6.1 Achtergrond
Binnen de kaders van het sectorakkoord heeft onze hogeschool het plan ‘Verder leren in kwaliteit’ op 29 september 2020 vastgesteld. Dit plan is na een audit in 2021 door zowel de NVAO als de minister goedgekeurd. In dit plan zet NHL Stenden in op alle zes thema’s uit het sectorakkoord:
- Intensiever en kleinschalig onderwijs;
- Meer en betere begeleiding van studenten;
- Studiesucces;
- Onderwijsdifferentiatie;
- Passende en goede onderwijsfaciliteiten;
- Verdere professionalisering van docenten.
NHL Stenden zet volledig in op kwaliteit en impact van het onderwijs met optimale benutting van de campusfaciliteiten. De studievoorschotmiddelen stellen ons in staat een extra en hogeschoolbrede impuls te geven aan de kwaliteit van ons onderwijs.
Resultaten algemeen
In 2022 zijn de geplande activiteiten conform plan uitgevoerd en het in 2021 opgestelde addendum (het ministerie van OCW gaf instellingen ruimte af te wijken, in overleg met de medezeggenschapsraad en toezichthouder, van het oorspronkelijke plan als gevolg van de invloed van corona op het onderwijs en de kwaliteitsafspraken). In het addendum is beschreven om welke reden en welke middelen er in 2021 vanuit thema 4 en 6 zijn overgeheveld naar thema 1 (DBE) met als doel de werkdruk voor docenten te verlagen en om studenten intensiever te kunnen begeleiden en extra onderwijsactiviteiten voor ze te kunnen realiseren. Ook de thema’s die in 2021 voor het eerst startten, zijn in 2022 naar tevredenheid uitgevoerd en gerealiseerd. Deze bevinden zich vooral op het vlak van studentbegeleiding en studentwelzijn waarover later in dit hoofdstuk meer.
Wat leren we hiervan?
Het plan ‘Verder leren in kwaliteit’ zette in op deelname aan alle landelijke thema’s over kwaliteitsafspraken. Dit was passend bij de ambities van de toen net gevormde fusiehogeschool en bij de ontwikkelingen die we verwachtten bij de introductie van een nieuw onderwijsconcept. Ondertussen zijn prioriteiten en inzichten als gevolg van Corona en het online leren en werken wat verschoven, en zijn er ook NPO-middelen die qua bestedingsdoelen overlappend zijn met de thema’s van de kwaliteitsafspraken. Het is omwille van de beheersbaarheid, communiceerbaarheid en kans op succesvolle afronding van beschreven projecten raadzaam de diverse projecten (ook reguliere) bijeen te houden en koersvast te blijven in de uitvoering, om versnippering te voorkomen. Het beheersen, zowel inhoudelijk als financieel, en het rapporteren/monitoren van de uitvoering vraagt aandacht van bestuur en directie en dan is een overzienbare hoeveelheid aan activiteiten en projecten raadzaam. Als organisatie leren we dat de ambitie vooral gezocht moet worden in de kwaliteit en combinatie van activiteiten en minder in de kwantiteit. Daarnaast is de gekozen aanpak van decentrale uitvoering een aanpak die ervoor zorgt dat studenten rechtstreeks kunnen profiteren van de ingezette activiteiten (bijvoorbeeld door extra onderwijsactiviteiten en intensievere begeleiding) en helpt de centrale aansturing van het gehele programma in het houden van het overzicht over de voortgang, zowel inhoudelijk als financieel. De inzet van studentadviseurs bij de management teams van academies is zinvol gebleken, bijvoorbeeld als het gaat om de implementatie van de studiecoachmonitor en het peilen van de behoeften van studenten als het gaat om herziening van het beleid rond studiebegeleiding.
6.2 Proces en betrokkenheid
In 2022 was er in de eerste maand nog sprake van een volledige lockdown, ook voor het hoger onderwijs, waardoor het grootste deel van de onderwijsactiviteiten (ook gezien de vele besmettingen in die tijd) online plaatsvond. Als gevolg van de coronamaatregelen is in het addendum op het plan ‘Verder leren in kwaliteit’ een deel van de besteding van de middelen Kwaliteitsafspraken gewijzigd. Voor docenten is het grotendeels op afstand aanbieden van onderwijs complexer dan het aanbieden van fysiek onderwijs. Studenten ontbreekt het aan interactie, bindingsactiviteiten en de mogelijkheid om ook buiten de onderwijsactiviteiten op een goede manier (samen) te werken aan opdrachten, in school of in de praktijk. De wens was in overleg met de HMR en academies om meer docentformatie in te zetten. Er ontstond groeiende vraag naar handvatten en tools die de digitale didactiek kunnen ondersteunen.
Betrokkenheid
Betrokkenheid HMR
In 2022 was de HMR betrokken bij de uitvoering en monitoring van de plannen. Zowel studenten als docenten uit de HMR werden gestimuleerd en waren betrokken bij de werk-/projectgroepen per thema. Binnen de HMR werd er gemonitord op de voortgang van de thema’s op basis van de R-rapportages. De voortgang van de Kwaliteitsafspraken was een standaard agendapunt op de agenda van de HMR tijdens de bespreking met het college van bestuur. Een studentlid van de HMR was actief lid van de stuurgroep Kwaliteitsafspraken. De betrokkenheid van de docent- en studentleden vraagt voortdurend attentie bij zowel het bestuur als de medezeggenschapsraad als gevolg van het effect van verkiezingen in de HMR (als gevolg van verkiezingen ontstaan er wijzigingen in bemensing). In 2022 was de continuïteit goed geborgd via een studentlid van de HMR die ook deel uitmaakte van de stuurgroep en al langer bij het dossier betrokken is.
Het college van bestuur bedankt de Hogeschoolmedezeggenschapsraad voor zijn inbreng, de constructieve samenwerking en is verheugd in de reflectie te lezen dat er tevredenheid is over de voortgang. De reflectie van de HMR staat in bijlage 7.
Betrokkenheid organisatie
In de themagroepen zijn meerdere medewerkers van de hogeschool betrokken bij de ontwikkeling en uitvoering van de kwaliteitsafspraken. Om de zichtbaarheid van de kwaliteitsafspraken en hun betekenis te vergroten, zijn er ‘zegels’ ontwikkeld die zowel digitaal als fysiek gebruikt worden. Er is meerdere malen aandacht besteed aan de Kwaliteitsafspraken in de nieuwsbrief voor leidinggevenden. Er is een Sharepointpagina Kwaliteitsafspraken, zodat alle studenten, docenten en medewerkers inzage hebben in de plannen en de voortgang. Daarnaast is de studentadviseur van het college van bestuur actief lid van de stuurgroep.
Betrokkenheid raad van toezicht
Binnen de raad van toezicht is een lid aanspreekpunt voor de Kwaliteitsafspraken. De commissie OO&I en de RvT hebben de stand van zaken en voortgang (ook de financiële realisatie) van de kwaliteitsafspraken regelmatig besproken. Voor de inhoudelijke invulling wordt verwezen naar hoofdstuk 10 van het jaarverslag van de raad van toezicht.
6.3 Voortgang, monitoring en evaluatie
Monitoring van de uitvoering van de Kwaliteitsafspraken vindt plaats binnen de bestaande planning- en controlcyclus: de R- rapportages. De voortgang, monitoring en, waar nodig bijsturing van projecten worden besproken in de werkgroepen, stuurgroep, de HMR, de raad van toezicht en het college van bestuur op basis van een hogeschoolbrede rapportage. Eens in de zes weken vindt er een stuurgroepvergadering plaats, waarin de stand van zaken wordt besproken over zowel de voortgang van de thema’s, als de financiële monitoring. Daarnaast is er eenmaal in de twee maanden een breed voortgangsoverleg met de betrokken directeuren en de coördinatoren.
Als hogeschool willen we voldoen aan onze voornemens en leren van het effect van de plannen en nagaan of de kwaliteit inderdaad wordt verhoogd. Om deze redenen wordt er naast de hierboven beschreven monitoring en bijsturing door twee onderzoekers van dienst Onderwijs, Onderzoek & Internationalisering een meerjarige analyse van de rendementen, uitval, NSE, studeerbaarheid en het effect op studentwelzijn uitgevoerd, naast de monitoring van DBE die reeds jaarlijks wordt uitgevoerd. De voornoemde meta-analyse zal bestaan uit kwantitatieve gegevens en duiding van het effect van de diverse maatregelen die ingezet zijn. Bij de eindrapportage van de kwaliteitsafspraken en in de documentatie van de instellingstoets kwaliteitszorg zullen deze resultaten meegenomen worden enerzijds en anderzijds worden ze in de hogeschool besproken om te kunnen leren van de gekozen aanpak.
6.4 Voortgang per thema
In de onderstaande paragrafen wordt gebruikgemaakt van de oorspronkelijke voornemens en doelstellingen uit het plan ‘Verder leren in kwaliteit’ en het addendum. Hierin wordt de realisatie van de doelen en voornemens ten aanzien van de activiteiten tot en met 2022 aangegeven. In een aantal gevallen ook de stand of uitvoering van de acties in 2022. De afwijkingen op het plan en bijzondere omstandigheden worden daarbij, indien aan de orde, ook kort beschreven.
Thema 1 Intensiever en kleinschalig onderwijs (onderwijsintensiteit)
Voornemens
Het doel is dat eind 2024 alle opleidingen DBE herkenbaar en succesvol hebben geïmplementeerd, om kleinschaliger en intensiever onderwijs te realiseren. Studenten zijn in dit concept gemotiveerder en succesvoller, omdat er een leeromgeving is gecreëerd waarin ze gekend en gestimuleerd worden. Met Design Based Education anticiperen we op de veranderende wereld en de uitdagingen om ons heen. Studenten bieden we diversiteit en keuzemogelijkheden, eigentijdse voorzieningen en een uitdagende, veilige en internationale leeromgeving. Docenten creëren samen een inspirerende en veilige leeromgeving en zijn gericht op het stimuleren van het samen leren en begeleiding van de persoonlijke ontwikkeling van studenten.
Werken in ateliers
Het werken in ateliers is een belangrijk kenmerk van DBE. Onder een atelier wordt een uitdagende leeromgeving verstaan die activerend en samenwerkend leren in co-creatie faciliteert en uitlokt. Ateliers spelen een belangrijke rol in de verbinding tussen onderwijs, onderzoek en de praktijk. In ateliers wordt in kleine overzichtelijke groepen van maximaal 24 studenten samengewerkt aan real-life-vraagstukken. Docenten hebben in een atelier intensief contact met studenten over de opdracht en hun persoonlijke ontwikkeling.
Binnen thema 1 is de afgelopen jaren, na de implementatie van de kwaliteitsafspraken, gewerkt aan de verbetering en uitbreiding van de ateliers binnen de academies. Jaarlijks zijn er ateliers aangemeld voor of een kwaliteitsslag of een ontwikkelslag. Tot eind ’22 is er in 28 eerstejaarsateliers en in 19 zogenoemde multidisciplinaire ateliers gewerkt aan een kwaliteitsverbetering of een ontwikkeling van een compleet nieuw atelier. De kwaliteitsverbetering kan liggen op verschillende gebieden, denk hierbij bijvoorbeeld aan studentbegeleiding of onderwijskundige afstemming binnen het curriculum, maar het kan ook liggen in de ontwikkeling van toetsbeleid dat meer is toegespitst op het op de juiste manier waarderen van de prestaties van de student. In sommige gevallen werd hierbij gebruik gemaakt van het door associate lector Hanneke Assen ontwikkelde learning study (geïnspireerd op het Japanse concept van ‘lesson study’ – een methodiek waarin docenten gezamenlijk een les ontwerpen en observeren wat het effect op de lerende is), maar ook de specialistische kennis binnen dienst OO&I werd hierbij regelmatig ingeschakeld.
Doelstellingen eind 2024:
Onderstaand zijn de doelstellingen voor eind 2024 opgenomen en per doelstelling wordt aangegeven wat de stand van zaken is.
Eind 2024 heeft iedere geselecteerde opleiding een goed functionerend (en gedocumenteerd) propedeuse-atelier en multidisciplinair atelier. Een atelier waar studenten, docenten en werkveld samen leren in een kleinschalige setting en werken aan real-life vraagstukken. Ateliers waar alle betrokkenen zeer tevreden over zijn. Uiteraard voldoen deze ateliers aan de kwaliteitseisen NVAO en de ontwerpkaders van NHL Stenden.
Aan de hand van de doelstellingen uit het plan (blz. 19) schetsen we per doelstelling de stand van zaken.
- Eind 2024 zijn in totaal 56 propedeuse-ateliers en 28 multidisciplinaire ateliers gerealiseerd en hebben deze een kwaliteitsslag gemaakt die bij alle academies van de hogeschool geïmplementeerd is.
Tot eind 2022 hebben 28 eerstejaars ateliers en 19 multidisciplinaire ateliers aan de ontwikkeling van het onderwijs in ateliers gewerkt binnen thema 1.
N.B. bij het schrijven van het projectplan is steeds geschreven ‘propedeuse’ waar eerstejaars wordt bedoeld. Omdat de AD- opleidingen geen propedeuse hebben, maar wel deelnemen in de kwaliteitsafspraken, wordt er sinds de implementatie steeds gesproken over ‘eerstejaars’ in plaats van propedeuse; - Eind 2024 werken alle opleidingen op basis van DBE.
Inschatting is dat op dit moment bij 95% van de opleidingen DBE in alle leerjaren is ingevoerd, behalve bij de flex en de duale opleidingen; - Het onderwijs in ateliers, de begeleiding en de toetsing sluit nog beter op elkaar aan en het is duidelijker wat de verwachtingen zijn van studenten (constructive alignment).
De afgelopen jaren is veel geïnvesteerd in de ontwikkeling en ondersteuning van de constructive alignment (grotere onderwijskundige samenhang binnen het programma) binnen het onderwijs in ateliers. We zien onder invloed van leeruitkomsten en real-life vraagstukken meer variatie in beroepsproducten ontstaan; - De real-life vraagstukken sluiten beter aan bij de vraag vanuit de praktijk, de kwalificaties van de opleiding en de leerdoelen van de student. Hiermee wordt het onderwijs relevanter en meer inspirerend.
Het onderzoek naar ateliers (dat via de consultants die aan de werkgroep van thema 1 verbonden zijn, loopt – onder supervisie van het lectoraat DBE) laat zien dat in ateliers gewerkt wordt aan authentieke en semi-authentieke vraagstukken en dat opleidingen/ateliers steeds scherper zijn op de geschiktheid van de vraagstukken en het zoeken naar partners vanuit het werkveld. De jaarlijks opgestelde DBE-monitor geeft meer informatie bij deze bevindingen; - In de ateliers wordt, naast het overige onderwijs, tenminste twee dagdelen in kleine groepen intensief en op iteratieve wijze gewerkt aan de real-life vraagstukken, met veel persoonlijke contacten en feedback-loops.
Bijna alle ateliers bestaan uit minimaal twee dagdelen onderwijs per week. Het aantal dagdelen in een atelier verschilt, mede afhankelijk van het leerjaar. De leerplanschema’s laten zien dat het aantal ec's in ateliers substantieel is; - Docenten en studenten worden bewuster van het leergedrag en van de interventies die ertoe leiden dat studenten nog beter (samen) leren.
De verschillende sessies met learning study hebben er bij de docenten voor gezorgd dat men bewuster is geworden van het leergedrag van de studenten. Binnen learning study hebben een aantal onderwijsteams interventies ontwikkeld die helpen bij het intensiever samenwerken aan dieper leergedrag van de studenten; - De interventies hebben een positief effect op de kwaliteit van het onderwijs en de kwaliteit van onze studenten, en op de tevredenheid van studenten, docenten en werkveld.
De interventies die we hebben gedaan door middel van learning study en de extra begeleiding van de teams heeft een positief effect gehad op het ontwikkeld perspectief van de onderwijsteams in de ateliers. De betrokkenen in de ateliers hebben een passende kwaliteitsslag gemaakt. De SharePoint Thema 1 bevat portretten van de ateliers met beschrijvingen van de doorontwikkeling.
DBE onderwijs in cijfers
- Acht van de veertien academies hebben DBE in alle leerjaren van de niet-flexopleidingen geïmplementeerd;
- In 2022 is in 95% van alle leerjaren DBE ingevoerd. De verwachting is dat in 2024 alle opleidingen DBE zijn (bij de opleidingen die deelnemen aan het experiment leeruitkomsten wordt gekeken naar de overlap tussen beide onderwijsconcepten en de haalbaarheid van implementatie van DBE);
- Op basis van de NSE van 2022, die door meer dan 10.000 studenten van NHL Stenden is ingevuld:
- De tevredenheid over de studie algemeen scoort met een 3,60 een fractie lager dan vorig jaar en ontwikkelt zich nog niet richting de streefwaarde 2024: 3,9;
- De themascore DBE is uitgekomen op 3,92 en voldoet aan de streefwaarde 2024: 3,8 - 4,0;
- De themascore internationalisering (facet DBE) scoort met een 3,73 een fractie hoger dan vorig jaar, net iets onder de streefwaarde voor 2024: 3,8 - 4,0;
- In 2022 is het budget binnen de projectorganisatie bijna volledig opgebruikt. Onderzoek is door ziekte wat achtergebleven. Binnen sommige academies is er een overschot – er zijn minder uren geschreven dan begroot;
- Uit de cijfers blijkt dat het eerstejaars rendement is gestegen in de afgelopen twee jaren. Dit kan een effect zijn van het niet gebruiken van de NBSA naar aanleiding van de coronacrisis, in combinatie met een andere manier van werken binnen DBE-onderwijs, waarbij begeleiding wordt geïntensiveerd;
- De afgelopen twee jaren heeft de organisatie meer zicht gekregen op de diversiteit aan ateliers en hoe de teams daar onderwijs verzorgen. Deze diversiteit hebben we gedeeld, onder andere door middel van platformbijeenkomsten en ‘portretten’ van ateliers op SharePoint, zodat anderen dit kunnen gebruiken bij hun eigen ontwikkeling. Tevens zijn deze inzichten gebruikt voor het ontwikkelen van modellen die onderwijsteams helpen om hun ateliers door te ontwikkelen.
Thema 2 Meer en betere begeleiding van studenten
Voornemens
In studentarena’s (groepsevaluatiegesprekken met studenten) is geuit dat de beschikbaarheid en werkwijze van studieloopbaanbegeleiding en coaches niet altijd duidelijk is voor studenten. Voor studieloopbaanbegeleiders is tegelijkertijd niet altijd duidelijk wat er van hen verwacht wordt en welke faciliteiten geboden worden, bijvoorbeeld als het gaat om mogelijkheden tot professionalisering en intervisie. Studenten dringen sterk aan op duidelijkheid en structuur: een kader voor meer en betere begeleiding voor alle studenten, waarbij alle studenten dezelfde aanspraak kunnen maken op goede persoonlijke begeleiding.
Doelstellingen eind 2024
- Zowel studenten als begeleiders kunnen gebruik maken van een aanbod dat de begeleiding ondersteunt, dat herkenbaar en vindbaar is (zowel fysiek als digitaal) en dat in co-creatie met alle betrokkenen wordt ontwikkeld en verbeterd;
- We hebben een ondersteuningsaanbod ontwikkeld op basis van de behoefte van de studenten. Het aanbod wordt herkenbaar gepositioneerd en breed toegankelijk en laagdrempelig beschikbaar gemaakt voor studenten en medewerkers;
- Studieloopbaanbegeleiders, coaches, decanen en andere medewerkers weten optimaal waarvoor, hoe en waarnaar studenten doorverwezen kunnen worden.
Beschrijving van afwijkingen en omstandigheden
De realisatie loopt iets achter op de planning vooral als gevolg van minder intern bestede uren, er zijn geen significante afwijkingen.
Realisatie t/m 2022
- Er is een duidelijk begrippenkader ontwikkeld, hier wordt ook mee gewerkt;
- Er zijn coördinatoren studentbegeleiding en studentassistenten benoemd per academie/opleiding;
- Er worden op regelmatige basis platformbijeenkomsten georganiseerd, waarin thema’s rond studentbegeleiding aan de orde komen;
- Als uitkomst van gesprekken met coördinatoren zijn er hogeschoolbrede uitgangspunten voor studiecoaching vastgesteld;
- Er wordt gewerkt aan het ontwikkelen van een digitale omgeving voor een ondersteuningsaanbod voor studiecoaches;
- Er is zowel voor studentassistenten als voor coördinatoren studentbegeleiding een eigen Teamsomgeving gerealiseerd, waar informatie wordt uitgewisseld en best practices met elkaar kunnen worden gedeeld;
- Op basis van vragen vanuit de academies zijn professionaliseringsverzoeken geformuleerd en verder uitgewerkt. In samenwerking met MyAcademy is er nieuw aanbod ontwikkeld voor de studiecoaches. Een voorbeeld hiervan is de training ‘Studeren met autisme & ADHD’;
- Per academie zijn er voortgangsgesprekken gevoerd met de coördinatoren en studentassistenten, om succeservaringen en uitdagingen op te halen en deze in de resterende looptijd van het project te adresseren;
- Er is een projectleider voor het StudentSuccesCentrum (SSC) benoemd. Deze projectleider heeft het hogeschoolbrede ondersteuningsaanbod geïnventariseerd. Hierin zijn ook hogeschoolbrede gemeenschapsvormende en bindende activiteiten meegenomen. Daaropvolgend is de behoefte van studenten op twee manieren in kaart gebracht.
- De student-assistent(en) heeft/hebben binnen hun eigen Academie de behoefte van studenten gepeild. In de meeste gevallen is samen met de coördinator Studentbegeleiding een plan opgesteld om meer bekendheid te creëren voor het bestaande ondersteuningsaanbod en om de behoefte te peilen;
- Door het SSC is een brainstormsessie georganiseerd om het huidige aanbod te evalueren en de behoefte naar nieuw/ander aanbod in kaart te brengen.
De opbrengsten zijn samengebracht en er wordt nu samen met het SSC gewerkt aan het vullen van de eventuele leemtes en het bepalen van de juiste vorm van het ondersteuningsaanbod, zowel in de vorm van trainingen alsook het ontwikkelen van niet tijd en plaatsgebonden aanbod. De studentassistenten zijn in werkgroepen ook bij de ontwikkeling betrokken;
- Het SSC geeft op verzoek voorlichting over het ondersteuningsaanbod en werkt ook proactief aan het onder de aandacht brengen van dit aanbod. Het aanbod van het StudentSuccesCentrum wordt via de intranetpagina van het centrum gecommuniceerd. Het afgelopen jaar is door een student-assistent van het SSC gewerkt aan een nieuwe site voor het SSC, om informatie aantrekkelijker en beter vindbaar te tonen. Deze site zal begin 2023 operationeel zijn;
- Gezamenlijk met het lectoraat Zorg voor Jeugd en dienst OO&I wordt gekeken naar een visie en kennisstructurering rond studentenwelzijn;
- Huiskamer ‘Central Perk’ is nu ook operationeel in Emmen en is in gezamenlijkheid met het Center for Entrepreneurship en X-Honours opgezet.
Thema 3 Studiesucces
Voornemens
De uitval in de propedeuse vinden we nog steeds te hoog. Deze uitval willen we terugbrengen door verder te gaan met het implementeren van het onderwijsconcept DBE, het aanbieden van een oriëntatie-atelier voor kandidaat-studenten en door specifiek aandacht te schenken aan de verschillen die er zijn in onze studentenpopulatie.
We willen dat studenten zo veel mogelijk binnen de nominale studieduur van hun opleiding afstuderen. Als het niet lukt om achterstanden te voorkomen, leert de ervaring ons dat de student het meest gebaat is bij maatwerk. Iemand die de student persoonlijk benadert en weer op sleeptouw neemt, waardoor hij/zij de draad weer kan oppakken. Hierin willen we hogeschoolbreed investeren.
Binnen de hogeschool worden tal van activiteiten ontwikkeld en aangeboden die bijdragen aan het studentsucces en studentwelzijn. Voor medewerkers en studenten is het echter niet altijd duidelijk welke activiteiten worden aangeboden en wie waarvoor het aanspreekpunt binnen de organisatie is. Onderlinge afstemming van deze activiteiten en afstemming op de behoefte van studenten kan beter. Hiervoor wordt het Centrum voor Studentsucces (later hernoemd naar Studentsuccescentrum) opgezet.
Doelstellingen eind 2024
- De uitval uit de propedeuse terugbrengen naar maximaal 25% hogeschool breed;
- De uitval uit de propedeuse van mannelijke studenten vertoont een dalende lijn ten opzichte van de voorgaande jaren;
- De uitval van studenten met een functiebeperking vertoont een dalende lijn ten opzichte van de voorgaande jaren;
- Het afstudeerrendement is minimaal 60% (hogeschool breed);
- Het afstudeerrendement voor specifieke groepen studenten vertoont een stijgende lijn tot eind 2024;
- We hebben een volledig operationeel Centrum voor Studentsucces (zowel fysiek als digitaal). Studenten weten waar ze terecht kunnen, zowel fysiek als digitaal, voor vragen op het gebied van studentsucces en welzijn.
Beschrijving van afwijkingen en omstandigheden
De coronapandemie heeft invloed op het thema studiesucces, bijvoorbeeld de verminderde uitval mede als gevolg van de afschaffing van het bindend studieadvies. Hierdoor zijn wellicht de resultaten van de doelen beïnvloed. We monitoren hoe zich dit ontwikkelt, ook in relatie tot de doelstellingen voor 2024.
In de coronatijd is de insteek voornamelijk geweest dat we de studenten zoveel mogelijk ‘aan boord’ houden. Hierdoor was het niet de eerste prioriteit om activiteiten rond het thema ‘terugbrengen van de uitval propedeuse’ te organiseren. Aangezien er vanuit de organisatiedoelstellingen reeds KPI’s rond uitval in de propedeuse zijn opgesteld, is gekozen om te werken aan het krijgen van meer en sneller overzicht in de voortgang van de student en het beter kunnen sturen op studentsuccesfactoren. Inzicht verschaffen in uitval op opleidingsniveau via ontwikkeling, implementatie en inzet studiecoachmonitor; Ontwikkelen van een instrument om te komen tot gerichte verbeteracties rond het thema Studentsucces.
In het plan ‘Verder leren in Kwaliteit’ worden de mannelijk studenten als specifieke groep benoemd om aandacht aan te besteden. Twee stagiaires van de RUG hebben onderzoek gedaan naar deze groep studenten. In één van de onderzoeken die zij uitgevoerd hebben, constateren ze dat self-efficacy en verbondenheid in het eerste studiejaar erg belangrijk zijn voor studiesucces. Uit de HowULearn vragenlijst blijkt dat mannelijke studenten juist op dit aspect hoger scoren dan vrouwelijke studenten. Ook is gekeken naar de verschillen per opleiding. Self-efficacy is al een belangrijk onderdeel binnen de Kwaliteitsafspraken (thema 1). Verbondenheid is daarentegen een belangrijk onderdeel van thema 2.
Realisatie t/m 2022
- Er is een stijging in uitval (29,5%) ten opzichte van vorig jaar (24,8%), maar nog steeds een lichte daling ten opzichte van de start van dit project (30%). Er wordt nog onderzocht wat hier de verklaring voor kan zijn;
- De studiecoachmonitor is ontwikkeld en de implementatie is gestart in december 2022; Het gespreksmodel Studentsuccesfactoren is ontwikkeld en kan worden ingezet;
- Er is een drietal activiteiten die vallen onder de oriëntatie ateliers. De eerste categorie is gericht op de doelgroep havo-, vwo-leerlingen en mbo-studenten die zich oriënteren op het hbo. De opzet is gericht op een cluster van opleidingen in hetzelfde domein, waarbij deelnemers in zes bijeenkomsten door middel van een DBE-project inzage krijgen in het hbo. De tweede categorie is gericht op bijscholing, waarbij gestart is met de ontwikkeling van het Taallab Nederlands en Engels. De derde categorie betreft het atelier voor doelgroepen. Tijdens de studiestartweek is een groep studenten met een afwijking in het autistisch spectrum uitgenodigd voor een pré-studiestartdag, waarbij ze gestructureerd en prikkelarm kennis hebben kunnen maken met de diverse onderdelen van onze hogeschool. Daarnaast is er een programma ontwikkeld voor hoogbegaafde studenten. Andere ateliers voor specifieke doelgroepen zijn in ontwikkeling;
- Er is onderzoek gedaan naar de leerstrategie en leerbehoefte van mannelijke studenten. Voor deze groep studenten worden geen verdere acties geformuleerd. Zie de alinea hierboven;
- Er is een scriptie-bootcamp gehouden in november 2022, na een pilot in juni in hetzelfde jaar;
- Het rendement is ten opzichte van vorig jaar (60,5 % - Bachelor cohort 2016) gedaald naar 56,1% (Bachelor cohort 2017). Het is nog onduidelijk wat de verklaring is van deze daling en wat het effect is van het afschaffen van het bindend studieadvies en de coronamaatregelen; dit wordt in de verdere monitoring wel meegenomen;
- Het percentage langstudeerders laat een lichte stijging zien, van 17,6% (N=4351) vorig jaar naar 19,1% (N4563) dit jaar (01- 10, studiejaar 2022-2023). Dit was aan de start van het project 21,1 % (in het plan staat 12%. Dit is niet correct);
- We hebben hogeschoolbreed in de academies een projectleider en coördinatoren Langstuderen aangesteld;
- We hebben samenhangende maatregelen opgesteld en kennis gedeeld in gesprekken per opleiding en in gezamenlijke platformsessies. Er is een digitale omgeving ingericht waarin kennis en informatie wordt gedeeld;
- Er zijn kennismakingsgesprekken geweest met de coördinatoren Langstuderen. Inmiddels vindt er ook periodiek overleg plaats;
- Er zijn platformbijeenkomsten voor de coördinatoren Langstuderen georganiseerd;
- De ondersteuningsbehoefte van studenten is in kaart gebracht. Zie voor verdere ontwikkeling van het ondersteuningsaanbod Thema 2;
- Het StudentSuccesCentrum heeft, naast een digitale omgeving, een fysieke plek gekregen binnen de hogeschool. Het aanbod van het StudentSuccesCentrum wordt verder ontwikkeld.
Thema 4 Onderwijsdifferentiatie
Voornemens
De hogeschool heeft een goed functionerende medezeggenschap en veel participatie van studenten via andere gremia. Toch kennen de academies, in tegenstelling tot het college van bestuur, geen actieve deelname van studenten in de managementteams en wordt er onvoldoende gepeild wat de wensen en verwachtingen zijn van de studenten bij het verder ontwikkelen van het portfolio. We willen graag actieve deelname van studenten stimuleren.
We willen extra aandacht voor studenten die tijdens hun studie ondernemen. Hiervoor willen we een regeling treffen die beschrijft welke ondersteunende en verwijzende maatregelen getroffen kunnen worden, als de ondernemerschapsactiviteiten de studiekwaliteit beïnvloeden.
We willen studenten die voornemens zijn een eigen bedrijf op te richten incidenteel, onder voorwaarden van een uitgebreide selectie-contest-methode, een kleine financiële vergoeding in het vooruitzicht stellen. Het doel ervan is om kansrijke initiatieven te behouden en tot verdere ontplooiing te brengen.
Doelstellingen eind 2024
- De doorlopende leerlijn van associate degrees naar eigen bachelors en eigen masters is hogeschoolbreed ontwikkeld;
- Studenten nemen actief deel in de managementteams en er wordt voldoende gepeild wat de wensen en verwachtingen van de studenten zijn;
- Hogere participatie met betrekking tot ondernemerschap van studenten en opleidingen;
- Lidmaatschap en participatie in diverse partijen gericht op ondernemerschap;
- Blijvend functionerend Center for Entrepreneurship met toegevoegde waarde voor studenten.
Beschrijving van afwijkingen en omstandigheden
In 2021 is besloten een deel van de financiële middelen uit dit thema over te dragen naar thema 1. Dit heeft invloed op de doelstellingen van dit thema. De realisatie van de Fast Track-programma’s en de implementatie van het innovatieprogramma X-Honours gaan niet door vanuit deze middelen. Financieel loopt dit thema volledig in de pas, dat wil zeggen, conform voorgenoemd addendum.
Realisatie t/m 2022
- Het onderwijsportfolio-beleid is ontwikkeld en operationeel;
- In ieder Academie Management Team (AMT) is een studentadviseur benoemd;
- Er zijn zeven nieuwe Ad’s ontwikkeld voor de doorlopende leerlijn;
- Er zijn twee nieuwe masters ontwikkeld voor de doorlopende leerlijn;
- In overeenstemming met de kwaliteitsafspraken en in het kader van de talentontwikkeling van studenten zijn faciliteiten opgesteld, waaronder de TOP-ondernemerschapsregeling. De regeling bevat het juridisch kader voor het toekennen van de TOP-ondernemerstatus en de voorzieningen waarvoor de student-ondernemer in aanmerking kan komen. Deze regeling bestaat naast de regeling Topsport en is in werking getreden per 1 september 2022;
- Tevens is de TOP-sportregeling versterkt door implementatie van de FLOT-regeling (Flexibel Onderwijs en Topsport) vanuit het NOC*NSF. Daarnaast is het proces rond de FLOT-regeling in beeld gebracht en geoptimaliseerd. Volledige implementatie volgt in 2023;
- Eind 2021 is het Hayo Apothekers stimuleringsfonds startende ondernemer opgericht. De eerste editie hiervan heeft plaatsgevonden op 2 december jl. Studenten en ondernemers participeren hierin en delen hun kennis, waarbij op een natuurlijke wijze ‘mentorship’ ontstaat;
- Het Center for Entrepreneurship is opgericht. Het Center for Entrepreneurship (CfE) is vanaf 1 maart 2021 op fysieke locaties in Leeuwarden en Emmen ingericht, actief en operationeel en in 2022 verder uitgebouwd. De deelname is toegenomen en er zijn twee aantrekkelijke locaties voor het centre gevonden. Deze fysieke locaties voorzien in een atypische omgeving, waar studenten interdisciplinair kunnen werken aan hun bedrijf en/of ideeën. Er is een vast kernteam gerealiseerd, aangevuld met (tijdelijke) teamleden en studentassistenten;
- Digitaal is het CfE op alle sociale media en de website van NHL Stenden zichtbaar;
- Studenten, docenten en academies zijn betrokken bij de ondernemerschap gerichte events en curriculaire ondersteuning. Regionale netwerken zijn bekend geworden met het CfE. Er zijn meerdere evenementen georganiseerd voor diverse organisaties (onder andere VNO-NCW en Friese Zaken). Tevens is het CfE inmiddels aangesloten bij het netwerk RUN-EU; De community is in 2022 gegroeid van 110 naar 350 studenten;
- Het is voor studenten mogelijk gemaakt om stage- en afstuderen te combineren met de eigen onderneming;
- Er wordt op regelmatige basis contact gezocht met de academie MT’s om te sparren over de rol van ondernemerschap en om meer bekendheid te geven aan het CfE.
Thema 5 Passende en goede onderwijsfaciliteiten (Digitale Hogeschool)
Thema 5 wordt gerapporteerd in twee delen (Digitale Hogeschool en Ateliers), gelijk aan de opbouw in het plan. Voor het deel Digitale Hogeschool wordt op een ander activiteitenniveau gerapporteerd, gezien het onderwerp en de veelheid aan ICT gerelateerde projecten. Zo geven we een beter beeld van de behaalde resultaten en meer inzicht in waar de projecten/activiteiten op dit moment staan.
Voornemens
De digitale hogeschool draagt bij aan onderwijsintensiteit en passende en goede onderwijsfaciliteiten.
We willen onze digitale hogeschool verder professionaliseren en onze studenten een compleet, geïntegreerd en eigentijds pakket aan digitale voorzieningen bieden, waarmee zij met één digitale identiteit, interactief tijdens hun reis binnen en buiten de hogeschool worden gefaciliteerd. Het gaat hierbij om digitale voorzieningen op het vlak van community-vorming, onderwijslogistiek en voorzieningen om onderwijs 24/7 te kunnen volgen. Docenten bieden onderwijs en onderzoek aan in deze veilige, betrouwbare en stabiele leeromgeving. De digitale hogeschool betekent voor studenten een eenvoudige toegang tot alle digitale diensten op basis van één digitale identiteit. Hiermee worden tijd- en plaatsonafhankelijk onderwijs en co-creatie gefaciliteerd.
Doelstellingen eind 2024
- We realiseren van één samenwerkingsomgeving voor docenten en studenten, om elkaar te ontmoeten, kennis uit te wisselen, toetsen af te nemen en online samen te werken, zodat we ook op digitaal vlak de onderwijsintensiteit vergroten. Ook het werkveld kan meedoen;
- Studenten en docenten hebben met hun account toegang tot diensten als printen, roosterinformatie, studievoortgangsinformatie, elektronische leeromgeving en wifi. Hiermee vergroten we het gemak voor de studenten;
- Docenten en studenten kunnen tijd-, plaats- en apparaat-onafhankelijk werken en hebben toegang tot studievoortgangsinformatie, resultaten en roosters. Ook hiermee vergroten we op digitaal vlak de onderwijsintensiteit voor studenten. Het geeft meer flexibiliteit en er kan snel worden ingespeeld op dynamische onderwijssituaties;
- We hebben een studenten-app waarin dashboard, roosterinformatie, studievoortganginformatie, resultaten, nieuws en docenteninformatie realtime beschikbaar is op smartphone of tablet. Hiermee vergroten we de informatievoorziening aan en de digitale interactie met studenten;
- Onze digitale leeromgeving is verder doorontwikkeld en geprofessionaliseerd;
- Er is een kern van digitale producten in ons informatielandschap, die compliant zijn aan het gedachtegoed DBE;
- Professionalisering van digitale vaardigheden van medewerkers vormt een structureel onderdeel van de professionaliseringsagenda, waardoor docenten en andere medewerkers professioneel in DBE kunnen studeren, onderzoeken en werken.
Beschrijving van afwijkingen en omstandigheden
Ligt op schema. In 2022 is de realisatie van de activiteiten zoals gepland bij thema 5 al met al erg goed verlopen en na een periode waarin als gevolg van corona zaken naar voren zijn gehaald is er nu weer conform planning gewerkt.
Realisatie t/m 2022
1. Het realiseren van één samenwerkingsomgeving voor docenten en studenten, om elkaar te ontmoeten, kennis uit te wisselen, toetsen af te nemen en online samen te werken.
- DBE digitale leer- en werkomgeving is gerealiseerd en afgerond;
- Realisatie Experience Center (een fysieke omgeving die is ingericht met digitale innovatieve technieken):
- In 2022 is vol ingezet om het Experience Centre (EC) te profileren en de kansen voor pilots en experimenten onder de aandacht van studenten en medewerkers te brengen.
Pilots:- Wayfinder: realisatie van een voor studenten geschikte toepassing van dynamische routebegeleiding binnen de gebouwen van NHL Stenden, op de mobiele telefoon via de applicatie OfficeBooking;
- Mobiele info app bibliotheek: informatievoorziening voor studenten vanuit de bibliotheek;
- Eye tracking: het eyetracking systeem is ingezet in de minor ‘online marketing en campagnemanagement’ om te kijken hoe bezoekers (in dit geval de studenten zelf) op de door studenten ontwikkelde websites reageren. Er is een weblecture en intro usabilty testing ontwikkeld;
- Actionbound: een pilot om na te gaan op welke wijze buitenonderwijs via digitale ondersteuning een didactische boost kan krijgen. Als het geschikt is, kan het opgenomen worden in het standaardpakket voor de pabo’s;
- Irisconnect: pilot voor werkplekbegeleiding met het online platform, waarop in een veilige omgeving beeldmateriaal geplaatst kan worden voor onderwijsdoeleinden. De omgeving biedt mogelijkheden tot het geven van feedback en feedforward;
- Hybrid Virtual Classroom: pilot waarin we een ruimte inrichten die geschikt is voor onderwijs, waarbij docenten en een deel van de studenten fysiek onderwijs geven/hebben terwijl op hetzelfde moment studenten online deelnemen via een scherm;
- Digitaal en veilig ondertekenen stageovereenkomsten: pilot met als doel het dat het ondertekenen van documenten makkelijk(er) gaat, werkbaar, veilig (AVG-proof) en rechtsgeldig is;
- SelfScan ateliers: ontwikkelen van een visuele weergave van de self-scan voor ateliers. Het instrument geeft docenten en studenten inzicht in hoe ateliers zijn beoogd en worden geïnterpreteerd en ervaren door studenten. Deze resultaten visueel weergeven helpt betekenis geven en kan als startpunt voor doorontwikkeling dienen;
- eduID invitetool: pilot om te testen hoe een externe kan samenwerken met een student in de testomgeving van BlackBoard. Samen met Capitar, Surf en beheerders van BlackBoard;
- Marktplaats stages en werkveldopdrachten: pilot met een platform met een online stagemarkt, een marktplaats/vacaturedatabase, voorlichting/inspiratie/motivatie;
- Lemmit: pilot met de ‘LEMMIT’: Leisure & Events Management Motivational Industry Tour. Deze tour betreft het opnemen van inspirerende filmpjes in de NHL Stenden-huisstijl als lesmateriaal en voor social media;
- Virtual Tours: Er is een Virtual Tour ontwikkeld van de campus Leeuwarden. Dit is zo succesvol dat M&C de tour wil voortzetten voor campus Emmen en daarna wellicht ook de overige sites;
- Microsoft Mesh: Binnen deze pilot wordt met behulp van de Hololens 2 gekeken naar de mogelijkheden die Microsoft Mesh (for Teams) biedt en de mogelijke geschiktheid (van aspecten van het platform) voor NHL Stenden;
- IoTRoam: pilot samen met Surf en DLWO om devices (zoals VR-brillen) te koppelen via WiFi;
- In 2022 is vol ingezet om het Experience Centre (EC) te profileren en de kansen voor pilots en experimenten onder de aandacht van studenten en medewerkers te brengen.
- Digitaal Toetsen:
- In 2022 is het aanbestedingstraject voor de toetsapplicatie afgerond. In 2023 wordt gestart met de implementatie van de geselecteerde applicatie;
- Doorontwikkeling van de bestaande situatie ten behoeve van het digitaal toetsen op locatie met behulp van Bring Your Own Device;
- Open Access:
Online onderwijsmateriaal:- Inventarisatie van bestaande activiteiten en systemen binnen de academies op het gebied van open leermaterialen;
- Optimalisatie van Presentations2go, waarbij aangesloten wordt bij het onderzoek van het Atelier Blended Learning;
- Start van het onderzoek om kennisclips beter vindbaar te maken, door ze geautomatiseerd te laten doorzoeken en metadateren, in samenwerking met een extern bedrijf;
- Edusources is aangeschaft en geïmplementeerd, de eerste leermaterialen zijn ontsloten en vindbaar via Edusources;
- Interactieve infographic met de stappen van onderzoek voor onderzoekers/ onderzoeksgroepen (Nederlands en Engels);
- Handreiking voor het begeleiden van studentonderzoek voor docenten;
- Doorlopende actualisatie van de site Research Services;
- Bijdrage aan de ‘Open Access Week’ van het samenwerkingsverband RUN-EU;
- Verkennen van privacyvraagstukken studentonderzoek samen met stakeholders;
- Volledige implementatie van de Research Drive;
- Aanschaf en start van de implementatie Dataverse en Data Archive;
- Voorbereidende activiteiten voor de aanschaf van DMPonline;
- Inzet van een data-adviseur voor research van datamanagement per 1 juni;
- Publicatiebeleid is afgerond en goedgekeurd door CvB;
- Eerste advies CRIS is gereed.
2. Studenten en docenten hebben met hun account toegang tot diensten als printen, roosterinformatie, studievoortgangsinformatie, elektronische leeromgeving en wifi. Hiermee vergroten we het gemak voor de studenten.
- Learning Management System (LMS):
- Implementatie Ultra in het onderwijs;
De eerste pilots in Ultra zijn al gestart in 2021. Na de succesvolle migratie zijn deze pilots overgezet naar de nieuwe SaaS-omgeving. Enkele pilots zijn doorontwikkeld tot ze live gegaan zijn in februari 2022.
In september 2022 waren ruim 60% van alle nieuw aangevraagde cursussen Ultra; - Blackboard Original, de oorspronkelijke elektronische leeromgeving wordt volledig uitgefaseerd. Er is individuele en groepsgewijze scholing aangeboden, evenals een online trainingsaanbod. De functioneel beheermedewerkers zijn geschoold via het aanbod van de Blackboard Academy.
Docenten zijn batchgewijs ingeschreven en de Ultra-Coördinatoren (UCs) konden extra collega’s toevoegen. In september 2022 hebben ruim 600 collega’s individueel gebruik gemaakt van dit aanbod; - Scholing collectief
In januari 2022 zijn vijf masterclasses uitgerold door Blackboard voor de UCs. De opnames van deze masterclasses zijn beschikbaar via de Teamsomgeving van de UCs. Er zijn ook enkele trainingen verzorgd voor de digi-coaches van het serviceplein. Ook zijn zeker 17 teams getraind.
- Implementatie Ultra in het onderwijs;
- Atelier Digitale Didactiek:
Onderstaande producten/diensten zijn opgeleverd of opgestart in 2022:- Visie blended learning;
- Blended game;
- ePortfolio, gestart met vaststellen van eisen en wensen;
- Blackboard sjablonen;
- Professionaliseringsaanbod;
- Groow toolkit;
3. en 4. Tijd-, plaats- en apparaat-onafhankelijk werken voor docenten en studenten, de studiecoachmonitor en studentenapp.
- Digitaliseren Logistieke Student Journey (selfservice):
- Studiecoachmonitor
In december 2022 is de eerste versie van de studiecoachmonitor opgeleverd; - Regiedomein
In december 2022 is de eerste versie van het Regiedomein opgeleverd. Het Regiedomein is een platform dat data vanuit verschillende bronnen op een gestandaardiseerde, gestructureerde en veilige manier kan ontsluiten richting applicaties, bijvoorbeeld de studiecoachmonitor; - De interactieve webpagina/ de metrokaart
De interactieve Metrokaart biedt informatie van aanmelding tot inschrijving en van roosters tot uit- en herinschrijving; - Kennisplatform factoren studentsucces
In 2022 heeft het projectteam een kennisplatform voor de factoren studentsucces opgeleverd. De SharePoint pagina is in het Nederlands en Engels beschikbaar. Er zijn voorlopig 21 factoren voor studentsucces geïdentificeerd en uitgewerkt.
- Studiecoachmonitor
Thema 5 Passende en goede onderwijsfaciliteiten (Ateliers)
Voornemens
Om de toekomstige situatie te bewerkstelligen vormt de hogeschool een blended omgeving: een omgeving met zowel een fysieke als virtuele (digitale) omgeving om te leren en om samen te werken, die modern en flexibel is ingericht. In de ontwikkeling van de fysieke voorzieningen staat de positieve bijdrage van het realiseren van communities en ateliers centraal.
Het ontwikkelen van een methodiek voor het bepalen van de omvang van nieuw aan te trekken ruimte en de verdeling van al beschikbare onderwijsruimte, waarbij rekening wordt gehouden met het verschil tussen (met name) theoretisch dan wel praktijkgerichte curricula.
Het ontwikkelen en uitrollen van een ruimtemanagementsysteem (RMS-app) die medewerkers én studenten inzicht biedt in de beschikbaarheid, vindbaarheid en toegankelijkheid van ruimtes.
Doelstellingen eind 2024
- Een ruimtemanagementsysteem (RMS-app), die medewerkers én studenten inzicht biedt in de beschikbaarheid, vindbaarheid en toegankelijkheid van ruimtes en de mogelijkheid biedt om ruimtes digitaal te reserveren;
- Eén of meer herkenbare ateliers voor elke opleiding en één eigen herkenbare fysieke ruimte voor elke academie;
- Inrichting van ateliers voor de studiejaren 1 en 2, die specifiek binnen de opleiding worden gebruikt;
- Inrichting van ateliers voor de studiejaren 3 en 4, die interdisciplinair worden gebruikt;
- Jaarlijkse herijking van verdeling van ateliers, op basis van een heldere ruimtenorm;
- Eind 2024 realiseren we ongeveer 200 ateliers: opleidingsateliers, academieateliers en breed inzetbare ateliers.
Beschrijving van afwijkingen en omstandigheden
Naar aanleiding van de fusie is er de wens om beide bibliotheken in Leeuwarden samen te voegen tot een. De bibliotheek komt nu op de plek van de bibliotheek op Rengerslaan 8. Vanwege de capaciteitsproblemen heeft de markt aangegeven dat een uitvoer in 2022 niet haalbaar was. Wel heeft er een aanbesteding voor een bouwteam plaatsgevonden en die is inmiddels afgerond. Het bouwteam is gestart met het uitwerken van de plannen, zodat de integratie van de bibliotheken in 2023 kan worden uitgevoerd.
Realisatie t/m 2022
Ruimtenormering
In 2022 kon voor het eerst gewerkt worden met de ruimtenorm bij een normaal gebruik van de school na een aantal jaren Corona. Nu het ruimtemanagementsysteem de rapportages voor de bezetting kon draaien, zijn er analyses gemaakt en besproken met de academies. Op basis van de bezettingscijfers zal komende jaren het gebruik van de onderwijsruimten worden gemonitord en de ruimteverdeling daar waar nodig worden bijgesteld.
Ateliervorming
In 2022 zijn met name in Leeuwarden Ateliers gerealiseerd. Zo is er voor de opleiding Maritieme Techniek een Maritiem Lab gerealiseerd. Verder zijn er voor de academie Leisure & Tourism in de zomervakantie een tweetal ateliers gemaakt. Voor de academie Communication & Creative Business heeft een grote verbouwing van de voormalige danslokalen op Rengerslaan 8 eind dit jaar geresulteerd in een vernieuwd lesgebied, met daarin meerdere ateliers en een grotere verscheidenheid aan onderwijsruimten. De wens om beide bibliotheken in Leeuwarden samen te voegen tot één naar aanleiding van de fusie, kon vanwege capaciteitsproblemen in de markt niet worden uitgevoerd in 2022. De plannen worden door een bouwteam verder uitgewerkt voor realisatie in 2023.
Ruimtemanagementsysteem
Er is een pilot uitgevoerd met tien People Counters. People counters worden boven de entree geplaatst en geven de exacte aantallen gebruikers van de ruimte weer. Daarnaast zijn er een aantal displays bij diverse ruimte in Terschelling geplaatst. Tenslotte is er gestart met een pilot met een aantal multi-sensoren die naast beweging ook het CO2-gehalte kunnen meten. Door middel van het meten van het CO2-gehalte is het mogelijk om gebouw gebonden installaties te programmeren. De koppeling tussen het Gebouwbeheersysteem en Officebooking is gerealiseerd om de reactie op de aanwezigheid in ruimten te koppelen aan de klimaatinstallaties.
Thema 6 - Verdere professionalisering van docenten
Het doel van dit thema is om een bijdrage te leveren aan de verdere professionele ontwikkeling van docenten, gericht op het geven van goed onderwijs binnen de context van het DBE-onderwijsconcept met al haar facetten. Hierna aan te refereren als ‘Trainingen in DBE- onderwijs’.
Doelstelling eind 2024
NHL Stenden hogeschool richt zich op gepersonaliseerd, flexibel, meer digitaal en internationaal georiënteerd onderwijs. Hierbij ligt de nadruk op individuele begeleiding van studenten, gericht op een responsieve houding. Daarom werken we aan docentkwaliteit, door te investeren in professionalisering gericht op de doelstelling.
Wat moet ons dit opleveren
Het effect voor de student moet blijken uit de waardering van studenten voor:
- de begeleiding van de student door de docent;
- de didactische vaardigheden van de docent;
- de betrokkenheid van de docent bij de beroepsloopbaan van de student;
- de aansluiting van de docent op de vragen en leerbehoeftes van individuele studenten.
Deze effecten worden gemeten tijdens interne evaluaties door de eigen opleidingen en extern door deelname aan de NSE.
Realisatie t/m 2022
Eind 2022 heeft 59% van de docenten met een vast dienstverband deelgenomen aan een training gericht op DBE en de veranderende rol van docenten. Dit gaat op basis van een individuele - of teamvraag. Van deze 59% van de docenten heeft zo'n 40% aan meer dan één training/ workshop deelgenomen.
Naast de 59% van de docenten met een vast dienstverband heeft 12,5% van de docenten met een tijdelijk dienstverband deelgenomen aan een van de DBE-trainingen. Deze categorie wordt pas meegenomen in de totaaltelling als ze een dienstverband voor onbepaalde tijd hebben.
Het lijkt dat we hiermee in lijn lopen met de doelstellingen. Er is tevens de signalering dat er een groot verloop is onder docenten en een flexibele schil van zo'n 19% en een redelijk hoog verzuimpercentage.
Hiermee komt het te behalen streefcijfer van 59% in 2024 onder druk te staan.
Vanuit de NSE is als verbeterpunt aangegeven dat we nog een ontwikkelslag kunnen maken op het terrein van ‘Toetsen en beoordelen’ en meer duidelijkheid kunnen geven over de criteria waarop de student wordt beoordeeld. Vanuit MyAcademy proberen we bij te dragen aan deze verbetering, door het bieden van professionalisering en door in te gaan op maatwerkvragen van teams. We hebben het thema Toetsen en Beoordelen toegevoegd aan de Quick Start (training startende docenten), een workshop Feedbackgeletterdheid aangeboden en we ontwikkelen professionalisering gericht op programmatisch toetsen en accountability.
6.5 Inzet studievoorschotmiddelen
In 2021 hebben we het plan ‘Verder leren in kwaliteit’ bijgesteld. Dit is vastgelegd in een addendum en daarmee heeft onze medezeggenschapsraad ingestemd. De belangrijkste bijstelling is de verschuiving van budget van thema’s 4 en 6 naar thema 1. Er zit een oploop in de studievoorschotmiddelen die via de rijksbijdrage van het Ministerie van OCW ontvangen wordt. In het macrokader loopt de reeks van € 120 miljoen in 2019 op tot € 388 miljoen in 2024. Ons budget volgt de meerjarenbegroting zoals opgenomen in het plan ‘Verder leren in kwaliteit’ en de bijstelling daarvan in het addendum (begin 2021).
Er is afgesproken dat binnen een thema middelen naar voren of naar achteren geschoven kunnen worden in de tijd. De totale begroting blijft ongewijzigd, alleen zijn er de eerste jaren meer middelen ingezet en de latere jaren zullen dat er minder zijn. De overbesteding t/m 2022 op thema 5 wordt in 2023 en 2024 ingelopen. Werkzaamheden zijn in de tijd naar voren gehaald. De thema’s blijven over de gehele looptijd binnen het budgettaire kader, zoals vastgesteld in het hiervoor genoemde addendum. Enige bijstelling betreft indexatie van de rijksbijdrage.
Kwaliteitsafspraken-budget 2019-2022
In onderstaande tabellen is bij ‘budget’ de bijstelling op basis van het addendum opgenomen. De begroting en de financiële exploitatie tot en met 2021 zijn per thema zichtbaar in onderstaande tabel:
Voor de verantwoording over 2019, 2020 en 2021 verwijzen we naar de betreffende jaarverslagen. Inhoudelijke voortgang op de projecten in 2022 is beschreven in voorgaande paragrafen.
De volgende tabel toont de begroting en exploitatie van het jaar 2022 en eveneens de cumulatieve saldi tot en met dat jaar:
Zichtbaar is dat we tot en met 2022 meer middelen hebben ingezet dan gebudgetteerd. Dit zorgt ervoor dat we in de jaren 2023 en 2024 hebben bijgesteld. Dat wordt beschreven in de volgende paragraaf.
Kwaliteitsafspraken-budget 2019-2024
Onderstaande tabel toont het financiële overzicht voor de kwaliteitsafspraken over de gehele periode, van 2019 tot en met 2024. De eerste vier jaren zijn afgerond en voor de komende twee jaren hebben we de te besteden bedragen vanuit de studievoorschotmiddelen inzichtelijk gemaakt. Voor het totale kwaliteitsafsprakenbudget (studievoorschotmiddelen 2019-2024) hebben we de meest actuele stand gebruikt, namelijk de eerste rijksbijdragebrief voor 2023.
Over de planperiode van de kwaliteitsafspraken worden alle studievoorschotmiddelen ingezet om de gestelde doelen te bereiken. Alle bedragen in onderstaande tabel zijn weergegeven in duizendtallen. Een gedetailleerde weergave van begrote en gerealiseerde uitgaven per thema over de jaren 2019-2024 is opgenomen in bijlage 6.