geconsolideerde balans.
Pensioenen
De instelling heeft een pensioenregeling bij Stichting Bedrijfspensioenfonds ABP. Op deze pensioenregeling zijn de bepalingen van de Nederlandse Pensioenwet van toepassing en worden op verplichte of contractuele basispremies betaald door de instelling. ABP hanteert het middelloon als pensioengevende salarisgrondslag. ABP probeert ieder jaar de pensioenen te verhogen met de gemiddelde stijging van de lonen in de sectoren overheid en onderwijs. Wanneer de dekkingsgraad lager is dan 105 % vindt er geen indexatie plaats. De premies worden verantwoord als personeelskosten zodra deze verschuldigd zijn. Vooruitbetaalde premies worden opgenomen als overlopende activa indien dit tot een terugstorting leidt of tot een vermindering van toekomstige betalingen. Nog niet betaalde premies worden als verplichting op de balans opgenomen.
Voor toegezegde bijdrageregelingen betaalt de instelling verplichte, contractuele of vrijwillige basispremies aan pensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen. Behalve de betaling van premies heeft de instelling geen verdere verplichtingen uit hoofde van deze pensioenregelingen.
Ultimo 2024 had het ABP een dekkingsgraad van 111,9 % (ultimo 2023 110,5 %). De premie ten behoeve van de opbouw van de pensioenaanspraken bedraagt in 2024 27,5 % (in 2023 27,9 %) van het pensioengevend salaris, nadat deze is verminderd met de franchise van € 17.550 (2023 € 16.350).
Het pensioengevend salaris is in 2024 gemaximeerd op € 137.800 (2023 € 128.810). De jaarlijkse premie die voor rekening komt van de werkgever bedraagt in 2024 19,25 % (2023 19,53 %) van het pensioengevend salaris. De hoogte van de premie wordt jaarlijks vastgesteld door het bestuur van het bedrijfstakpensioenfonds op basis van de dekkingsgraad en de verwachte rendementen.
Het ABP heeft een herstelplan ingediend dat is gebaseerd op de stand ultimo 2022 en waaruit blijkt op welke manier het fonds de financiële situatie binnen een aantal jaren kan herstellen. Het uiteindelijke doel van dit plan is dat de dekkingsgraad eind 2032 minimaal 129,2% bedraagt. In het herstelplan zijn o.a. de volgende mogelijke maatregelen genoemd, die mede afhankelijk van de ontwikkeling van de dekkingsgraad, toegepast kunnen worden:
- Verlagen van de (huidige en/of toekomstige) pensioenuitkeringen (voor de jaren 2018 tot en met 2024 is deze maatregel niet toegepast)
- Het niet indexeren van de bestaande pensioenuitkeringen (voor de jaren 2023 en 2024 zijn de pensioenen wel geïndexeerd)
- Verbeteren van het rendement door aanpassen van de rekenrenten indien dit gerechtvaardigd is
Financiële instrumenten
Onder financiële instrumenten worden zowel primaire financiële instrumenten (zoals vorderingen en schulden), als afgeleide financiële instrumenten (derivaten) verstaan.
In de toelichting op de onderscheiden posten van de balans wordt de reële waarde van het betreffende instrument toegelicht als die significant afwijkt van de boekwaarde en benodigd is toe te lichten vanuit het geven van het vereiste inzicht.
Primaire financiële instrumenten
Voor de grondslagen van primaire financiële instrumenten wordt verwezen naar de behandeling per balanspost van de ‘Grondslagen voor de waardering van activa en passiva’.
Alle in de balans opgenomen financiële instrumenten zijn gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs.
Omrekening van vreemde valuta’s
Vorderingen, schulden en verplichtingen in vreemde valuta’s worden omgerekend tegen de koers per balansdatum. Transacties in vreemde valuta’s gedurende de verslagperiode worden in de jaarrekening verwerkt tegen de koers die geldt op de datum van de transactie. De uit de omrekening per balansdatum voortvloeiende koersverschillen worden opgenomen in de winst en verliesrekening.
De buitenlandse groepsmaatschappijen en niet geconsolideerde deelnemingen kwalificeren als bedrijfs uitoefening in het buitenland met een andere functionele valuta dan die van de vennootschap. Voor de omrekening van de jaarrekening van deze bedrijfsuitoefening in het buitenland wordt de koers op balansdatum gehanteerd voor de balansposten en de wisselkoersen op de transactiedata voor de posten van de winst en verliesrekening. De omrekeningsverschillen die optreden, worden rechtstreeks ten gunste of ten laste van het groepsvermogen gebracht.
Valutarisico
Voor het valutabeleid kiest NHL Stenden Hogeschool voor prudent en eenvoudig beleid, zonder complexe instrumenten, gericht op minimalisatie van (koers)risico’s. Hierbij hanteert NHL Stenden Hogeschool als prijsbeleid dat tarieven met zoveel mogelijk in € worden overeengekomen. Voorts hanteert NHL Stenden Hogeschool als beleidslijn dat ontstane winsten van deelnemingen in het buitenland (Zuid Afrika) zoveel mogelijk worden uitgekeerd als dividend.
Rente- & kasstroomrisico
De hogeschool conformeert zich aan de ‘regeling beleggen, lenen en derivaten OCW 2016’. NHL Stenden heeft een strategie van niet speculeren, waarbij wordt uitgegaan van schatkistbankieren en het beleggen en belenen van middelen hoofdzakelijk bij het ministerie van Financiën. Ook voor het valutabeleid kiest de hogeschool voor prudent en eenvoudig beleid (geen complexe instrumenten), gericht op minimalisatie van de (koers)risico’s. De hogeschool heeft geen beleggingen en maakt geen gebruik van derivaten. We hebben geen niet-onderwijsgerelateerde beleningen.
Krediet- en liquiditeitsrisico
NHL Stenden Hogeschool beperkt het kredietrisico door gebruik te maken van schatkistbankieren en door uitsluitend zaken te doen met debiteuren met een hoge kredietwaardigheid. Op balansdatum waren er geen significante concentraties van kredietrisico.
Er is geen sprake van significante vorderingen op één partij, buiten het schatkistbankieren om. Door tussentijdse monitoring en eventuele bijsturing worden liquiditeitsrisico’s beheerst.
Grondslagen voor de waardering van activa en passiva
Algemeen
Indien niet anders vermeld, zijn activa en passiva opgenomen tegen de geamortiseerde kostprijs.
Materiële vaste activa
De terreinen, gebouwen en schepen worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs plus bijkomende kosten of vervaardigingsprijs verminderd met de jaarlijkse lineaire afschrijvingen op basis van de geschatte levensduur. Op terreinen wordt niet afgeschreven.
Inventaris en apparatuur zijn gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs, inclusief direct toekenbare kosten, verminderd met de jaarlijkse afschrijvingen op basis van de geschatte levensduur.
Door de instelling wordt op iedere balansdatum beoordeeld of er aanwijzingen zijn dat een vast actief aan een bijzondere waardevermindering onderhevig kan zijn. Indien dergelijke indicaties aanwezig zijn, wordt de realiseerbare waarde van het actief vastgesteld. Indien het niet mogelijk is de realiseerbare waarde voor het individuele actief te bepalen, wordt de realiseerbare waarde bepaald van de kasstroom genererende eenheid waartoe het actief behoort. Van een bijzondere waardevermindering is sprake als de boekwaarde van een actief hoger is dan de realiseerbare waarde; de realiseerbare waarde is de hoogste van de opbrengstwaarde en de bedrijfswaarde. Een bijzonder waardeverminderingsverlies wordt direct als last verwerkt in de staat van baten en lasten onder gelijktijdige verlaging van de boekwaarde van het betreffende actief.
Kosten voor periodiek groot onderhoud worden geactiveerd onder de materiële vaste activa en daarop wordt vervolgens afgeschreven.
Subsidies in verband met de aanschaf van (materiele) vaste activa zijn gepassiveerd onder de materiele vaste activa. Deze subsidies worden tijdsevenredig over de geschatte economische levensduur van deze activa ten gunste van de staat van baten en lasten gebracht en gepresenteerd in de afschrijvingskosten.
Financiële vaste activa
Deelnemingen waarop invloed van betekenis kan worden uitgeoefend, worden gewaardeerd volgens de vermogensmutatiemethode (nettovermogenswaarde). Er wordt van uitgegaan dat er invloed van betekenis is, wanneer 20% of meer van de stemrechten uitgebracht kan worden.
De nettovermogenswaarde wordt berekend volgens de grondslagen die gelden voor deze jaarrekening. Indien de waardering van een deelneming volgens de nettovermogenswaarde negatief is, wordt deze op nihil gewaardeerd. Indien en voor zover de instelling in deze situatie geheel of gedeeltelijk in staat voor de schulden van de deelneming, dan wel het stellige voornemen heeft de deelneming tot betaling van haar schulden in staat te stellen, wordt hiervoor een voorziening getroffen.
De eerste waardering van gekochte deelnemingen is gebaseerd op de reële waarde van de identificeerbare activa en passiva op het moment van acquisitie. Voor de vervolgwaardering worden de grondslagen toegepast die gelden voor deze jaarrekening, uitgaande van de waarden bij eerste waardering. Als resultaat wordt het bedrag verantwoord waarmee de boekwaarde van de deelneming sinds de voorafgaande jaarrekening is gewijzigd als gevolg van het door de deelneming behaalde resultaat. Voor het geboekte, maar nog niet uitgekeerde resultaat van de deelnemingen wordt een wettelijke reserve aangehouden.
Deelnemingen waarop, geen invloed van betekenis kan worden uitgeoefend, worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs. Als resultaat wordt in aanmerking genomen het in het verslagjaar gedeclareerde dividend van de deelneming, waarbij niet in contanten uitgekeerde dividenden worden gewaardeerd tegen reële waarde.
De onder financiële vaste activa opgenomen vorderingen op deelnemingen worden initieel gewaardeerd tegen de reële waarde onder aftrek van transactiekosten. Vervolgens worden deze vorderingen gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs. Bij de waardering wordt rekening gehouden met eventuele waardeverminderingen en bijzondere waardeverminderingen van vaste activa.
Voorraden
De voorraden zijn gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs onder toepassing van de FIFO-methode (“first in, first out”) of tegen lagere opbrengstwaarde. De opbrengstwaarde is de geschatte verkoopprijs onder aftrek van direct toerekenbare verkoopkosten. Bij de bepaling van de opbrengstwaarde wordt rekening gehouden met de incourantheid van de voorraden.
Vorderingen en overlopende activa
Vorderingen worden bij eerste verwerking gewaardeerd tegen de reële waarde van de tegenprestatie. Vorderingen worden na eerste verwerking gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs. Als de ontvangst van de vordering is uitgesteld op grond van een verlengde overeengekomen betalingstermijn, wordt de reële waarde bepaald aan de hand van de contante waarde van de verwachte ontvangsten en worden er, op basis van de effectieve rente, rente-inkomsten ten gunste van de staat van baten en lasten gebracht. Voorzieningen wegens oninbaarheid worden in mindering gebracht op de boekwaarde van de vordering.
De vorderingen betreffen onder andere externe debiteuren uit hoofde van contractactiviteiten en studenten inzake collegegelden. Voorzieningen wegens oninbaarheid worden in mindering gebracht op de boekwaarde van de vordering. Vorderingen ouder dan 90 dagen worden 100% voorzien tenzij er separate betalingsafspraken zijn gemaakt.
Onderhanden projecten
De onderhanden projecten bestaan voornamelijk uit subsidieprojecten en projecten in opdracht van derden. De projecten worden gewaardeerd met behulp van de “percentage of completion” methode en bij verliezen wordt er een voorziening gevormd.
Subsidies en baten van projecten in opdracht van derden worden verantwoord op basis van de voortgang en op het moment dat het een redelijke zekerheid is dat aan de gestelde voorwaarden is voldaan. De op deze projecten gemaakte kosten, bestaande uit personeelslasten en kosten van derden, worden rechtstreeks in het resultaat geboekt. De ontvangen subsidievoorschotten of (vooruit) gefactureerde termijnen worden als "Overlopende posten projecten" op de balans opgenomen onder de overige schulden. Periodiek wordt de feitelijke voortgang van het project vastgesteld, waarna op basis van de voortgang een deel van de subsidie of projectopbrengst als vordering op de balans en tevens als bate op het project geboekt.
Liquide middelen
Liquide middelen bestaan uit kastegoeden, banktegoeden en deposito’s. De tegoeden zijn direct opeisbaar, tenzij anders is vermeld. Rekeningcourant schulden bij banken en/of bij het Ministerie van Financiën zijn opgenomen onder schulden aan kredietinstellingen onder kortlopende schulden en zijn daarmee geen liquide middelen. Liquide middelen zijn gewaardeerd tegen nominale waarde.
Voorzieningen
Voorzieningen worden gevormd voor in rechte afdwingbare of feitelijke verplichtingen die op de balansdatum bestaan, waarbij het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen noodzakelijk is en waarvan de omvang op betrouwbare wijze is te schatten.
De voorzieningen worden gewaardeerd tegen de beste schatting van de bedragen die noodzakelijk zijn om de verplichtingen per balansdatum af te wikkelen. De voorzieningen worden gewaardeerd tegen de contante waarde van deze bedragen, tenzij anders is vermeld.
Langlopende en kortlopende schulden
Langlopende schulden worden bij de eerste waardering gewaardeerd tegen reële waarde. Transactiekosten die direct zijn toe te rekenen aan de verwerving van de schulden worden in de waardering bij eerste verwerking opgenomen. Langlopende schulden worden na eerste verwerking gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs, zijnde het ontvangen bedrag rekening houdend met agio of disagio en onder aftrek van transactiekosten. Het verschil tussen de bepaalde boekwaarde en de uiteindelijke aflossingswaarde wordt, samen met de verschuldigde rentevergoeding, zodanig bepaald dat de effectieve rente gedurende de looptijd van de schulden in de staat van baten en lasten wordt verwerkt.
Kortlopende schulden worden bij de eerste verwerking gewaardeerd tegen reële waarde. Kortlopende schulden worden na eerste verwerking gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs, zijnde het ontvangen bedrag rekening houdend met agio of disagio en onder aftrek van transactiekosten. Dit is meestal de nominale waarde.
Salderen
Een actief en een post van het vreemd vermogen worden gesaldeerd in de jaarrekening opgenomen uitsluitend indien en voor zover:
- een deugdelijk juridisch instrument beschikbaar is om het actief en de post van het vreemd vermogen gesaldeerd en simultaan af te wikkelen.
- het stellige voornemen bestaat om het saldo als zodanig of beide posten simultaan af te wikkelen.
Niet langer in de balans opnemen van financiële activa en verplichtingen
Een financieel instrument wordt niet langer in de balans opgenomen indien een transactie ertoe leidt dat alle, of nagenoeg alle, rechten op economische voordelen en alle, of nagenoeg alle, risico’s met betrekking tot de positie aan een derde zijn overgedragen.
Leasing
De beoordeling of een overeenkomst een lease bevat, vindt plaats op grond van de economische realiteit op het tijdstip van het aangaan van het contract. Het contract wordt aangemerkt als een leaseovereenkomst als de nakoming van de overeenkomst afhankelijk is van het gebruik van een specifiek actief of de overeenkomst het recht van het gebruik van een specifiek actief omvat.
Grondslagen voor resultaatbepaling
Algemeen
Het resultaat wordt bepaald als het verschil tussen de opbrengstwaarde van de geleverde prestaties en de lasten over het jaar. De opbrengsten op transacties worden verantwoord in het jaar waarin zij zijn gerealiseerd. De baten en lasten worden toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben.
Winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn verwezenlijkt. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het verslagjaar worden in acht genomen, indien zij voor het vaststellen van de jaarrekening bekend zijn geworden.
Rijksbijdrage
De ontvangen normatieve rijksbijdrage en de niet geoormerkte OCW-subsidies (vrij besteedbare doelsubsidies zonder verrekeningsclausule) worden in het jaar waarop de toekenningen betrekking hebben volledig als baten verwerkt.
Niet normatieve rijksbijdragen betreffen niet-structurele toevoegingen aan de rijksbijdrage van onderwijsinstellingen waarbij expliciet is vermeld dat er sprake is van een niet normatieve rijksbijdrage. Niet normatieve rijksbijdragen worden voor zover deze niet zijn besteed in het boekjaar verwerkt als passief post op de balans.
Geoormerkte OCW-subsidies met een vrij besteedbaar overschot (doelsubsidies waarbij het overschot geen verrekeningsclausule heeft) worden ten gunste van het resultaat gebracht naar rato van de voortgang van de gesubsidieerde activiteiten. Het deel van de subsidies waarvoor nog geen activiteiten zijn verricht per balansdatum, wordt verantwoord onder de overlopende passiva.
Geoormerkte OCW-subsidies (doelsubsidies met een verrekeningsclausule) worden ten gunste van het resultaat gebracht in het jaar waarop de gesubsidieerde lasten in het resultaat zijn verantwoord. Niet bestede middelen worden verantwoord als overlopende passiva zolang de bestedingstermijn nog niet is verlopen.
Overige rijksbijdragen
In de exploitatierekening is als bate het bedrag opgenomen dat aan het betreffende verslagjaar is toe te rekenen op basis van gerealiseerde bestedingen.
College-, cursus-, les- en examengelden
De collegegelden worden in de staat van baten en lasten verantwoord volgens het baten en lastenstelsel.
De verwerking van de vooruitgefactureerde collegegelden is conform het door Ministerie van OCW in 2017 uitgebrachte standpunt hierover. Dat standpunt houdt in dat vooruitgefactureerde collegegelden, welke nog niet zijn verschuldigd door de studenten, omdat die betrekking hebben op de periode januari-augustus van het lopende collegejaar, op de balans zijn gesaldeerd met de collegegelddebiteuren. Dit heeft geen effect op het resultaat, het eigen vermogen of de kasstromen.
Overige exploitatiesubsidies
Exploitatiesubsidies worden als bate verantwoord in de staat van baten en lasten in het jaar waarin de gesubsidieerde kosten zijn gemaakt of opbrengsten zijn gederfd, of wanneer zich een gesubsidieerd exploitatietekort heeft voorgedaan.
Verlenen van diensten
De verantwoording van opbrengsten uit de levering van diensten geschiedt naar rato van de geleverde prestaties, gebaseerd op de verrichte diensten tot aan de balansdatum in verhouding van de in totaal te verrichten diensten.
Afschrijvingen
Materiële vaste activa worden vanaf het moment van ingebruikneming afgeschreven over de verwachte toekomstige gebruiksduur van het actief. Boekwinsten of boekverliezen worden verantwoord en toegelicht onder de Overige baten dan wel Overige lasten.
Personeelsbeloningen
Lonen, salarissen en sociale lasten worden op grond van de arbeidsvoorwaarden verwerkt in de staat van baten en lasten voor zover ze verschuldigd zijn aan werknemers respectievelijk de belastingautoriteit.
Financiële baten en lasten
Rentebaten en rentelasten worden tijdsevenredig verwerkt, rekening houdend met de effectieve rentevoet van de betreffende activa en passiva. Bij de verwerking van de rentelasten wordt rekening gehouden met de verantwoorde transactiekosten op de ontvangen leningen.
Vennootschapsbelasting
De ‘Wet modernisering vennootschapsbelastingplicht overheidsondernemingen’ is in werking getreden per 1 januari 2016. Deze wet leidt er toe dat onderwijsinstellingen in beginsel vennootschapsbelastingplichtig zijn. In de wet is een specifieke vrijstelling opgenomen voor onderwijsinstellingen die bekostigd onderwijs verrichten en voldoen aan de in de wet opgenomen voorwaarden. De Stichting NHL Stenden Hogeschool heeft vastgesteld dat zij voor de Stichting NHL Stenden Hogeschool voldoet aan de voorwaarden om een beroep te kunnen doen op de onderwijsvrijstelling en is derhalve vrijgesteld van vennootschapsbelasting.
De vrijstelling geldt echter niet voor de besloten vennootschappen die als groepsmaatschappij in de jaarrekening zijn opgenomen. De vennootschapsbelasting is berekend tegen het geldende tarief over het resultaat van het boekjaar, waarbij rekening is gehouden met permanente verschillen tussen de winstberekening volgens de jaarrekening en de fiscale winstberekening.
Grondslagen voor de opstelling van het geconsolideerd kasstroomoverzicht
Het kasstroomoverzicht wordt opgesteld volgens de indirecte methode. De geldmiddelen in het kasstroom overzicht bestaan uit de liquide middelen.
Kasstromen in vreemde valuta’s worden omgerekend tegen de gemiddelde koers van begin en einde boekjaar. Koersverschillen inzake geldmiddelen worden afzonderlijk in het kasstroomoverzicht getoond.
Betaalde vennootschapsbelasting, ontvangen interest en ontvangen dividenden worden opgenomen onder de kasstroom uit operationele activiteiten. Betaalde interest en betaalde dividenden worden opgenomen onder de kasstroom uit operationele activiteiten.
De verkrijgingsprijs van verworven groepsmaatschappij wordt opgenomen onder de kasstroom uit investeringsactiviteiten, voor zover betaling in geldmiddelen heeft plaatsgevonden. Hierbij worden geldmiddelen aanwezig in deze groepsmaatschappijen afgetrokken van de aankoopprijs.
Transacties waarbij geen ruil van geldmiddelen plaatsvindt, waaronder financial leasing, worden niet in het kasstroomoverzicht opgenomen. De betalingen van de leasetermijnen uit hoofde van het financial leasecontract worden gepresenteerd als aflossingen van schulden voor het aflossingsbestanddeel en als betaalde interest voor het interestbestanddeel.
Toelichting op de geconsolideerde balans per 31 december 2024
1. Activa
Vaste activa
| 1.1.2. Materiële vaste activa | 1.1.2.1. | 1.1.2.2. | 1.1.2.3. | 1.1.2.4. | |
|---|---|---|---|---|---|
| Bedrijfs- gebouwen en -terreinen | Inventaris en apparatuur | Gebouwen in aanbouw | Egalisatie- rekening | Totaal | |
| € | € | € | € | € | |
| Stand per 1 januari 2024 | |||||
| Aanschafwaarde | 209.303 | 88.848 | - | -9.287 | 288.864 |
| Afschrijvingen | -86.997 | -44.408 | - | 3.933 | -127.472 |
| Boekwaarden | 122.306 | 44.440 | - | -5.354 | 161.392 |
| Mutaties | |||||
| Investeringen | 6.313 | 6.280 | - | - | 12.593 |
| Desinvesteringen | -147 | -4.278 | - | - | -4.425 |
| Afschrijvingen | -5.965 | -8.483 | - | 213 | -14.235 |
| Afschrijvingen desinvesteringen | 88 | 4.273 | - | - | 4.361 |
| Saldo | 289 | -2.208 | - | 213 | -1.706 |
| Stand per 31 december 2024 | |||||
| Aanschafwaarde | 215.469 | 90.850 | - | -9.287 | 297.032 |
| Afschrijvingen | -92.874 | -48.618 | - | 4.146 | -137.346 |
| Boekwaarden | 122.595 | 42.232 | - | -5.141 | 159.686 |
De subadministratie van de vaste activa is geschoond van activa die volledig waren afgeschreven en buiten gebruik waren gesteld. Deze activa hebben geen opbrengst.
In het verslagjaar is regulier geïnvesteerd in het vervangen en verbeteren van de huisvesting en klein inventaris.
Afschrijvingspercentages
| Afschrijvingspercentages | % |
| 1.1.2.1. Bedrijfsgebouwen en terreinen | 0 - 7 |
| 1.1.1.3. Inventaris en apparatuur | 10 - 25 |
| 1.1.1.4. In uitvoering en vooruitbetalingen | 0 |
| 1.1.1.5. Egalisatierekening | 2 - 10 |
| 1.1.3. | Financiële vaste activa | 31-12-2023 | Mutatie 2024 | 31-12-2024 |
|---|---|---|---|---|
| 1.1.3.2. | Andere deelnemingen | |||
| Coöperatie Maritieme Academie Holland U.A. | 184 | 184 | ||
| 1.1.3.3. | Overige langlopende vorderingen | |||
| Lening IO Vivat 2015 | 4 | -1 | 3 | |
| Lening IO Vivat 2019 | 11 | -4 | 7 | |
| Lening IO Vivat 2024 | 100 | 100 | ||
| 15 | 95 | 110 | ||
1.1.3.2. Coöperatie Maritieme Academie Holland U.A.
De Stichting NHL Stenden Hogeschool is in 2013 een samenwerking aangegaan met vijf andere onderwijs instellingen onder de naam Coöperatie Maritieme Academie Holland U.A. Het doel van de samenwerking is het leveren van een bijdrage aan de maritieme sector door het aanbieden van kwalitatief goed onderwijs in de maritieme sector in de brede zin. Het aandeel in de Coöperatie van de Stichting NHL Stenden Hogeschool is 32,7%.
1.1.3.3. Overige langlopende vorderingen
Lening IO Vitat 2015
Stichting NHL Stenden Hogeschool heeft in 2015 een lening verstrekt aan de studentenvereniging IO Vivat Nostrorum Sanitas. De hoofdsom van de lening bedraagt € 27.000. De aflossing bedraagt € 1.350 per halfjaar. De looptijd van de lening bedraagt 10 jaar. Het rentepercentage bedraagt 1 % per jaar. Er zijn geen zekerheden gesteld.
Lening IO Vitat 2019
Stichting NHL Stenden Hogeschool heeft in 2019 een lening verstrekt aan de studentenvereniging IO Vivat Nostrorum Sanitas. De hoofdsom van de lening bedraagt € 15.000. De aflossing bedraagt € 750 per halfjaar. De looptijd van de lening bedraagt 10 jaar. Het rentepercentage bedraagt 1 % per jaar. Er zijn geen zekerheden gesteld.
Lening IO Vitat 2024
Stichting NHL Stenden Hogeschool heeft in 2024 een lening verstrekt aan de studentenvereniging IO Vivat Nostrorum Sanitas. De hoofdsom van de lening bedraagt € 100.000. De aflossing bedraagt € 5.000 per halfjaar. De looptijd van de lening bedraagt 10 jaar. Het rentepercentage bedraagt 3 % per jaar. Er zijn geen zekerheden gesteld.
Vlottende activa
| 1.2.1. | Voorraden | 31-12-2024 | 31-12-2023 |
|---|---|---|---|
| € | € | ||
| 1.2.1.1. | Grond- en hulpstoffen | 9 | 11 |
| 1.2.1.2. | Gereed product en handelsgoederen | 97 | 95 |
| 106 | 106 |
| 1.2.2. | Vorderingen | 31-12-2024 | 31-12-2023 |
|---|---|---|---|
| € | € | ||
| 1.2.2.1. | Debiteuren | ||
| 1.2.2.1.1. | Studentdebiteuren | 646 | 833 |
| 1.2.2.1.2. | Overige debiteuren | 1.795 | 3.002 |
| 2.441 | 3.835 | ||
| Voorziening dubieuze debiteuren | -606 | -815 | |
| 1.835 | 3.020 | ||
| 1.2.2.11. | Belastingen en premies sociale verzekeringen | ||
| Vennootschapsbelasting | 152 | 142 | |
| 152 | 142 | ||
| 1.2.2.15. | Overige kortlopende vorderingen en overlopende activa | ||
| Personeelsvoorschotten | 568 | 512 | |
| Overlopende posten projecten | 4.133 | 2.665 | |
| Vooruitbetaalde kosten | 3.036 | 3.258 | |
| Te ontvangen rente | 617 | 608 | |
| RC Stichting Greenwise Campus | 1.412 | 2.025 | |
| RC CIS Campus Emmen BV | 1.876 | 1.562 | |
| Overige vorderingen | 871 | 509 | |
| 12.513 | 11.139 | ||
| Totaal vorderingen | 14.500 | 14.301 |
De vordering op ‘studentdebiteuren’ bestaat voor het overgrote deel uit collegegeldvorderingen voor het collegejaar 2024/2025. Onder overige debiteuren zijn begrepen vorderingen op derden uit hoofde van verhuur en overige activiteiten.
Onder ‘overlopende posten projecten’ zijn begrepen vooruit ontvangen bedragen minus gerealiseerde opbrengsten door de besteding van kosten aan personeel, diensten en materialen die op balansdatum nog niet zijn gefactureerd.
Onder ‘vooruitbetaalde kosten’ zijn de uitgaven voor licenties wegens onderhoudscontracten inbegrepen, waarvan de prestatie in 2025 wordt geleverd.
Onder ‘overige vorderingen’ zijn vorderingen opgenomen op collega hogescholen en partners waarmee gezamenlijke activiteiten worden uitgevoerd. Gedurende 2023 zijn er rekeningcourant verhoudingen ontstaan met CIS Campus Emmen BV en Stichting Greenwise Campus, verwacht word dat deze verhoudingen in 2025 aflopen.
Van de opgenomen vorderingen heeft € 427.719 (2023: € 523.818) een verwachte looptijd langer dan één jaar.
| 1.2.4. | Liquide middelen | 31-12-2024 | 31-12-2023 |
|---|---|---|---|
| € | € | ||
| 1.2.4.1. | Kas | 4 | 6 |
| 1.2.4.2. | Kruisposten | 17 | 15 |
| 1.2.4.3. | Banken | 531 | 1.410 |
| 1.2.4.4. | Schatkistbankieren Ministerie van Financiën | 64.228 | 55.474 |
| 64.780 | 56.905 |
Bij het ministerie van Financiën heeft de Stichting NHL Stenden Hogeschool de mogelijkheid krediet in rekening courant op te nemen ten bedrage van € 15,0 miljoen (2023: € 15,0 miljoen). Verder heeft de Stichting NHL Stenden Hogeschool de beschikking over een intraday kredietfaciliteit ter hoogte van € 23,9 miljoen.
De liquide middelen staan ter vrije beschikking.
2. Passiva
| 2.1. | Eigen vermogen | Saldo per | Mutaties | Bestemming | Saldo per | Mutaties | Bestemming | Saldo per |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 31-12-2023 | 2023 | resultaat 2023 | 31-12-2023 na bestemming resultaat | 2024 | resultaat 2024 | 31-12-2024 | ||
| € | € | € | € | € | € | € | ||
| 2.1.1. | Algemene reserve publieke gelden | 80.430 | - | 7.384 | 87.814 | 18- | 4.222 | 92.018 |
| 2.1.2. | Algemene reserve private gelden | 3.946 | -13 | -105 | 3.828 | 29 | 3.857 | |
| 2.1.3. | Reserve omrekeningsverschillen (wettelijke reserve) | -627 | -85 | - | -712 | 29 | - | -683 |
| 83.749 | -98 | 7.279 | 90.930 | 11 | 4.251 | 95.192 |
Bestemming van het resultaat over het boekjaar 2023
De jaarrekening 2023 is door het College van Bestuur, na goedkeuring van de Raad van Toezicht, op 19 juni 2024 vastgesteld.
Overeenkomstig dit besluit is het resultaat over 2023 ten gunste van het eigen vermogen gebracht.
| Verloop inzake verschil eigen vermogen | Stand per | Stand per |
|---|---|---|
| 31-12-2024 | 31-12-2023 | |
| € | € | |
| Enkelvoudig vermogen Stichting NHL Stenden Hogeschool | 94.307 | 90.075 |
| Eigen vermogen Stichting Steunfonds NHL Stenden Hogeschool | 884 | 855 |
| Groepsvermogen Stichting NHL Stenden Hogeschool | 95.192 | 90.930 |
Bestemming van het resultaat 2024
Vooruitlopend op de definitieve besluitvorming van het bestuur is het resultaat over 2024 van € 4.250.946 ten bate van het eigen vermogen gebracht.
Toelichting eigen vermogen
Het eigen vermogen bestaat uit de in voorgaande jaren opgebouwde exploitatieresultaten van de diverse organisatieonderdelen. Hierin is tevens een scheiding opgenomen naar publieke en private gelden. De publieke gelden zijn tot stand gekomen door bekostiging vanuit de rijksbegroting of krachtens de wet ingestelde heffingen verkregen middelen (zoals het lesgeld of het collegegeld). Het private vermogen is ontstaan vanuit private activiteiten.
Financiële toelichting wettelijke reserve
De wettelijke reserve wordt gevormd voor omrekening van vermogen en de resultaten van de buitenlandse deelnemingen. De resultaten van de deelnemingen wordt bepaald met behulp van de vermogensmutatiemethode.
Deze totale wettelijke reserve bedraagt ultimo 2024 € 683.000 (2023 : € 712.000). De mutatie van € 29.000 heeft betrekking op de omrekenverschillen van Stenden South Africa B.V.
| Geconsolideerd overzicht van het totaalresultaat | 2024 | 2023 |
|---|---|---|
| € | € | |
| Resultaat na belastingen | 4.251 | 7.279 |
| Rechtstreekse mutatie in het eigen vermogen | ||
| Nagekomen resultaat bedrijfsuitoefening in het buitenland | -18 | 13 |
| Omrekenverschillen bedrijfsuitoefening in het buitenland | 29 | 85 |
| Totaalresultaat | 4.262 | 7.377 |
Toelichting afwijking geconsolideerd vermogen met enkelvoudig vermogen
Per 31-12-2024 wijkt het enkelvoudig vermogen van Stichting NHL Stenden Hogeschool af van het geconsolideerde vermogen van de Stichting. Het verschil van (afgerond) € 884.000 (2023 € 855.000) wordt veroorzaakt door het opnemen van het vermogen van de groepsmaatschappij Stichting Steunfonds NHL Stenden Hogeschool in de geconsolideerde cijfers van Stichting NHL Stenden Hogeschool.
Toelichting rechtstreekse vermogensmutaties
Gedurende 2024 hebben er twee rechtstreekse mutaties in het eigen vermogen plaatsgevonden namelijk € 18.000 in verband met het nagekomen negatief resultaat 2023 Stenden South Africa B.V. en € 29.000 positief in verband met de omrekenverschillen Stenden South Africa B.V.
| 2.2. | Voorzieningen | 31-12-2023 | Dotaties | Onttrekkingen | Vrijval | 31-12-2024 |
|---|---|---|---|---|---|---|
| € | € | € | € | € | ||
| 2.2.1. | Personeelsvoorzieningen | |||||
| 2.2.1.1. | Voorziening voor jubileumuitkeringen | 2.161 | 755 | 216 | - | 2.700 |
| 2.2.1.2.1. | Voorziening Werktijdvermindering Senioren | 11.513 | 4.176 | 2.308 | 231 | 13.150 |
| 2.2.1.2.2. | Voorziening Duurzame Inzetbaarheid personeel | 999 | - | - | 599 | 400 |
| 2.2.1.3. | Voorziening Eigen Risico WAO/WIA | 1.400 | 1.097 | 314 | - | 2.183 |
| 2.2.1.4. | Voorziening wachtgelden | 801 | 1.140 | 730 | - | 1.211 |
| Totaal personeelsvoorzieningen | 16.874 | 7.168 | 3.568 | 830 | 19.644 |
| 2.2.1. | Onderverdeling saldo voorzieningen naar looptijd | Stand per | < 1 jaar | 1 - 5 jaar | > 5 jaar |
|---|---|---|---|---|---|
| € | € | € | € | ||
| 2.2.1.1. | Voorziening voor jubileumuitkeringen | 2.700 | 200 | 800 | 1.700 |
| 2.2.1.2.1. | Voorziening Werktijdvermindering Senioren | 13.150 | 2.300 | 9.200 | 1.650 |
| 2.2.1.2.2. | Voorziening Duurzame Inzetbaarheid personeel | 400 | 400 | - | - |
| 2.2.1.3. | Voorziening Eigen Risico WAO/WIA | 2.183 | 400 | 800 | 983 |
| 2.2.1.4. | Voorziening wachtgelden | 1.211 | 750 | 461 | - |
| Totaal voorzieningen | 19.644 | 4.050 | 11.261 | 4.333 |
2.2.1.1. Voorziening voor jubileumuitkeringen
Op grond van hoofdstuk H artikel 5.2 van de CAO voor het HBO hebben werknemers recht op een gratificatie bij het bereiken van een 25-jarig, een 40-jarig en een 50-jarig dienstverband ter grootte van resp. 50%, 100% en 100% van het bruto inkomen per maand. De voorziening heeft betrekking op de per de balansdatum opgebouwde rechten. Er wordt rekening gehouden met een blijfkans van het aanwezige personeel per ultimo van het verslagjaar. De blijfkans is gebaseerd op een natuurlijk verloop percentage van 5% per jaar. Daarnaast is rekening gehouden met een disconteringsvoet van 2,5% (2023 3,5%) en met een salarisstijging van 4% voor 2025 en 2,9% (2023 2,6%) voor de verdere jaren.
2.2.1.2.1. Voorziening werktijdvermindering senioren
In de CAO voor het Hoger Beroepsonderwijs wordt in artikel M2 Werktijdvermindering Senioren beschreven dat werknemers, die de leeftijd van 10 jaar voor hun pensioendatum hebben bereikt, recht hebben op werktijdverkorting tegen inlevering van een deel van het salaris. Zij moeten voldoen aan de volgende twee criteria: een arbeidsovereenkomst van 0,4 FTE of hoger en daarnaast moeten ze vijf aaneengesloten jaren werkzaam zijn in het HBO. Binnen de regeling zijn vijf categorieën medewerkers waarmee bij de berekening van de voorziening rekening moet worden gehouden. Deze categorieën zijn:
Categorie A: medewerkers die al deelnemen aan een vergelijkbare regeling. Deze medewerkers mogen niet deelnemen aan de werktijdvermindering senioren en daarom bestaat er voor deze medewerkers geen toekomstige verplichting.
Categorie B: dit zijn de medewerkers die reeds deelnemen aan de regeling.
Categorie C: dit betreft alle medewerkers die voldoen aan de genoemde criteria, maar die nog niet feitelijk hebben aangegeven dat zij gaan deelnemen aan de regeling.
Categorie D: dit betreft alle medewerkers die aan één of geen van beide criteria voldoen om in aanmerking te komen voor gebruik maken van de regeling, maar binnen vijf jaar aan beide criteria zullen voldoen.
Categorie E: dit betreft alle medewerkers die nog niet aan alle criteria voldoen om in aanmerking te komen voor deelname aan de regeling en naar verwachting ook niet binnen vijf jaar aan deze criteria zullen gaan voldoen.
De categorieën B, C en D zijn in de voorziening opgenomen.
Bij de berekening van de voorziening wordt rekening gehouden met het huidige salaris, het kortingspercentage, de eigen bijdrage, de werkgeverslasten en schattingen voor de deelnamekans en de blijfkans.
Op grond van het aantal actieve deelnemers aan de regeling, dat is afgezet tegen het aantal werknemers dat zou kunnen deelnemen, is de deelnamekans ingeschat en bepaald op 29% (2023 29%).
De waardering is tegen contante waarde, waarbij rekening is gehouden met een disconteringsvoet van 2,5% (2023 3,5%) met een stijging van de salariskosten van 4,0% voor 2025 en 2,9% (2023 2,6%) voor de verdere jaren. Verder wordt rekening gehouden met een blijfkans die is gebaseerd op het natuurlijk verloop van 5% per jaar.
Op basis van de notitie "impact regelingen duurzame inzetbaarheid op jaarverslaggeving onderwijs" uitgebracht op 18 oktober 2023 is de startleeftijd voor de potentiële deelnemers (categorie C en D) met ingang van verslagjaar 2023 op 57 jaar (10 jaar voor pensioenleeftijd) bepaald. De voorziening wordt opgebouwd vanaf 52 jaar (voor medewerkers die aan de voorwaarden voldoen).
2.2.1.2.2. Voorziening duurzame inzetbaarheid personeel
Op grond van hoofdstuk M van de CAO voor het HBO hebben werknemers met een dienstverband van tenminste 0,4 fte in het kader van duurzame inzetbaarheid recht op maximaal 40 uur en vanaf een bepaalde leeftijd nog eens maximaal 50 uur. Deze uren mochten over een periode van vijf jaar worden gespaard. Voor dat aantal gespaarde uren in 2020 is een voorziening opgenomen. Dit aantal is verminderd met het aantal dat in de voorgaande jaren is opgenomen. De voorziening is berekend met een gemiddeld uurtarief.
Met ingang van 1 september 2020 is de mogelijkheid om uren te sparen beëindigd. Voor 31 december 2025 moeten de uren worden besteed aan de in de CAO genoemde doelen. Ook kunnen de uren worden gebruikt voor doelen in het kader van het keuze menu arbeidsvoorwaarden.
2.2.1.3. Voorziening eigen risico WAO/WIA
De Stichting NHL Stenden Hogeschool is eigen risicodrager voor de wet Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten (WGA). Als gevolg hiervan heeft Stichting NHL Stenden Hogeschool de verplichting op zich genomen om de kosten van de uitkeringen van de betreffende voormalige werknemers te betalen. De maximale duur van deze verplichting is per werknemer 10 jaar.
De voorziening is berekend op basis van facturen van het UWV en een inventarisatie van de langdurig zieke personeelsleden. De in het boekjaar betaalde uitkeringen zijn aan de voorziening onttrokken.
2.2.1.4. Voorziening wachtgelden
De Stichting NHL Stenden Hogeschool is wettelijk verplicht eigen risicodrager voor de uitkeringen van personeelsleden waarvan het dienstverband is beëindigd, niet zijnde om redenen van pensionering, met betrekking tot het wettelijke en het bovenwettelijke deel van de WW-uitkeringen. De belangrijkste oorzaak voor het ontstaan van deze WW-verplichtingen is de beëindiging van tijdelijke arbeidscontracten.
De voorziening wordt gebaseerd op de te betalen bedragen voor de wettelijke en bovenwettelijke uitkeringen conform de opgaven van het UWV en het APG tot het einde van de WW-periode resp. BWWW-periode. De waardering is tegen contante waarde met een disconteringsvoet van 2,5% (2023 3,5%), met een salarisstijging van 2,9% (2023 2,6%) per jaar en een sterftekans van 1,5% (2023 1,5%) per jaar.
2.3 Langlopende schulden
| Hypothecaire leningen | Langlopend | Kortlopend | Stand per | Aflossing | Stand per | Kortlopend | Langlopend | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 31-12-2023 | 31-12-2023 | 31-12-2023 | 2024 | 31-12-2024 | 31-12-2024 | 31-12-2024 | ||
| € | € | € | € | € | € | € | ||
| 2.3.1.1. | Lening Ministerie van Financiën 1583 | 3.761 | 287 | 4.048 | 290 | 3.758 | 287 | 3.471 |
| 2.3.1.2. | Lening Ministerie van Financiën 1476 | 875 | 175 | 1.050 | 175 | 875 | 175 | 700 |
| 2.3.1.3. | Lening Ministerie van Financiën 0600 | 5.000 | 1.563 | 6.563 | 1.563 | 5.000 | 1.250 | 3.750 |
| 2.3.1.4. | Lening Ministerie van Financiën 1219 | 3.750 | 750 | 4.500 | 750 | 3.750 | 750 | 3.000 |
| 2.3.1.5. | Lening Ministerie van Financiën 3008 | 20.000 | 835 | 20.835 | 833 | 20.002 | 835 | 19.167 |
| 2.3.1.6. | Lening Ministerie van Financiën 3763 | 9.000 | 500 | 9.500 | 500 | 9.000 | 500 | 8.500 |
| 42.386 | 4.110 | 46.496 | 4.111 | 42.385 | 3.797 | 38.588 |
| Hypothecaire leningen naar looptijd | Langlopend | Resterende looptijd 1 - 5 jaar | Resterende looptijd > 5 jaar | |
|---|---|---|---|---|
| € | € | € | ||
| 2.3.1.1. | Lening Ministerie van Financiën 1583 | 3.471 | 1.157 | 2.314 |
| 2.3.1.2. | Lening Ministerie van Financiën 1476 | 700 | 700 | - |
| 2.3.1.3. | Lening Ministerie van Financiën 0600 | 3.750 | 3.750 | - |
| 2.3.1.4. | Lening Ministerie van Financiën 1219 | 3.000 | 2.813 | 187 |
| 2.3.1.5. | Lening Ministerie van Financiën 3008 | 19.167 | 3.333 | 15.834 |
| 2.3.1.6. | Lening Ministerie van Financiën 3763 | 8.500 | 2.000 | 6.500 |
| 38.588 | 13.753 | 24.835 |
2.3.1.1. Lening Ministerie van Financiën 1583
In 2007 is bij het Ministerie van Financiën een langlopende hypothecaire lening ad € 9 miljoen afgesloten.
Deze hypothecaire lening heeft een looptijd van 30 jaar. Het rentepercentage bedraagt 0,77%. De aflossing betreft per jaar een bedrag van € 289.286 en wordt voldaan in maart. De resterende looptijd bedraagt 13 jaar.
2.3.1.2. Lening Ministerie van Financiën 1476
In 2009 is bij het Ministerie van Financiën een langlopende hypothecaire lening ad € 3,5 miljoen afgesloten. Deze hypothecaire lening heeft een looptijd van 20 jaar. Het rentepercentage bedraagt 3,75%. De aflossing betreft per jaar een bedrag van € 175.000. De resterende looptijd bedraagt 5 jaar.
2.3.1.3. Lening Ministerie van Financiën 0600
In 2005 is bij het Ministerie van Financiën een langlopende hypothecaire lening ad € 25 miljoen afgesloten.
Deze hypothecaire lening heeft een looptijd van 22 jaar. Het rentepercentage bedraagt 3,83%. De aflossing betreft per jaar een bedrag van € 1.250.000. De resterende looptijd bedraagt 4 jaar.
2.3.1.4. Lening Ministerie van Financiën 1219
In 2008 is bij het Ministerie van Financiën een langlopende hypothecaire lening ad € 15 miljoen afgesloten. Deze hypothecaire lening heeft een looptijd van 22 jaar. Het rentepercentage bedraagt 4,61%. De aflossing betreft per jaar een bedrag van € 750.000. De resterende looptijd bedraagt 5 jaar.
2.3.1.5. Lening Ministerie van Financiën 3008
In 2018 is bij het Ministerie van Financiën een langlopende hypothecaire lening ad € 25 miljoen afgesloten.
Deze hypothecaire lening heeft een looptijd van 30 jaar. Het rentepercentage bedraagt 1,02%. De aflossing betreft per jaar een bedrag van € 833.333,33. De resterende looptijd bedraagt 24 jaar.
2.3.1.6. Lening Ministerie van Financiën 3763
In 2022 is bij het Ministerie van Financiën een langlopende hypothecaire lening ad € 10 miljoen afgesloten. Deze hypothecaire lening heeft een looptijd van 20 jaar. Het rentepercentage bedraagt 0,63% De aflossing betreft per jaar een bedrag van € 500.000. De resterende looptijd bedraagt 18 jaar.
Zekerheden leningen Ministerie van Financiën:
Eerste hypotheek tot een bedrag van € 52.490.000, met rente en kosten begroot op € 17.321.700, dus tezamen € 69.811.700 op de panden met ondergrond aan de Rengerslaan 8 en 10, alsmede op de panden met ondergrond die daaraan grenzen en die bij de Stichting NHL Stenden in eigendom zijn of waarvan zij het recht van erfpacht heeft voor onbepaalde tijd.
| 2.4. | Kortlopende schulden | 31-12-2024 | 31-12-2023 |
|---|---|---|---|
| € | € | ||
| 2.4.3. | Kredietinstellingen | ||
| Aflossingverplichtingen langlopende leningen | 3.797 | 4.110 | |
| 2.4.8. | Crediteuren | 6.698 | 7.544 |
| 2.4.9. | Belastingen en premies sociale verzekeringen | ||
| Loonheffing | 10.626 | 10.242 | |
| Omzetbelasting | -114 | 133 | |
| Overig | 15 | 34 | |
| 10.527 | 10.409 | ||
| 2.4.10. | Schulden terzake van pensioenen | 2.814 | 2.618 |
| 2.4.12. | Overige schulden en overlopende passiva | ||
| Reservering vakantiedagen en -geld | 7.490 | 7.850 | |
| Vooruitontvangen bedragen | 2.967 | 2.707 | |
| Vooruitontvangen collegegelden | 23.964 | 20.600 | |
| Te betalen rente | 497 | 571 | |
| Overlopende posten projecten | 16.678 | 12.162 | |
| Vooruitontvangen NPO-gelden OCW | - | 3.135 | |
| Vooruitontvangen Krimpgelden OCW | 6.921 | 6.712 | |
| Vooruitontvangen doelsubsidies OCW/EL&I geoormerkt | 270 | 76 | |
| Overige schulden | 3.319 | 4.219 | |
| 62.106 | 58.032 | ||
| Totaal kortlopende schulden | 85.942 | 82.713 |
Onder de ‘crediteuren’ zijn begrepen de aan derden verschuldigde bedragen voor leveringen en diensten die op balansdatum nog niet zijn betaald. Hieronder zijn begrepen de verschuldigde bedragen voor de inhuur van personeel, aanschaf van inventaris, schoonmaak, verbouwingen alsmede (tussentijdse) afdrachten uit hoofde van projecten met andere hogescholen.
Onder ‘vooruitontvangen bedragen’ zijn begrepen de van studenten ontvangen bedragen in het kader van Grand Tour. Met deze gelden worden o.a. accommodaties betaald. Voorts zijn hieronder begrepen de borgsommen die zijn ontvangen van toekomstige studenten van buiten de EU. Bij definitieve inschrijving vindt restitutie of verrekening plaats.
Onder de ‘vooruitontvangen collegegelden’ zijn begrepen de ontvangen bedragen voor collegejaar 2024/2025 die betrekking hebben op kalenderjaar 2025.
De overlopende posten projecten betreffen vooruitontvangen bedragen van onderhanden projecten. Gedurende 2024 is deze post toegenomen als het gevolg van het vooruitontvangen van een aantal grote subsidies (onder andere Greenwise en Skill for life).
In 2021 en 2022 is er respectievelijk € 26,1 miljoen en € 36,3 miljoen ontvangen (totaal € 62,4 miljoen) in het kader van het Nationaal Programma Onderwijs (NPO). Gedurende 2021 is hiervan € 20,3 miljoen gerealiseerd, gedurende 2022 € 34,1 miljoen gerealiseerd en gedurende 2023 is er € 4,9 miljoen gerealiseerd (totaal € 59,3 miljoen). Het restant van € 3,1 miljoen is in 2024 gerealiseerd.
Daarnaast is er gedurende 2023 een bedrag van € 6,7 miljoen ontvangen in verband met vitale opleidingen in krimpregio's (krimpgelden). In 2024 is in dit kader nog € 0,9 miljoen ontvangen. In 2024 is hiervan € 0,7 miljoen ingezet. De middelen zijn als niet-normatief bestempeld en het restant van € 6,9 miljoen zal in de verslagjaren 2025 tot en met 2027 worden besteed.
Een toelichting op de geoormerkte doelsubsidies OCW/EL&I is opgenomen als bijlage (model G) bij de jaarrekening.
Onder de opgenomen overige schulden en overlopende passiva bevinden zich geen posten met een verwachte looptijd van meer dan een jaar.
Niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen
| Niet in de balans opgenomen rechten | ||||
|---|---|---|---|---|
| Soort recht | Totaal | Voor 2025 | Looptijd 1 – 5 jaar | Looptijd > 5 jaar |
| Verhuurovereenkomsten | 124 | 119 | 5 | - |
| 124 | 119 | 5 | - | |
Verhuurovereenkomsten
Onder verhuurovereenkomsten zijn diverse contracten ten aanzien van verhuur van ruimtes opgenomen.
| Niet uit de balans blijkende verplichtingen | ||||
|---|---|---|---|---|
| Soort verplichting | Totaal | Voor 2025 | Looptijd 1 – 5 jaar | Looptijd > 5 jaar |
| Huurovereenkomsten | 21.587 | 2.220 | 5.217 | 14.150 |
| Onderhoudscontracten | 813 | 561 | 145 | 107 |
| Samenwerkingsovereenkomsten | 322 | 305 | 17 | - |
| Licenties | 4.757 | 3.173 | 1.584 | - |
| Investeringsverplichtingen | - | - | - | - |
| Overige overeenkomsten | 10.251 | 6.162 | 4.089 | - |
| 37.730 | 12.421 | 11.052 | 14.257 | |
NHL Stenden heeft met een aantal leveranciers op basis van Europese en Nationale aanbestedingen (langlopende) contracten (beveiliging, schoonmaak, onderhoud, licenties etc.) afgesloten. Deze verplichtingen zijn niet in de balans opgenomen.
Voor het pand Stationsweg 1 te Groningen is een huurcontract afgesloten met een looptijd tot en met 31 december 2044.
Bankgarantie
Voor de huurovereenkomst tussen Watersteeg B.V. en Stichting NHL Stenden Hogeschool heeft NHL Stenden een bankgarantie van de ING Bank N.V. afgegeven. Het huurbedrag van € 21.767,- heeft betrekking op de huur van ruimtes van het College Campus Meppel (Blankenstein 540).
Fiscale eenheid
Stichting NHL Stenden Hogeschool vormt met haar dochtermaatschappijen, Wyswert Beheer B.V., NHL Stenden Hospitality Group B.V. , Stenden South Africa B.V. en Stenden University Qatar B.V. een fiscale eenheid voor de omzetbelasting. Op grond daarvan is de Stichting NHL Stenden Hogeschool aansprakelijk voor de belastingschuld van de fiscale eenheid als geheel.
Aansprakelijkheidsstelling
Stichting NHL Stenden Hogeschool heeft een 403-verklaring afgegeven voor Wyswert Beheer BV. Dit betekent dat Stichting NHL Stenden Hogeschool hoofdelijk aansprakelijk is voor de schulden die voortvloeien uit aangegane rechtshandelingen van Wyswert Beheer BV.
Campus Terschelling
Woningbouwstichting De Veste heeft in overleg met de Gemeente Terschelling en de NHL in 2015 besloten om over te gaan tot de realisatie van een campusgebouw ten behoeve van het Maritiem Instituut Willem Barentsz (MIWB) op Terschelling. De Veste en de NHL zijn hierbij overeengekomen dat, ingeval het MIWB niet langer gevestigd zal zijn op Terschelling, waardoor het onderwijs op Terschelling beëindigd zal worden, de NHL het campusgebouw en de ondergrond op schriftelijk verzoek van de Veste zal overnemen. De eventuele overnameprijs zal gebaseerd worden op de RICS Red Book methode die een reële benadering geeft van de werkelijke verkoopprijs. Deze verplichting is aangegaan op 15 juli 2017 en blijft gedurende een termijn van 50 jaar in stand. In 2018 is de verhuur op Terschelling door WoonFriesland overgenomen van De Veste.
Toelichting op de geconsolideerde staat van baten en lasten over 2024
3. Baten
| 3.1. | Rijksbijdragen | Baten 2024 | Begroting 2024 | Baten 2023 |
|---|---|---|---|---|
| € | € | € | ||
| 3.1.1. | Normatieve rijksbijdrage | 206.610 | 208.086 | 205.909 |
| 3.1.2. | Niet normatieve rijksbijdrage | 3.838 | 4.854 | |
| 3.1.3 | Overige rijksbijdragen | 369 | 455 | 915 |
| 210.817 | 208.541 | 211.678 |
De rijksbijdrage is in 2024 € 0,8 miljoen lager dan in 2023. De lagere bijdrage wordt onder andere veroorzaakt door het wegvallen van de compensatie halvering collegegelden en een lagere rijksbijdragen van NPO middelen.
Voor een nadere toelichting van de overige rijksbijdragen verwijzen wij u naar het model G, dat als bijlage aan deze jaarrekening is toegevoegd.
Voor de toelichting op de Niet normatieve rijksbijdrage (NPO-middelen en krimpgelden) verwijzen wij u naar 2.4.12.
| 3.2. | Overheidsbijdragen / subsidies overige overheden | Baten 2024 | Begroting 2024 | Baten 2023 |
|---|---|---|---|---|
| € | € | € | ||
| Subsidiebaten | 11.283 | 9.937 | 9.153 |
De subsidiebaten zijn met € 2,1 miljoen gestegen ten opzichte van 2023 en met € 1,4 miljoen ten opzichte van de begroting. Deze stijging wordt onder andere veroorzaakt door het realiseren van extra subsidiebaten in verband met educatieve subsidieprojecten en projecten in relatie tot Greenwise Emmen.
| 3.3. | (Wettelijke) college-, cursus-, les- en examengelden | Baten 2024 | Begroting 2024 | Baten 2023 |
|---|---|---|---|---|
| € | € | € | ||
| Collegegelden | 53.578 | 53.813 | 50.020 |
De college, cursus, les- en examengelden zijn met € 3,6 miljoen gestegen ten opzichte van 2023. Deze stijging wordt verklaard door de afloop van de halvering collegegeld.
| 3.4 | Baten werk in opdracht van derden | Baten 2024 | Begroting 2024 | Baten 2023 |
|---|---|---|---|---|
| € | € | € | ||
| 3.4.1. | Contractonderzoek en -onderwijs | 7.991 | 6.375 | 6.594 |
| 3.4.5.1. | Omzet Horeca Operations | 2.893 | 3.746 | 2.766 |
| 10.884 | 10.121 | 9.360 |
De baten werk in opdracht van derden zijn € 1,5 miljoen hoger dan in 2023 en € 0,7 miljoen hoger dan begroot. De hogere opbrengsten zijn hoger door meer opbrengsten in het educatieve domein.
| 3.5 | Overige baten | Baten 2024 | Begroting 2024 | Baten 2023 |
|---|---|---|---|---|
| € | € | € | ||
| 3.5.1. | Verhuuropbrengsten | 436 | 425 | 471 |
| 3.5.2. | Detacheringen personeel | 1.733 | 1.201 | 1.549 |
| 3.5.3. | Diverse overige opbrengsten | 5.231 | 3.759 | 5.153 |
| 7.400 | 5.385 | 7.173 |
De overige baten zijn in 2024 hoger dan begroot. De opbrengsten blijken behoudend begroot.
4. Lasten
| 4.1 | Personeelslasten | Lasten 2024 | Begroting 2024 | Lasten 2023 |
|---|---|---|---|---|
| € | € | € | ||
| 4.1.1.1. | Brutolonen en salarissen | 161.664 | 203.354 | 154.105 |
| 4.1.1.2. | Sociale lasten | 21.747 | 20.252 | |
| 4.1.1.3. | Pensioenlasten | 23.280 | 21.618 | |
| 4.1.2. | Overige personeelslasten | 15.318 | 13.352 | 15.006 |
| 222.009 | 216.706 | 210.981 |
| 4.1.2. | Overige personeelslasten | Lasten 2024 | Begroting 2024 | Lasten 2023 |
|---|---|---|---|---|
| € | € | € | ||
| 4.1.2.1. | Dotatie personele voorzieningen | 7.168 | 3.493 | 5.722 |
| 4.1.2.2. | Personeel niet in loondienst | 4.983 | 4.746 | 5.420 |
| 4.1.2.3. | Overige personeelskosten | 5.694 | 5.113 | 6.349 |
| 4.1.2.4. | Ontvangen ziekengelduitkeringen | -1.697 | -1.791 | |
| 4.1.2.5 | Vrijval personele voorzieningen | -830 | -694 | |
| 15.318 | 13.352 | 15.006 |
De personeelslasten zijn in 2024 toegenomen met € 11,0 miljoen. Deze stijging is het saldo van een lagere formatie van 13 FTE en de stijging van de salarissen als gevolg van de CAO-verhogingen van gemiddeld 3 % (2023 10 %) en de eenmalige uitkering in oktober.
Ten opzichte van de begroting is er een overbesteding van € 6,5 miljoen van de personeelslasten. Deze afwijking wordt verklaard door de CAO-verhoging, die niet volledig was voorzien.
Personeelsleden
Binnen de groep waren in 2024 gemiddeld 2.095 fte werkzaam (2023: 2.108 fte). Dit is exclusief het personeel van de International Campus Zuid-Afrika. Inclusief de International Campus waren er gemiddeld 2.173 fte werkzaam (2023: 2.182 fte). Daarnaast zijn er in 2024 gemiddelde 35 fte ingehuurd (2023: 34 fte).
| 4.2. | Afschrijvingen | Lasten 2024 | Begroting 2024 | Lasten 2023 |
|---|---|---|---|---|
| € | € | € | ||
| 4.2.1 | Bedrijfsgebouwen en - terreinen | 5.965 | 5.312 | 5.941 |
| 4.2.2 | Inventaris en apparatuur | 8.483 | 9.222 | 8.236 |
| 4.2.3 | Vrijval egalisatierekening | -213 | -267 | |
| 14.235 | 14.534 | 13.910 |
| 4.3. | Huisvestingslasten | Lasten 2024 | Begroting 2024 | Lasten 2023 |
|---|---|---|---|---|
| € | € | € | ||
| 4.3.1. | Huur | 2.777 | 2.140 | 2.221 |
| 4.3.2. | Verzekeringen | 324 | 326 | 282 |
| 4.3.3. | Onderhoud onroerend goed | 2.583 | 2.298 | 2.873 |
| 4.3.4. | Energie en water | 2.499 | 2.123 | 3.301 |
| 4.3.5. | Schoonmaakkosten | 2.524 | 2.395 | 2.583 |
| 4.3.6. | Wettelijke lasten | 1.118 | 1.022 | 1.029 |
| 4.3.8.1. | Bewakingskosten | 530 | 500 | 525 |
| 4.3.8.2. | Overige huisvestingslasten | 457 | 534 | 485 |
| 12.812 | 11.338 | 13.299 |
Ten opzichte van 2023 zijn de huisvestingslasten € 0,3 miljoen gedaald. Dit is een saldo van lagere energielasten en hogere huur.
| 4.4. | Overige lasten | Lasten 2024 | Begroting 2024 | Lasten 2023 |
|---|---|---|---|---|
| € | € | € | ||
| 4.4.1. | Administratie- en beheerslasten | 12.433 | 11.067 | 13.640 |
| 4.4.2. | Inventaris- en apparatuurkosten | 9.365 | 9.031 | 8.971 |
| 4.4.3. | Leermiddelen | 5.481 | 4.914 | 5.769 |
| 4.4.5.1. | Reis- en verblijfkosten | 3.613 | 2.581 | 3.374 |
| 4.4.5.2. | Representatiekosten | 766 | 518 | 710 |
| 4.4.5.3. | PR en reclamekosten | 3.422 | 2.912 | 3.464 |
| 4.4.5.4. | Overige beheerslasten | 7.187 | 14.927 | 6.943 |
| 42.267 | 45.950 | 42.871 |
De overige lasten zijn nagenoeg gelijk aan die van 2023.
Ten opzichte van de begroting zijn de overige lasten € 3,8 miljoen lager. Dit wordt veroorzaakt door het reserveren van centrale middelen die niet zijn besteed.
Onderdeel van de administratie en beheerslasten zijn de kosten voor accountantsdiensten. De ten laste van het boekjaar gebrachte kosten van de externe accountant en de accountantsorganisatie en het gehele netwerk waartoe deze accountantsorganisatie behoort, zijn als volgt voor de groep:
| Accountantshonoraria 2024 | |||
|---|---|---|---|
| Ernst & Young Accountants B.V. | Ernst & Young Overig | Totaal | |
| Onderzoek van de jaarrekening | 209 | - | 209 |
| Andere controleopdrachten | - | - | - |
| Adviesdiensten op fiscaal terrein | - | - | - |
| Andere niet-controlediensten | 61 | - | 61 |
| 270 | 0 | 270 | |
| Accountantshonoraria 2023 | |||
|---|---|---|---|
| Ernst & Young Accountants LLP | Ernst & Young Overig | Totaal | |
| Onderzoek van de jaarrekening | 209 | - | 209 |
| Andere controleopdrachten | - | - | - |
| Adviesdiensten op fiscaal terrein | - | - | - |
| Andere niet-controlediensten | - | 3 | 3 |
| 209 | 3 | 212 | |
Bovenstaande honoraria voor onderzoek van de jaarrekening zijn gebaseerd op de totale honoraria inclusief BTW voor het onderzoek van de jaarrekening van het verslagjaar ongeacht of de werkzaamheden reeds gedurende het boekjaar zijn verricht.
| 5 | Financiële baten en lasten | Baten en lasten 2024 | Begroting 2024 | Baten en lasten 2023 |
|---|---|---|---|---|
| € | € | € | ||
| 5.1. | Financiële baten | 2.346 | 1.610 | 1.791 |
| 5.2. | Financiële lasten | -746 | -879 | -847 |
| 1.600 | 731 | 944 |
Het saldo van de financiële baten en lasten is € 0,5 miljoen hoger dan dat van 2023. Deze stijging wordt voornamelijk veroorzaakt door de gestegen rente waardoor er een rentevergoeding is ontvangen over de aangehouden liquide middelen.
| 7. | Resultaat uit deelnemingen | Baten en lasten 2024 | Begroting 2024 | Baten en lasten 2023 |
|---|---|---|---|---|
| € | € | € | ||
| Coöperatieve Maritieme Academie Holland | - | - |
